Premium

112-fotograaf Toon van der Poel ziet achter elke foto zijn eigen verhaal

112-fotograaf Toon van der Poel ziet achter elke foto zijn eigen verhaal
De Leidse 112-fotograaf Toon van der Poel in zijn werkkamer met de albums, waarin duizenden foto’s van calamiteiten zijn vastgelegd.
© Foto Hielco Kuipers
Leiden

Sta je al bijna veertig jaar 24 uur per dag paraat om voor de krant ongelukken en branden te fotograferen, worden de rollen ineens omgedraaid en ben je zelf slachtoffer. Het overkwam calamiteiten-fotograaf Toon van der Poel (59) twee weken geleden. Hij brak zijn been bij een scooterongeluk. De ras-Leidenaar bleef even alert, verbeet zijn pijn en riep de toevallig passerende fotograaf Taco van der Eb toe: ’Maak foto’s! Maak foto’s!’

Zelf de pineut (1)

„Zo lullig, wat er gebeurde. Ik rij al een jaar of vijf op die scooter, nooit wat gebeurd. Rij ik twee weken geleden op het Rapenburg, op weg naar een 112-melding, schrik ik van een fietser die ineens uit een steeg komt zetten, moet ik uitwijken en schuif ik onderuit. Krijg ik die scooter boven op m’n been. Ik voelde gelijk dat ik m’n poot had gebroken. Prompt ging m’n pieper af: de melding dat de ambulance onderweg is – naar mijn eigen ongeluk. Zie ik stomtoevallig fotograaf Taco van der Eb langsrijden. Ik roepen: maak foto’s! Maak foto’s! Want ik heb altijd gezegd: als ik een keer de pineut ben, moeten er van mij ook foto’s worden gemaakt. Eerlijk is eerlijk. Je kunt wel hypocriet zijn, maar als je veertig jaar foto’s van branden en ongelukken van anderen maakt, moet je zelf ook op de blaren kunnen zitten. ”

Zelf de pineut (2)

„Het was allemaal wel komisch. Drie kwartier voordat ik zelf onderuit schoof, was ik op het UVS-terrein voor een ander ongeluk met een scooter. Dezelfde ambulance en dezelfde agenten die ik daar fotografeerde, stonden nu ook bij mij. Ik heb nog een doos bonbons van ze gekregen.

Zeggen mensen achteraf: waarom heb je die foto van jezelf niet laten blurren (het gezicht onzichtbaar gemaakt, red.). Dat doe ik zelf wel altijd als een slachtoffer herkenbaar op de foto staat en kentekens van auto’s poets ik ook altijd weg, maar bij mezelf vond ik dat niet nodig. En nu weet tenminste iedereen het. Mijn Facebook-account loopt al aardig vol met reacties.”

112-fotograaf Toon van der Poel ziet achter elke foto zijn eigen verhaal
Calamiteitenfotograaf Toon van der Poel roept Taco van der Eb bij zijn eigen ongeluk toe: ’Maak foto’s! Maak foto’s!’
© Foto Taco van der Eb

Liefde voor 112-foto’s

„Als kind woonde ik op de Apothekersdijk naast Jan Holvast, destijds de bekende en vaste fotograaf van het Leidsch Dagblad. Ik speelde met zijn kinderen en kwam veel bij hem over de vloer. Als hij naar een ongeval moest, mochten we wel eens meerijden. Toen ik wat ouder was, mocht ik in zijn fotoarchief tussen de negatieven naar foto’s van ongelukken zoeken, om die voor de lol af te drukken. Toen is het eigenlijk al begonnen.

Die ouwe Holvast kon op een gegeven moment niet overal meer heen. Zo ben ik die calamiteiten-fotografie een beetje op gaan pakken. Eerst voor Holvast, later ben ik meegegaan met Hielco Kuipers (de huidige LD-fotograaf, red.) en de laatste jaren voor mezelf en exclusief voor jullie krant.”

Twee beroepen

„Ik heb de fotografie altijd gecombineerd met mijn ’echte’ beroep, want ik heb tot acht jaar geleden gewerkt als banketbakker bij een bakker in Rijnsburg. Mijn fotografiespullen lagen altijd in de auto. Zodra ik klaar was in de bakkerij, schoot ik meteen weer in de rol van fotograaf. Het gebeurde ook wel eens dat er ’s nachts een uitslaande brand was, ik er foto’s maakte en meteen doorging naar de bakkerij. Er waren meer gastjes die fotografeerden en die brand dan misten, want, zeiden ze dan: ik moet morgen weer werken. Ja, ammehoela! Dan slaap je een nachtje niet, wat kan jóu dat schelen?

