Groeten uit de Slaaghwijk: De mythe van de goudkust in de polder

Groeten uit de Slaaghwijk: De mythe van de goudkust in de polder
Jeugd in de Slaaghwijk in de jaren 80.
© Foto’s Fons Verheijen

Aandachtsgebied, probleemcumulatiewijk, sociale vernieuwingswijk: de Slaaghwijk was het allemaal. Tientallen miljoenen werden er besteed om de wijk beter te maken. Wat leverde het op? Deze serie verhalen van verslaggever Aad Rietveld werd mede mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

Zelden zal het met een wijk sneller mis zijn gegaan, dan met de Slaaghwijk in Leiden.

Minister ir. Wim Schut (ARP/Volkshuisvesting) slaat op 12 mei 1970 de eerste paal voor de flats, in augustus 1971 worden de eerste huizen opgeleverd, in december van datzelfde jaar worden de eerste muizen en ratten gesignaleerd. ’Wilt u daarom beslist geen etensresten en brood overboord gooien’, schrijft de redacteur van wijkkrant Meer’nwijk.

Niet veel later doet huismeester Ju in de wijkkrant zijn beklag over de diefstal van tl-buizen uit liften. ’Bedenk toch dat u hier niet alleen woont’, schrijft in de zomer van 1972 bewoner G. de Grauw in een brief waarin hij gewag maakt van peuken in het trappenhuis, en hondenpoep, matrassen en gebroken flessen in de hal. Pastoor Jan van Well, de eerste opbouwwerker in de wijk, meldt in januari 1974 aan burgemeester en wethouders dat ’de toenemende sociale problematiek in de Slaaghwijk hem met grote zorg vervult’, en dat van de flats ’een grote mate van vervreemding uitgaat’.

Lees ook: Leidsch Dagblad-journalist Aad Rietveld was drie maanden in de Slaaghwijk voor journalistiek onderzoeksproject

En het moest nog wel zo’n mooie wijk worden: ruim, licht en groen. Leiden maakt al in 1958 de eerste schetsen voor bebouwing van de Broek- en Simontjespolder, dan nog Oegstgeests grondgebied. Als die na een gemeentelijke herindeling in 1966 bij Leiden is gekomen, worden plannen voor de Merenwijk verder uitgewerkt. 5600 woningen moeten er komen, voor meer dan de helft galerijwoningen.

De wijk is onder meer bedoeld om mensen met hogere inkomens naar de stad te trekken. Die kan het armlastige Leiden goed gebruiken. De ruime flats kosten tussen de drie- en vierhonderd gulden, in een tijd waarin het gemiddeld maandinkomen nog niet veel hoger ligt dan negenhonderd gulden. Maar met zo weinig geld kom je - volgens de oorspronkelijke plannen althans - de Slaaghwijk niet in. Bewoners worden geselecteerd op twee criteria: een vaste baan en een inkomen van ten minste 1800 gulden in de maand. PvdA-raadslid Den Dubbelaar gelooft er bij voorbaat niet in en heeft het al in 1969 van ’de mythe van de Goudkust op polderpeil’.

Al voordat de eerste huizen af zijn - in juni 1971 - spreekt D66-raadslid en toekomstig wethouder Bert Oosterman er zijn teleurstelling over uit. ,,De douches zijn klein en de afwerking slecht’’, zegt hij en hij vraagt wethouder Kret ervoor te waken dat de Slaaghwijk ’niet over tien jaar een nieuwe krottenbuurt is’.

Groeten uit de Slaaghwijk: De mythe van de goudkust in de polder
Fons Verheijen: ,,Het was allemaal zo liefdeloos.’’

De bewoners met de hogere inkomens vinden, voor zover ze al naar de flatwijk in de polder komen, de buurt ook niet erg aantrekkelijk. Niet zo gek, vindt architect Fons Verheijen, die in 1989 werd ingeschakeld om van de Slaaghwijk toch iets moois te maken. De betonbouw die aannemer Elementum er in sneltreinvaart had neergezet, was gewoon niet goed genoeg. ,,De woningen zelf waren goed, maar die flats waren daar gewoon maar neergeplempt. Onderkanten van grauw beton, dooie bergingen, entrees niet om aan te zien... Het was allemaal zo liefdeloos.’’

Veel flats blijven daarom onverhuurd. In oktober 1974 blijkt uit een telling van de gemeente dat in Leiden ruim duizend woningen leegstaan. De meeste staan in oude wijken en zijn onbewoonbaar verklaard. Maar in de Merenwijk - en dat is op dat moment alleen nog de Slaaghwijk - staan 274 woningen leeg, waarvan er 195 nog nooit verhuurd zijn geweest.

