Premium

Column Langs de eerste lijn: Moeheid

Column Langs de eerste lijn: Moeheid

Huisarts André van Loenen heeft een dokterspraktijk en is directeur van Medisch Centrum Zaanzorg waar verschillende hulpverleners met elkaar samenwerken. Om de week schrijft hij voor deze krant. De beschreven voorvallen berusten op waarheid. Genoemde personen zijn fictief.

Zondag 22.30 uur. Ik ben kapot. Het was overdag al druk en hier op de huisartsenpost gaat het maar door. Mijn ochtendspreekuur begon om 7.00 uur en het aantal spoedpatiënten dat ik tussen de vaste afspraken door zag was meer dan anders. Nu 14,5 uur verder heb ik nog 30 minuten te gaan, voordat ik de auto naar huis pak.

Het is me ooit een keer gebeurd dat ik na zo’n dienst achter het stuur in slaap viel. Ik reed half op de vluchtstrook toen ik wakker werd. Sindsdien zet ik, bij dit soort dagen, de muziek keihard aan in mijn auto en rijd ik zingend naar huis.

Het blijft de vraag of het verantwoord is om na zo’n drukke dag nog dienst te draaien, want is mijn inschattingsvermogen nog honderd procent? Echter wordt het steeds moeilijker, door schaarste, om diensten aan een waarnemende huisarts te verkopen en heb ik als praktijkhoudende huisarts geen keuze.

De heer Schaaf, 43 jaar, staat als volgende patiënt in mijn agenda. De triagiste schrijft dat hij zich erg ziek voelt, zwak, en hij kan zich amper voortbewegen. Als ik hem roep staan er twee vlot overkomende mannen op, die direct met mij meelopen. „Het gaat niet goed met mijn broer”, vertelt de ene man. „Hij is zwak, moe en niet lekker, hij kan nauwelijks op zijn benen staan. Hij moet morgen werken, maar dat kan echt niet.” „Ik ben echt niet lekker en heel zwak”, zegt meneer Schaaf.

Ik kijk de beide mannen aan en begin aan mezelf te twijfelen. Meneer Schaaf ziet er super gezond uit, staat krachtig voor mij en liep net als een kievit over de gang naar mijn spreekkamer. Ik voer uitgebreid lichamelijk onderzoek uit, doe diverse controles van bloeddruk, pols enzovoort, maar ik kan totaal geen afwijkingen vinden.

„Ik moet zeker opgenomen worden?”, reageert meneer Schaaf. Ik durf het hem bijna niet te zeggen. „U hoeft niet bang te zijn voor iets ernstigs, de controles zijn goed.”

„Maar hij is hartstikke ziek en zwak!”, roept zijn broer.

Ik zie meneer Schaaf een foto van mij maken. „Als ik morgen dood ben, dan hebben ze je foto, wat ben jij een slechte dokter!” Zonder gedag te zeggen verlaten de broers mijn spreekkamer. Ik sta perplex. Ben ik door mijn moeheid al in dromenland of zo? Is mijn beoordelingsvermogen opeens zo slecht ? Ik stap in mijn auto en begin te zingen. Dat lukt gelukkig nog aardig.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.