Ik was begin vijftig toen de bakkerij ermee stopte en ik besloot van het fotograferen te gaan leven. Heb ik geen spijt van gehad. Gemiddeld verdien ik nu meer dan dat bakkerssalaris, kan lekker uitslapen en ben mijn eigen baassie. Ik heb nu even zes weken weinig inkomsten, maar ik heb een afspraak met de internetredactie van de krant en met jongens die voor andere media fotograferen, dus af en toe verkoop ik nog wel wat.”

Hoe hij werkt

„De politie geeft bij ieder alarm-met-letsel een digitale page, een persalarm uit. Gemiddeld gebeurt dat een stuk of tien keer per week, veertig keer per maand. Ik controleer of iets nieuwswaarde heeft. De redactie zit niet te wachten op het zoveelste scooterongeluk, maar weer wel als een fietser is aangereden door een scooterrijder die er vandoor is gegaan. Ik heb er wel een kléin beetje kijk op gekregen in bijna veertig jaar.

De brandweer werkt nog met een directe lijnverbinding, die kan ik live volgen. Dat is natuurlijk veel fijner. Van de politie moet je maar afwachten voor wat ze de pers alarmeren. Je snapt het wel: soms vergeten ze het of hebben ze geen zin. Als fotograaf ben ik daar hartstikke afhankelijk van. Een grote vechtpartij op 3 oktober bij de Schapensteeg? Niks over gehoord. De ontmanteling van een hennepkwekerij? Geven ze alleen door als er meer dan 10.000 plantjes staan. Een zandwagen op z’n kant op de Europaweg? Vindt de politie niet belangrijk. Maar ik rij liever drie keer voor niks en dat ik de vierde keer wel een foto kan verkopen, dan dat ik van die meldkamer afhankelijk moet zijn. Ik heb het al vaak aangekaart, maar het is alsof je bij die superieuren van de politie door een dikke muur moet.”

Dank aan tipgevers

„Met de hulpverleners op de straat gaat het meestal goed. Een hoop van die ouwe jongens van de ambulance en politie ken ik. De jonkies minder, maar die kennen mij allemaal wel. En verder ben ik hartstikke blij met mijn vaste kanalen en tipgevers. Daar kan ik helaas niet veel over zeggen, want dan komen hun banen misschien in gevaar. Ik kan niet zonder. Dat zijn de krenten in de pap.

Weten wanneer waar iets gebeurt, is het moeilijkste van dit werk. Want dat wéét je nooit. Je kunt de hele avond zitten duimendraaien en dan ineens gebeurt er van alles achter elkaar.”

Altijd in touw

„Ik ben altijd in touw, ben 24 uur per dag beschikbaar. Met vakantie? Ga ik nooit. Ik geef er niet zoveel om. Komt ook omdat mijn vriendin dit voorjaar is overleden aan kanker. Ik heb haar maandenlang verzorgd. Nee, het is een jaar om gauw te vergeten.

En het is ook zo dat, gá je een enkel keertje weg, er in Leiden en omstreken nou net een crazy weekeinde is. Ik ging eens een weekendje naar Oosterhout – bleek ik achteraf wel twaalf foto’s verkocht te kunnen hebben, zoveel gekke dingen gebeurden er. Stel dat ik op Gran Canaria had gezeten tijdens dat brugongeluk in Alphen? (Het ongeluk waarbij twee bouwkranen en een wegdek bij de Julianabrug omvielen, red.) Dan had ik al in het vliegtuig terug naar huis gezeten. De tering met die zon!

Ik krijg het trouwens al benauwd als ik met een koffer richting Schiphol moet.”

Brutaal zijn

„Je moet voor dit werk een beetje brutaal zijn en dat ben ik wel. Vroeger stond je als 112-fotograaf overal met je snufferd bovenop. Nu rollen hulpverleners bij een calamiteit meteen 200 meter lint uit en wordt de hele boel afgezet. Nou kennen de meesten me wel, maar je hebt er altijd van die eikels tussen zitten die het gewoon niet snappen. Zo van: ’Er mag niemand door’. Ook de pers niet? ’Nee, niemand’. Ga het dan aan je superieuren vragen, zeg ik dan. Gelukkig gebeurt het niet vaak dat ik word tegengehouden. Soms is het van: ’Blijf op afstand, je staat in de rook, wij moeten op jouw veiligheid letten’. Geneuzel, gezeur. Je mot niks. Daar let ik zelf wel op. Ik vráág ook niks aan hulpverleners, ik sluip zo geruisloos mogelijk langs ze heen, naar het punt waar ik de beste foto kan maken. Je moet niet vragen, dan weet je dat je nul op het rekest krijgt. Gewoon doorlopen. Eigenlijk zou ik een brandweerjas moeten aanschaffen, dan val ik minder op.”