Nul-punters

Dat het rijk begin jaren zeventig voor het eerst experimenteert met huursubsidie is een uitkomst. Zo raken de flats merendeels toch verhuurd. ,,Iedereen die een probleem had, kon naar de Slaaghwijk, ook mensen die geen inschrijfpunten hadden, de zogenaamde nul-punters’’, herinnert Tjeerd van Rij zich. Hij was onder meer voorzitter van de Leidse Woning Stichting (LWS), eigenaar van de lage flats in de wijk, en als wethouder vanaf 1990 verantwoordelijk voor sociale vernieuwing.

Groeten uit de Slaaghwijk: De mythe van de goudkust in de polder
Een wijk van grauw beton.

De hoge mutatiegraad was volgens hem het grote probleem. ,,Die was op een gegeven moment wel twintig procent. En als er voortdurend mensen de wijk in en uit verhuizen, krijg je geen sociale verbanden. Het vuil werd gewoon van de balkons geflikkerd, mensen lieten hun hond poepen in het trappenhuis. Het gaat pas goed met een wijk als mensen er willen wonen, niet als ze er moeten wonen.’’

Lees hier alle verhalen van onze serie Groeten uit de Slaaghwijk.

Het was ook fout, zegt Van Rij, om de bouw van de Merenwijk te beginnen met een wijk vol flatgebouwen. ,,Als je zulke massa’s mensen bij elkaar zet, vraag je om problemen. Ruzie in een groot complex is altijd erger dan in een klein.’’ Ook de aanwezigen op een eerste politieke forumdiscussie in buurthuis Op eigen wieken aan het Valkenpad komen in mei 1978 tot die conclusie: de Slaaghwijk is te snel volgebouwd en volgepropt met urgent-woningzoekenden. Eén van de aanwezige raadsleden pleit er zelfs voor ’de wijk af te breken en opnieuw te bouwen’.

Groeten uit de Slaaghwijk: De mythe van de goudkust in de polder
Winkelwagentjes eindigen in de Slaaghwijk nog wel eens in het water.

Mensen die er het geld voor hebben, verhuizen naar elders. ’Bewoners zouden geselecteerd worden’, schrijft de arts D. van Rossum uit de Arendshorst in 1975 in een brief aan de NRC. ’Maar de laatste anderhalf jaar gaat de mentaliteit van de doorsnee bewoner zo achteruit, dat al veel bewoners zijn vertrokken. De wijk wordt gekenmerkt door totale achteruitgang. Hondenvuil, stukgeslagen ruiten, hopen kranten in het trappenhuis. Er komen steeds meer mensen te wonen met huursubsidie. Die hebben een andere mentaliteit’.

Die ’andere mentaliteit’ leidt volgens de bewonerscommissie van de Arends- en Condorhorst tot veel ergernissen. In een enquête van de commissie worden in 1978 vervuiling, poep in de hal, kakkerlakken en winkelwagentjes die de woonomgeving ontsieren genoemd als grootste stenen des aanstoot. ’Het is een onbeschrijfelijke klerezooi’. Hangjongeren zorgen voor overlast. ’De wijkagent van de Slaaghwijk zou eigenlijk twee meter lang moeten zijn, en tweeënhalve meter breed, om zijn werk goed te kunnen doen’, luidt een van de stellingen bij een debat over het leefklimaat.

Ondanks de woningnood hebben de corporaties het tot diep in de jaren tachtig moeilijk om de huizen in de Slaaghwijk vol te krijgen. ’Huurders gezocht voor verschillende woningen van de LWS in de Slaaghwijk, 4- en 5-kamerflats in de Condor-, Arends- en Sperwerhorst’, luidt de tekst van een advertentie op de gemeentepagina in de krant in augustus 1982. Die advertentie wordt tot juni 1983 zo ongeveer maandelijks herhaald.

In 1989 vraagt wethouder Dick Tesselaar aan architect Verheijen om de problemen in de Slaaghwijk te helpen oplossen. Die wil de Slaaghwijk omtoveren in ’de idylle die de ontwerpers voor ogen hadden’. Onder meer daarover schrijven wij volgende week.

Lees ook: Leidsch Dagblad-journalist Aad Rietveld was drie maanden in de Slaaghwijk voor journalistiek onderzoeksproject

Lees hier alle verhalen van onze serie Groeten uit de Slaaghwijk.

Meer nieuws uit Leiden