’We gaan allemaal dood’ werkt voor sommige kiezers, maar de meesten horen liefst een positieve boodschap

’We gaan allemaal dood’ werkt voor sommige kiezers, maar de meesten horen liefst een positieve boodschap
Een onderdeel van het minisymposium was natuurlijk een dictee.
Leiden

Is klimaatactivist Greta Thunberg een inspirerende jonge vrouw die de wereld op zijn verantwoordelijkheden wijst, of een boze zwartkijker die hel en verdoemenis preekt? Hoe burgers tegen de Zweedse klimaatspijbelaar aankijken, hangt waarschijnlijk af van de betekenis die zij toekennen aan de politiek in hun leven.

Politieke partijen besteden veel tijd aan het zoeken van de juiste woorden om hun boodschap tot de kiezer te laten doordringen. Dat bleek gistermiddag tijdens een minisymposium over ’groene taal’ van het in Leiden gevestigde Instituut voor de Nederlandse Taal (INT). De bijeenkomst in het Volkshuis aan de Apothekersdijk was georganiseerd als onderdeel van de Week van het Nederlands 2019.

Volgens campagnevoerder Dirk van den Bosch van GroenLinks moet de boodschap op maat worden gemaakt voor het beoogde electoraat. Vooral linkse partijen hebben activistische sympathisanten, die bereid zijn om met demonstraties en burgerlijke ongehoorzaamheid hun standpunten naar voren te brengen. Zij blijken gevoelig te zijn voor alarmistische taal en voor beelden van eenzame ijsberen, rokende schoorstenen en boodschappen van het type ’we gaan allemaal dood’. Dat zet ze aan tot actie.

De meeste kiezers die bijvoorbeeld GroenLinks wil overhalen, houden echter helemaal niet van alarmistische boodschappen. Ze vinden dat volgens Leidenaar Van den Bosch niet positief. Zij zijn juist vatbaar voor een duidelijk beeld van de idealen waar een partij voor strijdt. Als een politicus laat zien wat hij of zij wil, liefst met een leuke, humoristische woordspeling of een grapje, dan trekt dat de kiezers over de streep.

Taalgebruik kan nauw luisteren, aldus Van den Bosch. ,,Als je zegt: ’wij willen een groene wereld, met schone lucht en een schone aarde, die een fijne toekomst biedt voor onze kinderen en de kleinkinderen, en daarom willen we kolencentrales sluiten’, dan luisteren ze wel. Draai je de zin om, en begin je met de kolencentrales, dan haken de mensen meteen af. Ook al is het dezelfde boodschap.’’

Het veelgebruikte campagnebeeld van een ’fiets in de stad’, om stadsbewoners te motiveren om zich gezond en milieubewust te verplaatsen, maakt in de praktijk geen enthousiasme los bij het niet-activistische electoraat. ,,Wie wil er nou fietsen in een drukke, overvolle, onoverzichtelijke stad.’’

Kinderen die in bomen klimmen, liefst met hun vader en moeder, dat kan weer wel werken. Oostenrijkse kiezers reageerden er in 2012 in elk geval positief op, toen de Grünen het beeld gebruikten tijdens hun verkiezingscampagne voor de parlementsverkiezingen.

De ’klimaatcrisis’ is een rijke bron van neologismen. Zelfs ’groen’ en ’bruin’ blijken eronder te vallen. Als aanduiding voor kleuren zijn ze natuurlijk stokoud, maar in de betekenissen ’duurzaam’, en ’vervuilend’ zijn ze toch weer nieuw. Nieuw is ook het woord ’plogger’, voor een jogger die al rennende plastic opraapt. Hierin wordt ’joggen’ vermengd met het Zweede woord ’plokka’, wat ’oprapen’ betekent. Lang niet al deze woorden beklijven, maar van ’klimaatspijbelaar’ verwacht de Leidse taalkundige Vivien Waszink dat wel. ,,Dat zou weleens het woord van het jaar kunnen worden.’’

Meer nieuws uit Leiden

Keuze van de redactie