Bedreigingen

„Wij calamiteiten-fotografen hebben tegenwoordig allemaal bodycams, kleine cameraatjes, op onze jassen, zodat je, als je wordt tegengehouden door politie of hulpverleners, het kunt filmen. Achteraf kun je de desbetreffende pief dan via zijn baas op aanspreken. Zo’n cameraatje is ook handig in het geval je op je bek wordt geslagen door iemand die het er niet mee eens is dat je een fotootje maakt.

Eigenlijk overkomt me dat zelden of nooit. Ik ben weleens bij m’n strot gepakt door een vader van een jongen die een scooterongeluk had. Een politieman sprong er toen tussen. Voor de rest mag ik in m’n handjes ’klappen’. In Leiden en omgeving maak ik ook zelden agressie tegen hulpverleners mee.”

Geen ramptoerist

„Ik krijg vaak commentaar als ik ergens een ongeluk of brand fotografeer, zo van: man, ik snap niet dat je een foto maakt van deze narigheid. Dat is wel te begrijpen. Mensen denken dat je een ramptoerist bent en tegenwoordig maakt iedereen met z’n mobieltje overal foto’s van. Maar er is veel vraag naar wat ik doe. Mensen willen weten wat er aan de hand is, ze willen lezen over branden, steekpartijen en ongelukken. De toptien van meest gelezen onderwerpen in de digitale krant op internet is altijd het 112-werk.”

Meeste indruk

„De meeste indruk… ja, ja, ja, toch dat schietdrama in de Ridderhof in Alphen met Tristan van der Vlis. En dat brugincident in Alphen. Tuurlijk was ik daar ook bij, ik heb er zelfs een speciaal fotoboek van gemaakt. De brand in Huis ter Duin, waar drie brandweermannen omkwamen, was ook iets verschrikkelijks.

Veel indruk maakte ook een uitgebrande auto op snelweg A4, de lichamen zaten er nog in. In principe ga ik geen lijken fotograferen, maar ik zag ze wel. Er was niks van ze overgebleven, ze waren totaal uit elkaar gevallen. Die dingen vergeet je niet.”

Narigheid

„Ik zie in principe alleen maar narigheid. Kennelijk ben ik daarvoor geschapen. Ik maak er vaak maar een lolletje van, maar je hebt tegenwoordig trieste situaties. Er lopen zoveel verwarde gekkies rond, dat wordt alleen maar erger. Want er is amper opvang meer voor. De politie heeft er haar handen aan vol. En lang niet alleen ouderen, er zitten ook jonge meisjes tussen hoor! Laatst kreeg ik een oproep dat er een meisje zelfmoord wilde plegen. Ze was totaal in de war. De hulpverlening nam haar mee. Later op die dag hoor ik via de mobilofoon dat er een meisje voor de trein wilde springen aan de Stadspolderweg. Bleek het hetzelfde vrouwtje te zijn als ’s middags! Liep ze weer op straat! En zo lopen er zat rond. Vroeger hoorde je daar nooit over.”

’Prins pils’: dé foto

„Ken je die foto nog van Willem-Alexander die in zijn studententijd met zijn auto het water van de Plesmanlaan in reed? Die was dus van mij! Ik wist eerst niet dat het om de prins ging, reed ernaar toe en zag allemaal zenuwachtige mannen ronddrentelen. In combinatie met het nummerbord wist ik genoeg. Meteen werd ik bedreigd door een van die paleisrechercheurs. Hij zei: oprotten met die camera, anders gooi ik er zand in en hij gaf me een por. Ik kon nog net een foto van die auto maken. Mooi dat-ie overal in heeft gestaan: het ANP, de NOS, de roddelbladen, iedereen wilde ’m hebben. Het was mijn best verkochte foto ooit. Ik kreeg er duizenden guldens voor.”

Laatste snik

„Door tot de laatste snik? Ikke wel, ja hoor. Je maakt altijd weer wat mee. Ik heb zoveel gezien, achter iedere foto zit een verhaal. Ik ben nu zes weken zoet met dat been en daarna moet ik opnieuw leren lopen, maar zodra ik een béétje kan strompelen en het gaspedaal kan intikken, zie je mij weer op de brommer of in de auto wegscheuren na een 112-melding.”

Toon van der Poel

Leeftijd: 59 jaar

Woonplaats: Leiden (geboren en getogen)

Opleiding: LTS en banketbakkersopleiding bij de KTS Voorhout

Beroep: sinds 1980 is hij 112-fotograaf voor de regionale media, vanaf 2000 als zzp’er en sinds 2011 exclusief voor het Leidsch Dagblad. Tot 2011 was hij ook banketbakker bij bakkerij Rhijnsburger in Rijnsburg

Nota bene: zie twitter.com@fotovanderpoel en facebook.com/toon.vanderpoel

Burgerlijke staat: weduwnaar van Yvonne van Beuningen, met wie hij een latrelatie had. Toon woont al zijn hele leven samen met zus Joke en heeft geen kinderen (’Die zijn er gewoon nooit gekomen’)

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.