Column Dorie Pols: ’Bedankt voor de bloemen’

Dori Pols Exodus
© Taco van der Eb

Het duurt nog maar een paar jaar voordat hij met pensioen gaat. Maar hij heeft van te voren nooit kunnen bedenken in welke omstandigheden dat zou zijn: ergens op een kamer met wat bijeengeraapte meubels en een pot oploskoffie.

Trots blijft hij. En positief. Het lukt niemand om dat van hem af te nemen. Voor alle moeizame gesprekken met instanties steekt hij zich in de mooie kostuums die hij nog heeft hangen uit betere tijden. Komt het daardoor dat iedereen hem afwijst? Wegwuift bijna? Zou men daarom steeds denken: deze man redt zichzelf wel?

Maar hij redt het niet... Als hij door de reclassering bij mij wordt aangemeld, wordt mij verteld dat hij ooit een groot zakenman was. Hij tikte per jaar zo’n drie ton salaris weg. Met flair. Hij genoot van het leven en alles wat het hem bracht. Toen zwarte wolken zich samenpakten en de bliksem hem met donderend geraas trof, zat hij onverwacht en verslagen in een politiecel. Zomaar ineens. Alsof hij er als een marionet door iemand was neergezet.

Hij kreeg ’voorwaardelijk’. En zijn luxe leven was van de baan. Hij had plots de eer zich te mogen rekenen tot de daklozen onder ons. Zwervend van de ene plek naar de andere, lukte het hem om te overleven. Even een klusje voor iemand doen en dan met een paar euro ergens een flesje water en een broodje scoren. Na verloop van tijd vond hij een plek bij de daklozenopvang. Hij haalde, volgens de regels van de ’wet’ zeven kruisjes als bewijs dat hij er overnachtte. Dit zou hem recht op een briefadres en een uitkering geven. Die kreeg hij echter niet. De gemeente stelde vast dat hij niet economisch gebonden was... Ondanks deze tegenslag kookte hij elke avond voor zijn lotgenoten. En daar, in de keuken trof het lot hem opnieuw. Hij kreeg een paar klappen van een psychoot en beiden moesten de ’tent’ verlaten.

Als ik hem ontmoet, slaapt hij al maandenlang in een auto. Elke nacht, met opgetrokken benen. En hij heeft eindelijk een parkeerplek gevonden waar de politie niet komt om op zijn raam te tikken en hem erop te wijzen dat dit niet is toegestaan.

Een uitkering heeft hij nog steeds niet. Hij probeert zijn geld bij elkaar te scharrelen door keihard te werken voor een bedrijf dat, achteraf gezien, op zijn minst louche genoemd kan worden. Hij heeft geen salaris meer ontvangen. En als hij solliciteert, wordt hij standaard afgewezen. Of te oud of overgekwalificeerd. Hij zit letterlijk aan de grond.

Ik maak, vlak voor zijn komst, zijn kamer in orde in het huis waar hij zal wonen met vier ex-gedetineerden. Een paar kleine gebaren. Een potje oploskoffie, wat schoonmaakspullen, een dekentje gedrapeerd op het oude bankje en zelfs een paar kaarsjes op tafel. Het geheel bekijkend besef ik dat het wel heel schamel is in vergelijking tot wat hij gewend is. Maar ’s avonds krijg ik een appje: „Heel erg bedankt! Wat een warm welkom!” En de volgende dag: „Wat een verademing dat ik met gestrekte benen kon slapen.”

Samen starten we de strijd om gerechtigheid: een uitkering. In onze gesprekken evalueren we even verbaasd als geschokt de weerstand die we tegenkomen. Hij is alle vertrouwen verloren maar gaat door. Elke keer weer trekt hij zijn colbert recht voor de spiegel en gaat fier rechtop lopend met mij op weg. Als ik eindelijk de bevrijdende mail krijg dat de uitkering is toegewezen, gelooft hij zijn oren niet. Hij heeft een hele middag nodig om het tot hem door te laten dringen.

In de avond krijg ik een appje. Een foto van een bos tulpen. Een mooier cadeau kan ik me, in de gegeven omstandigheden, niet voorstellen.

En ik stuur hem terug: „Bedankt voor de bloemen!!”

Lees meer verhalen van Dorie Pols

Dorie Pols is ambulant begeleider bij stichting Exodus, een organisatie die zich inzet voor gevangenen, ex-gevangenen en hun familieleden. Voor het Leidsch Dagblad schreef zij een serie columns over haar werk.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.