’Ze kennen me alleen maar van mijn strafblad’

Dorie Pols.
© Foto Taco van der Eb

,,Wij worden niet als mensen gezien’’, zegt hij. Zijn slungelige benen in de te wijde trainingsbroek heeft hij gemakshalve op de bijschoven bureaustoel gelegd.

„Vertel.”

„Marokkanen zijn criminelen. Geen mensen. Ik merk het op straat, in de winkels, overal. Als ik naar de supermarkt loop, hoor ik minimaal twee keer zo’n dieselmotortje achter me. Beetje gas terug nemen. En ja hoor, als ik omkijk.... wéér zo’n busje met een paar agenten die me zo nodig even moeten checken. Ik kan er vergif op innemen.”

„En wat doe jij dan?”

„Doorlopen. Of ik steek m’n middelvinger op. Maar laatst, toen ik een peuk rookte met m’n maatje, je weet wel, daar bij dat speeltuintje, toen sprongen ze ineens met vijf man uit zo’n busje. Moest ik mijn ID laten zien. Zeiden ze: ’Jij weer hier. Zo zo, uit de bajes?! Moeten we weer op je gaan letten!’ Dan raak ik zo opgefokt, begrijp je?! Dan zeggen ze bij reclassering dat ik mijn leven moet beteren! Nou, dat gaat lekker lukken op deze manier!”

„Hoe reageerde je daarop?”

„Ik zei: als de inbraakgolf in de wijk toeneemt, dan weet je wie het gedaan heeft! En toen zetten ze me tegen de muur en werd ik ook nog gefouilleerd. Ze hebben het gewoon op me gemunt. En dan ga ik provoceren...”

„Denk je dat het ook anders had gekund?”

„Ja, tuurlijk. Maar ze lokken het uit, begrijp je? Zij kennen mij alleen maar van de buitenkant en van mijn strafblad. Zij weten niet wat jij weet. Ze praten niet echt met me.”

„Wat zou je hen willen zeggen als ze nu hier waren?”

„Niets! Je denkt toch niet dat ik met ze wil praten. Ik ben niet gek, begrijp je? En al zou ik dat wel willen, luisteren ze toch niet. Ze willen echt niet weten hoe ik nu bezig ben. Dat ik binnenkort ga werken, m’n rijbewijs bijna terug heb. Dat jij bezig bent om een woning voor me te vinden.”

„Dat ik erop vertrouw dat jij het gaat redden...!” vul ik aan.

„Precies! Dat! Begrijp je? Wie zegt jou dat na? Ik ben en blijf de crimineel. Het lijkt wel of ze dat willen.”

„Maar jij gaat hen het tegendeel bewijzen, toch?”

„Als ze me die kans maar geven. Ik ben bang van niet. Geloof mij nou maar. Ze pakken alles beet om mij weer achter de tralies te krijgen!”

„En wat als dat nou niet gebeurt? Als je over een tijdje hier weg bent, je eigen huis hebt, werkt en je schulden hebt afbetaald?”

Hij lacht. „Dan durf ik het eindelijk aan om een vrouw te zoeken. Een mooie, lieve vrouw. En ik zou ook kinderen willen. Dan heb ik iets om voor te vechten. Dan lukt het me om geen gekke dingen meer te doen, begrijp je? Hoe meer je te verliezen hebt, hoe harder je vecht om het te behouden.”

„Dat is zo! En het gaat je lukken! Ik weet het zeker!”

„Jij wel ja. Nou ik nog...”

„Geloof je niet in jezelf?”

„Ik wel, maar zij niet.” Hij wijst uit het raam naar een denkbeeldig politiebusje.

Twee maanden later krijg ik het bericht dat hij aangehouden is. Iemand die op hem lijkt heeft een inbraak gepleegd, zo doet het verhaal de ronde.

Vanuit de bajes belt hij me op. „Zie je nou? Ik zei het toch? Maar jij wilde me niet geloven....!”

Zijn woorden achtervolgen me dagenlang. Uitgerekend ik. Die in hem geloofde. Gewoon, in zijn mens-zijn.

Het voelt alsof ik hem in de steek gelaten heb.

Lees meer verhalen van Dorie Pols

Dorie Pols is ambulant begeleider bij stichting Exodus, een organisatie die zich inzet voor gevangenen, ex-gevangenen en hun familieleden. Voor het Leidsch Dagblad schreef zij een serie columns over haar werk.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.