Column Hannah van Wieringen: Voortschrijdend inzicht

Column Hannah van Wieringen: Voortschrijdend inzicht

Onderweg naar het Chassé theater in Breda voor een inleiding stopte ik in de Biesbosch. Leeg land, grienden overal, waterrijk gebied, behoorlijk mooi, overal drassige paadjes met aan weerszijde knotwilgen. Met af en toe een boerderij, die je eenzaam zou kunnen noemen, ware het niet dat vastgoed niet bekend staat erg te verlangen naar ander vastgoed.

Vlak voor een groot museum over het gebied lag De Pannekoek. Een wandelgebied dat als museum-in-de-buitenlucht fungeert, met veel van die informatieborden in het landschap over bevers, watervogels en afwateringsystemen.

Ik houd daarvan. Bordjes die de natuur ondertitelen. Je ziet er die diepmenselijke behoefte in actie te doorgronden en te archiveren. Om te begrijpen via ordening. In Berlijn is er bijvoorbeeld een lange weg door Treptowerpark waar alle bomen genummerd zijn, ontroerend, futiel en een manmoedige poging tegelijk, zo’n nummerbordje op een stam.

De Pannekoek laat zien hoe we vroeger grienden aanlegden om er wilgentenen te ’verbouwen’. Er waren dan ook genummerde plotjes land waarop lage wilgen groeiden waarvan je makkelijk kunt oogsten. Het ene plotje tierde nog welig, het andere was al netjes leeggehaald. Opgebost lagen de tenen te wachten. Waarop weet ik niet.

Nergens stond waarvoor ze bestemd waren, het bleef giswerk. Manden? Of misschien zo’n mooie wilgentenen schutting, die kom je nog wel tegen. Ook was er een eendenkooi. Een moorddadige constructie in het water gebouwd, als een fuik op het water. Waar je de eenden in lokt met een lokeend en dan vanaf de kant, verdekt opgesteld tussen gevlochten matten van riet de dieren kunt afschieten. Een manier om natuur te controleren die aanzienlijk minder bewondering voor de mens oproept. Hier getoond als museumstuk.

De enige populier in de omgeving stond tegenover een beverburcht, die was dan ook gelijk het haasje. Indrukwekkend werk werd daar geleverd door de bevers. Ze hadden de boom al bijna om. De laatste inheemse bever was doodgeslagen in 1826. Maar hij was terug. In 1988 zijn ze weer geïntroduceerd. Prins Bernhard was van stal gehaald om het eerste beverpaar een behouden vaart te wensen. Dat ze terug zijn en geweldig gedijen is een mooi voorbeeld van herstellend vermogen en voortschrijdend inzicht.

Als je naar de recente inspanningen kijkt om onze stikstofuitstoot omlaag te krijgen dan stel ik me eenzelfde soort succes voor als die herintroductie van de bever. Over veertig jaar kijken we terug. We zeggen: we wisten het niet. Toen we eenmaal meer inzicht hadden verworven over de ernst van de zaak hebben we heel erg moeten aanpoten om schade terug te draaien en er is nog steeds een hoop te doen, maar gelukkig kregen we de handen op elkaar. Iedereen leverde iets in.

Soms een maximumsnelheid, soms een gehaktbal, soms een vakantie naar Mallorca. Maar weet je nog dat feestje met prinses Amalia? Toen we onze klimaatdoelen haalden? Oh ja, dat was wel wat ja. Beter zo. Ja, veel beter.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Keuze van de redactie