Premium

Column Rob van Vuure: Opa Poulidor

Column Rob van Vuure: Opa Poulidor

Ben je een van de allerbeste wielrenners van je tijd geweest, heeft iedereen het bij overlijden over ’opa’.

Maar ja, hij viel niet zeventig meter diep in een ravijn zoals Wim van Est. Hij won geen Tour de France met 8 seconden verschil zoals Greg Lemond. Hij ging niet in een en dezelfde Tour (23 dagen) met zes verschillende vrouwen naar bed zoals Anquetil (’De Tour win je in bed’, zei Joop Zoetemelk. Maar Joop bedoelde: pyama aan, slápen).

Hij schoot zichzelf niet dood met een jachtgeweer zoals Louis Ocana (49 jaar). Hij liep geen dwarslaesie op zoals Roger Rivière. Hij hield er niet openlijk een minnares op na zoals Fausto Coppi, inclusief liefdesbaby. Hij stierf niet jong aan een verwaarloosde malaria zoals dezelfde Coppi (41 jaar). Hij won niet twee keer sensationeel op Alpe d’Huez zoals Hennie Kuiper. Hij reed zichzelf niet (opzettelijk?) dood in een mooie sportwagen zoals Tourwinnaar Hugo Koblet (39 jaar).

Hij stierf niet op de flanken van de Mont Ventoux (Tommy Simpson). Hij stapte niet van zijn fiets zoals bergkoning Bahamontes deed, om, eenmaal aangekomen op de top van de Col de la Romeyère (ruime voorsprong) eerst maar eens een ijsje te gaan eten. Hij stierf niet jong (41 jaar) na een aanrijding met een loslopende hond zoals de Portugese kampioen Joaquim Agostinho. Hij reed niet met zijn auto tegen een vrachtwagen zoals Tourwinnaar Jean Robic – op slag dood.

Afgelopen donderdag sliep Raymond Poulidor (83) rustig in. Vandaag wordt hij begraven, de ’eeuwige tweede’, opa van topper Mathieu van der Poel. Overal las je ’opa van’. Mathieu zei: ’Mijn lieve opa is dood’. Boerenzoon Raymond Poulidor was een vriendelijk krachtmens, maar geen sprinter. Jan Janssen zei: ’Hij sprintte als een strijkijzer’. Vandaar zijn bijnaam ’Eeuwige tweede’: drie keer tweede in de Tour de France, vijf keer derde. Dus: acht (8!) keer podium! Altijd achter die Merckx, altijd net na Anquetil.

Won ’Eeuwige tweede’ dan nooit wat? Toch wel, hij won bijvoorbeeld de Ronde van Spanje in 1964. En in 1973 werd hij gekozen tot ’meest geliefde Fransman’, vóor Alain Delon. Zijn strijdlust, zijn pech en zijn schlemieligheid maakten hem enorm populair. Vooral omdat die glimlach altijd bleef, vooral omdat er zelden rancune was.

Jacques Anquetil vertelde in 1969 aan sportjournalist Rob van den Dobbelsteen: ’Raymond is een goede kennis, geen vriend. Ik heb nooit gesnapt waarom Poulidor zo populair is geworden. Hij werd altijd tweede! Vaak na mij. En toch juichten ze voor hem harder dan voor mij. Hij mocht altijd naar excuus zoeken. Als ik tweede werd, was ik een ’calculateur’, was ik berekenend’. Later trok het bij.

Toen Anquetil stervende was, in 1987, ging Poulidor op bezoek. Het was duidelijk dat hij hem zou overleven. Doodzieke Anquetil zei: ’Raymond, nou ben ik je weer voor, nou word je wéér tweede, weer na mij’. Er werd flauwtjes gelachen.

Pas 32 jaar later, verleden week dus, zou de eeuwige tweede de calculateur inhalen.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.