Premium

Gespierde billen op de boerderij

Een pronte dikbil draait mij haar vorstelijke derrière toe. ’Knap stukje vlees’, zeg ik tegen mijn vrouw die instemmend knikt. In een runderstal wordt een keurende blik niet zo snel als vrouwonvriendelijk ervaren. Op de vleesboerderij van de familie Spronk in Zoeterwoude heeft zich Hollands welvaren verzameld, fitte koeien en stieren met zo te zien meer spieren dan vet op de schenkels.

Ik hou van runderen, om hun karakteristieke aanwezigheid in het Hollandse weidelandschap, maar ook om hun vlees, dat ik allengs beter op waarde heb leren schatten. Vroeger, toen ik in alle opzichten nog onstuimig in de groei was, werkte ik de dagelijkse vleeslap bijna in één moeite door met de aardappelen en groente naar binnen. Groter besef van het welzijn van de mens, maar ook van het dier dat hij wenst te verorberen, heeft mijn vraatzucht getemperd. Ik ben minder en vooral beter vlees gaan eten.

Als zoon van een Friese boerendochter is de veehouderij voor mij geen onbekend terrein. Ik struin graag rond op een boerenerf en de open zaterdag van deze slachtveehouderij in de oksel van het knooppunt A4/N11 bij Leiden, waarover ik in de krant heb gelezen, leek mij wel een aardig uitje. Het wemelt hier aan de rand van Zoeterwoude van de nieuwsgierigen, toch is de landelijke rust weldadig. In de verte wriemelt het verkeer op de snelwegen bij Leiden, maar bij de Spronken ligt het vee ontspannen te herkauwen, of staat de open dagjesmensen geïnteresseerd aan te gluren. Een belangstellend stierkalf laat zich op de brede voorkop krabbelen, een bijna volgerijpte dikbil, die haar publiek kennelijk beu is, trekt zich daarentegen terug. Mevrouw vlijt zich met een zucht in het stro van de opvallend ruime, lichte en schone stal.

Ooit stonden slachtrunderen bil aan bil in de kolossale Groenoordhallen, waar de Leidse veemarkt een grote en serieuze business was. Ook voor de krant die met aanvoercijfers en prijsnoteringen nauwgezet verslag deed van de handel aan de Willem de Zwijgerlaan. Op een dag, die wat de varkensaanvoer betrof buitengewoon rustig was, werd ik als jonge verslaggevershond belast met het verwerken van het veemarktnieuws. Vrolijk kwispelend noteerde ik dat in de Groenoordhallen slechts drie biggen waren komen opdagen: Knir, Knar en Knor, verzon ik erbij. Dat haalde de krant en kwam mij op een geweldige uitbrander te staan. Want de boeren lieten hun handel niet bespotten en belden verongelijkt met de hoofdredactie.

Met een tas vol vlees, het kostelijke resultaat van Spronks vrijwel gesloten productiesysteem, keren mijn vrouw en ik huiswaarts. Op de polderweg worden we haastig gegroet door een fietser die zich de andere kant op rept. Was dat nou Ed Nozeman, onze Leidse slager in ruste, aan wie we zulke smakelijke herinneringen hebben? Nou en of ’m dat was. En dat verbaast ons uiteindelijk niets.

Jaap Visser

Meer nieuws uit Duin- en Bollenstreek

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.