Premium

Een beetje reuring op zee deert vissersfamilie Van Eekelen niet

1/3

,,De Noordzee zit vol vis en schaaldieren, niet zo gek dat wij een rijke vissersgeschiedenis hebben.” Cees van Eekelen (69), volledig in het zwart gekleed, wijst op het scholletje dat onbeweeglijk op het dek van de WR-289 Bona-Fide ligt. „Zonde hè?” De gepensioneerde visser pakt het platvisje op en gooit het terug in zee. „Het doet me nog elke keer zeer.”

Bijvangst is een doorn in het oog van de vissers, legt Van Eekelen uit. „Wij zien liever ook dat de rest van de vissen met rust wordt gelaten.”

Een paar uur eerder zijn we de haven van IJmuiden uitgevaren. De lucht is helderblauw, maar het waait vandaag hard. Van Eekelen is vanaf zijn zeventiende visser op zee. Het werk is zwaar, echt handarbeid. Maar dankzij nieuwe technologie wordt de vangst tegenwoordig net even wat makkelijker binnen gehesen. Toch is hij er nu, na vijftig jaar, om gezondheidsredenen mee gestopt. Af en toe vaart hij nog mee op een van de twee boten die zijn zoons beurtelings bevaren.

We hebben zojuist de eerste vangst van de dag binnengehaald. Lange netten met kleine en grote gaten worden aan beide kanten van het schip opgehesen. Hier en daar hangen scholletjes, krabben en paling, maar het gros van de buit bestaat overduidelijk uit garnalen die alle kanten op springen.

Twee kotters

Drie van de vier zonen van Van Eekelen hebben de garnalenvisserij van hun vader overgenomen en varen afwisselend op twee kotters. Vandaag zijn we aan boord van het schip van Adriaan (46). Hij en zijn twee bemanningsleden, Otis Ché Klomp (31) uit het Overijsselse Genemuiden en de Pool Rafal Perz (51) werken elke week drie dagen non-stop op zee.

Perz zit al dertien jaar in de visserij en gaat meerdere keren per jaar terug naar zijn familie in Polen. Hij heeft net vijf maanden thuis gezeten met een gebroken voet. „Gelukkig ben ik goed verzekerd en is mijn voet weer helemaal genezen”, zegt hij met een grote glimlach.

Beide netten worden in grote bakken voor op het dek geleegd, waarna de vangst de ruimte beneden wordt ingeschoven. Meteen na het legen van de netten dalen de twee bemanningsladen af naar de pelruimte, waar overigens niet wordt gepeld; dat gebeurt later aan wal. De vangst gaat er in bakken en wordt schoongemaakt. Alle bijvangst wordt handmatig tussen de grijze garnalen uitgepikt. De vloer van de ruimte staat blank en via een gat in de bodem van het schip gaat alles wat geen garnaal is, terug de zee in.

Bederfelijke waar

Toch kunnen Klomp en Perz het niet voorkomen dat een deel van de bijvangst wordt vertrapt of in een van de hoeken van de cabine terechtkomt. Hun prioriteit ligt bij het zo snel mogelijk sorteren en invriezen van de garnalen. „Garnalen zijn namelijk heel bederfelijk”, legt Adriaan van Eekelen uit. „We moesten een manier bedenken om ze vers te houden zonder conserveermiddelen te gebruiken. Omdat garnalen invriezen sinds de nieuwe wetgeving van vorig jaar nog maar een aantal keer per week mag, hebben we nu een installatie op het schip die ze direct kookt en verpakt. Zo kunnen we alles langer bewaren. Drie keer per week koken we de gevangen garnalen, de rest vriezen we terstond in. We zijn de enige kotter die dat kan”, vertelt de schipper trots.

Binnen een half uur hebben Perz en Klomp met zijn tweeën 65 kilo garnalen verwerkt. Het net wordt schoongemaakt en van alle restjes schol en kwal ontdaan.

Trillingen

De grote rollen onder aan de netten bewegen over de bodem van de zee. Dit zorgt voor trillingen in het zand waardoor de garnalen omhoog springen en worden gevangen. Maar de bodem is niet vlak, zegt Cees zorgelijk en daardoor komen er elke keer toch andere zeediertjes vast te zitten in de netten. Daarom doen ze samen met Wageningen Marine Research onafhankelijk onderzoek naar netten om duurzamer en zorgvuldiger te kunnen vissen. Ook wordt gekeken hoe ze vangsten kunnen optimaliseren. Cees: „Het ideaalbeeld blijft dat er bij het ophalen van het net enkel en alleen garnalen inzitten.”

Schipper Adriaan vertelt dat hij als negenjarig jongetje al mee ging de zee op om zijn vader te helpen met vissen. „Ik werd vaak zeeziek, maar ik vond het prachtig om dagenlang op zee te zijn.”

Adriaan heeft drie oudere broers van wie er twee ook varen. Toch zijn er steeds minder vissers. Volgens de schipper komt dat doordat vrouwen tegenwoordig ook werken. „We zijn veel van huis en het grootste deel van het huishouden en opvoeding komt neer op de vrouwen en dat is niet te combineren met hun eigen baan. Gelukkig krijgen wij veel hulp van mijn ouders en schoonouders. Bovendien kan ik vaker thuis zijn omdat ik het werk afwissel met mijn broers. Toen mijn tweeling vorig jaar werd geboren, kon ik negen weken thuisblijven om mijn vrouw te helpen. Dat is de langste tijd dat ik niet op het water ben geweest. Toen ik weer mocht, was ik wel ontzettend blij.”

Slecht weer levert altijd de nodige spanningen op, vertelt de schipper wiens leven in het teken van garnalenvisserij staat. „Je moet constant alert zijn en dat is vermoeiend. Maar je moet door, anders zijn er geen inkomsten. Alleen bij windkracht 8 en meer gaan we het water niet op.” Ook in de wintermaanden is het aanpoten: het kan gemeen koud zijn aan boord. Voordeel is wel dat er ’s winters veel meer garnalen zijn. „Ze zijn groter en het water is schoner – vrij van bijvangst – dus meer ’absolute’ vangst. Eigenlijk is windkracht 5 het beste voor de vangst. Een beetje reuring in het najaar kan helemaal geen kwaad.”

Voor de tweede keer deze dag worden de netten opgehaald. Honderden krijsende meeuwen vliegen als een grote witte deken over en langs de kotter. Sommige hebben grote stukken vis in hun snavels. Een prachtig gezicht, maar het is ook uitkijken geblazen, hoewel de schippers weinig last hebben van de dieren. „Alleen als ze poepen”, lacht Cees. „Je zou het niet zeggen, maar het meeste werk zit in het schoonmaken van de boot.”

Technologie van vroeger

De haven van IJmuiden komt langzaam weer in zicht. „Er is veel veranderd vergeleken met vroeger”, verzucht de oud-schipper vanaf de punt van de kotter. „De kust is veel meer bebouwd en daardoor veel drukker. Vroeger zag je niets, geen lichtjes, niemand. Dan had je echt de vuurtoren nodig.” We zien in de verte de rode punt van de toren. „Je weet hoe die werkt? Als de twee lampen recht onder elkaar zitten, vaar je precies in het midden van de havenmond en loop je niet het risico opeens tegen de kant te varen. Technologie van vroeger die nog altijd goed werkt.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.