Premium

Marten Toonder wilde er zelf niets meer van weten, maar Loek Donders zoekt al jaren naar diens vroege Leidse werk

Marten Toonder wilde er zelf niets meer van weten, maar Loek Donders zoekt al jaren naar diens vroege Leidse werk

Rembrandt zag het licht in Leiden, maar vlak Marten Toonder niet uit. De tekenaar die beroemd werd met Tom Poes en Olie B. Bommel, doopte zijn eerste kroontjespennen in Leiden in de inkt. Hij produceerde massa’s strips en tekeningen, waarvan veel allang is vergeten. Toonder vond dat zelf wel best, maar Loek Donders uit Veghel hoopt er verandering in te brengen. Hij speurt stad en land af naar dit vroege werk.

Het was in 1933 Toonders eerste baantje: in loondienst tekenen aan een wiebelend tafeltje bij de Nederlandsche Rotogravure Maatschappij (NRM) in Leiden. Strips, advertenties, illustraties, Toonder tekende aan de lopende band. ,,Voor hij in 1941 Tom Poes bedacht, was hij net als alle andere striptekenaars gewoon bezig geld te verdienen. Hij werkte dag en nacht om de centen bij elkaar te krijgen’’, zegt Donders. ,,Hij deed er ook nog stiekem dingen naast. Zo maakte hij voor een krant in Groningen met zijn broer een strip die hij ondertekende met M.T., zodat ze er in Leiden niet achter zouden komen.’’

Marten Toonder wilde er zelf niets meer van weten, maar Loek Donders zoekt al jaren naar diens vroege Leidse werk
Loek Donders wil Toonders vroege werk voor iedereen beschikbaar maken.
© Eigen foto

Donders is een verwoed Toonder-verzamelaar en zou het vroege werk maar wat graag in boekvorm uitbrengen, zodat iedereen ervan kan genieten. Alleen, waar is het? Veel van Toonders vroege werk stond nooit eerder in een boekje en is onvindbaar. Hij zocht in archieven, benaderde de erven-Toonder en nam contact op met iedereen die mogelijk wat zou kunnen hebben of weten. ,,We zijn al een paar jaar met een paar man aan het zoeken. Ik ben bijna ieder weekend wel op een rommelmarkt te vinden. Dus we hopen natuurlijk dat iemand erover leest die nog wat in huis heeft, of weet dat bij oma iets op zolder ligt. De strips waren natuurlijk voor de kinders, en die zijn nu allemaal dik in de tachtig. Als ze nog leven.’’

Een probleem is volgens Donders, dat Toonder er geen enkel probleem mee had dat zijn eerste pennenwerkjes in de vergetelheid weggleden. Hij hechtte er zelf niet erg veel waarde aan en bewaarde het dus zelf ook niet. ,,Alles wat je maakt, wil je goed doen, maar achteraf kijk je er soms toch anders tegenaan. Toonder is in zijn beginjaren een beetje houterig. Het mooie aan hem is ook de enórme ontwikkeling die hij in de eerste twee, drie jaar doormaakt.’’

Marten Toonder wilde er zelf niets meer van weten, maar Loek Donders zoekt al jaren naar diens vroege Leidse werk

Alle werk is uiteraard welkom - vooral het tijdschrift Cinema en Theater is lastig te vinden - maar in eerste instantie richten Donders en de zijnen zich nu op de jeugdbladen Paraat en Onze Club Krant die bij de NRM werden gedrukt. Kruideniers konden die aan hun klanten meegeven en kinderen konden door ’Ouwe Bartje’-portretjes uit te knippen lid worden van de club.

In de bladen zijn onder meer de avonturen van Dikkie en Dunnie te lezen. Daarom zou Donders het ook graag horen als er nog ergens edities van het tijdschrift Bravo zijn. ,,Dat is van een Belgische uitgever, maar werd ook bij de NRM in Leiden gedrukt. In koperdiepdruk en met práchtige kleuren. Als Onze Club ophoudt, gaat het verhaal van Dikkie en Dunnie in Bravo gewoon verder. Alsof er niets is gebeurd.’’

Marten Toonder wilde er zelf niets meer van weten, maar Loek Donders zoekt al jaren naar diens vroege Leidse werk

Hoe het precies zit, weet Donders niet. Er ontbreken nogal wat exemplaren in het collectieve verzamelaarsbezit. ,,Paraat had acht pagina’s en was gedrukt op groot papier, bijna een krant. Een van mijn kennissen heeft van het eerste nummer het omblad. Pagina’s drie, vier, vijf en zes ontbreken. Meer is er niet, tot nummer zes van Onze Club Krant. ,,Omdat het er heel sterk op lijkt en het ook met de datering klopt als je de tweewekelijkse uitgave door telt, vermoeden we dat Paraat ergens tussen nummer één en zes gewoon van naam veranderde. Van onze Club weten we zes, zeven, acht, negen en dertien. Van Bravo missen we er nog dertig van totaal honderdvijftig.’’

Marten Toonder wilde er zelf niets meer van weten, maar Loek Donders zoekt al jaren naar diens vroege Leidse werk

Donders benadrukt, dat het hem er niet om te doen is de bladen in bezit te krijgen. ,,Die leeftijd ben ik nu wel voorbij. We willen weten waar ze zijn zodat we de strips en verhalen kunnen inventariseren. En we willen ze scannen, zodat we er een boek van kunnen maken. En misschien weet iemand nog een leuk verhaal over Toonder uit zijn tijd bij NRM. Als het lukt, ligt er binnen het jaar een boek. Zodat het weer beschikbaar is. Daar gaat het om.’’

Wie denkt Loek Donders in zijn speurtocht van dienst te kunnen zijn, kan hem mailen (donders.l@icloud.com) of bellen (0413-342009).

Marten Toonder wilde er zelf niets meer van weten, maar Loek Donders zoekt al jaren naar diens vroege Leidse werk

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.