Column Martijn van Lith: Leed

Column Martijn van Lith: Leed

Er zijn twee wachtenden voor me bij de apotheek. Ik neem plaats op de enige vrije stoel, vlak naast twee dames die druk met elkaar in gesprek zijn over de staking in het onderwijs, of eigenlijk over het ongemak dat ze nu zelf met hun nageslacht zitten opgescheept. Kennelijk gelden hier niet de ongeschreven regels van de wachtkamer bij de dokter, waar de lucht trilt van de ingehouden zinnen en waar alleen een vlak ’goedemorgen’ door de vingers wordt gezien. Mits het ochtend is, natuurlijk.

Mevrouw 1, die direct naast me zit, of beter gezegd: die me met haar omvangrijke benen tegen het witte vliesbehang klemt (eigen schuld, zij zat er eerst), vindt het allemaal maar onzin, dat staken. „Of je nou een boer, leraar of bouwvakker bent. Ga gewoon werken!” Dat dit laatste nu juist vaak de inzet van het protest is, laat ik zachtjes door de ruimte trillen. Ze draait het volume nog iets verder open: „Wij gaan toch ook niet staken!” Haar stem slaat over. Ze is zo’n vrouw tegen wie mensen zeggen dat ze zo lekker enthousiast is, alleen omdat ’hysterisch’ zo naar klinkt.

De ander is het volledig met haar eens, maar benadrukt nog even het leed van de echte gedupeerden: de ouders van het schoolgaande kind. „Michel heeft gewoon een verlofdag moeten opnemen”, stamelt ze. Zet er een droevig pianootje onder en je hoeft Paul van Vliet alleen nog een rekeningnummer te laten oplezen. Mevrouw 2 haalt een hand door haar doodgebleekte haar en staart diepzinnig in de verte - in dit geval een haastig geverfde radiator met magneetjes. Folders kondigen lang vergane informatieavonden aan.

Intussen is het apothekersmeisje al een minuut of tien met een stokdove mevrouw in de weer. Als dit een stripverhaal was, zou ze zo’n koperen toeter aan haar oor zetten. „DEZE IS VOOR ’S AVONDS, MEVROUW!” De vrouw schudt haar hoofd. „Ik versta haar niet hoor”, zegt ze. „Je moet echt duidelijker spreken, meisje.” Het meisje, ze is vermoedelijk rond de twintig, blijft bijzonder kalm. Ze brengt haar hoofd wat dichter bij de vrouw, haar lippen op het koper, en herhaalt de mededeling rustig. De vrouw heeft het verstaan.

„Gaat dit nog lang duren allemaal?” Het is mevrouw 2. „Ik heb nog meer te doen vandaag.” Juist op dat moment draait de dove vrouw zich langzaam om. Nog voor het apothekersmeisje iets gezegd heeft, leunen de twee al tegen de toonbank. „Van Looijenstein”, zegt 1. „Zeuven dezember negentienzeuvenenzeuventig. Er ligt iets klaar.”

Het dove mensje schuifelt de apotheek uit, het meisje trekt een enorme la open, dan nog één, dan nog één en dan die eerste weer. „Dat gaat weer allemaal lekker snel”, moppert 2. Ze zucht. Leraren die je met je kinderen opzadelen, apotheekmedewerkers die je laten wachten - en laten we alsjeblieft Michels verlofdag niet vergeten. Sommige mensen blijft niets bespaard.

Meer nieuws uit Leiden