Column Dorie Pols: Adres onbekend

Dori Pols Exodus
© Taco van der Eb

We zitten samen bij de gemeente. Zij, die een taakstraf uitzat in de vrouwengevangenis en ik, haar begeleider. In het kader van de veiligheid ruimschoots gescheiden van de ambtenaar tegenover ons. De tafel, waar je niet onderdoor kunt kruipen, is zo groot dat er een gezin met acht kinderen aan kan eten. De stoelen zijn zwaar. Een poging ze op te tillen en in blinde woede over de tafel te smijten zal dus hopeloos mislukken. Er is duidelijk over nagedacht.

We komen om verlenging van haar briefadres aan te vragen. Want alleen dan behoudt zij het recht op een daklozenuitkering.

Ze is 26 jaar oud, een mooie vrouw, die op het eerste oog, de indruk wekt onaantastbaar te zijn. Maar het is duidelijk: we staan beiden met de rug tegen de muur.

„Wat gebeurt er als wij besluiten uw briefadres niet te verlengen?” Ik kijk hem vol ongeloof aan: „Ik neem aan dat u dat zelf wel weet?!”

De man kijkt op zijn beeldscherm. „Ik wil weten of mevrouw zich er zélf van bewust is wat de gevolgen zijn.”

Haar handen trillen als ze de sjaal om haar hals los trekt. „Als ik geen briefadres heb, raak ik mijn uitkering kwijt. Dan kan ik mijn schulden niet afbetalen, geen woonruimte huren, mijn ziektekostenverzekering niet meer betalen. Dan kan ik niet naar de dokter om behandeld te worden. Dus dan zit werken er ook voorlopig niet in.”

Een briefadres, het klinkt zo simpel. Maar er blijkt heel wat voor nodig te zijn. Een gesprek met een poortwachter. Daarna met een fraudepreventie team. Er moeten bewijzen komen waar ze slaapt en dat mag dan weer niet langer dan drie nachten op één adres. Want als dit wel het geval is, dan woon je daar blijkbaar.

Ze zwerft van het ene naar het andere adres. Een onrustig leven. Steeds weer je tas inpakken en verkassen. Niemand die zich eraan waagt om te zeggen dat ze mag blijven. Niemand die het risico wil lopen om gekort te worden op een uitkering of een pensioen. Maar, van hogerhand, ook niemand die gelooft dat ze de waarheid spreekt. Zelfs niet als ik erbij ben.

Na weken van bewijsstukken en verslagen aanleveren, is daar in de mail eindelijk de toezegging van het briefadres. We vieren samen een ’feestje’ met een bakkie koffie, ook al is het ramadan.

Als dakloze een uitkering aanvragen blijkt hetzelfde stroperige ritueel te zijn. Eindeloos dezelfde vragen beantwoorden. Mijn vragen en reacties worden soms gepikeerd en kritisch van toon. Haar hoofd buigt zich vaker moedeloos en haar handen trillen nog steeds. „Ben je moe? En heb je wel genoeg gegeten?” Ik hoor het mezelf vragen, terwijl ik bezorgd haar magere lijf bekijk.

De uitkering krijgt ze. Maar niet vanaf de dag van aanvraag. Waarom? We hebben niet genoeg bewijsstukken aangeleverd.

We stellen een bezwaarschrift op volgens de aanwijzingen ’op de verpakking’. Voor de zoveelste keer voeg ik in de mail alle bijlagen toe die al in een eerder stadium gestuurd zijn.

En dan maar weer wachten. De zorgverzekering gaat na lang bellen en discussiëren akkoord met een basisverzekering. Gezien de nog openstaande schulden is een aanvullende verzekering niet mogelijk. Ook niet als de nadruk gelegd wordt op het feit dat de gezondheidsproblemen van mevrouw groot zijn. We kunnen niet om nader onderzoek vragen. De kosten daarvan zijn te hoog.

Het cirkeltje sluit zich. Geen onderzoek betekent geen diagnose, geen zicht op arbeidsvermogen, geen inkomsten die toereikend zijn om afbetalingsregelingen te treffen, geen leefgeld om in de eerste levensbehoeften te voorzien. En nog minder kans op woonruimte.

Haar ogen worden doffer naarmate de tijd verstrijkt. Het bezwaarschrift heeft weliswaar nut gehad. De uitkering is met terugwerkende kracht vanaf de aanvraag aan haar overgemaakt.

Maar nu het briefadres, dat ’al’ twee keer verlengd is met drie maanden, binnenkort echt gaat aflopen, lijkt er geen enkele uitweg meer te zijn.

En er is niemand, behalve zijzelf, die écht weet wat de gevolgen daarvan zijn...

En terwijl de medewerkers van het gemeentehuis, na een dag hard werken, tevreden de parkeergarage uitrijden op weg naar huis, belt zij, zittend op een muurtje in de stad naar haar oom: „Hoi, kan ik vanavond weer bij jou slapen?”

Lees meer verhalen van Dorie Pols

Dorie Pols is ambulant begeleider bij stichting Exodus, een organisatie die zich inzet voor gevangenen, ex-gevangenen en hun familieleden. Voor het Leidsch Dagblad schreef zij een serie columns over haar werk.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.