Premium

Hemelse deuntjes en hels kabaal

De stadsbeiaardier hengst op het carillon en achter mij jengelt een pierement. Wat een teringherrie maakt vooral dat draaiorgel. Kaasboer Tim vraagt of het Stolwijker moet zijn, tenminste ik denk dat hij dat vraagt, maar ik kan ’m niet verstaan. Tim laat me proeven. Lekker, vast Stolwijker, kan ook niet missen, want ik kom hier op de markt elke week voor Stolwijker.

Als het carillon stilvalt en het draaiorgelboek kennelijk uit is, vraag ik Tim of hij niet horendol wordt van die Hollandse lawaaifolklore voor z’n kraam. ’Alles went’, zegt hij schouderophalend, ’na een uurtje hoor ik die muziek al niet meer.’

Bij mij went ’t nooit, maar ik heb in mijn jongere jaren dan ook een draaiorgeltrauma opgelopen. Ik woonde midden in de Haarlemmerstraat en als ik op zaterdagochtend nog lag bij te komen van een avondje Koets-o-theek hield een draaiorganist halt onder mijn slaapkamerraam. Had ik op slag een kater. Ik heb ’m nog eens een tientje geboden om ’een klere-eind’ verderop te gaan staan, maar een week later stond die herrieschopper weer voor m’n deur. Grijnzend roepend: ’Tientje, ben ik weer weg.’

Tegen herrie heb ik nooit gekund. Maar wat is herrie? Kabaal van een ander, lawaai dat je niet zint. Als ik vroeger thuis lekker hard Led Zeppelin draaide, brulde mijn vader of het niet wat zachter kon. Dat kon, maar dan moest hij tegelijk inbinden met die klassieke herrie die hij in de huiskamer had opstaan. Zo leerde ik al vroeg dat herrie een subjectief begrip is.

Tegenwoordig is herrie de stupide rap die dreunt in de badkamer waar mijn zonen hun bluetooth speakerboxen naartoe slepen als ze zich gaan opkalefateren. Op hun beurt moeten die gasten weer niets hebben van de ’fossielenmuziek’ waarmee hun vader, zo hard mogelijk, huishoudelijke karweitjes omlijst.

Herrie is dus ook een kwestie van smaak, afgezien dan van het draaiorgel, want dat produceert per definitie kabaal dat niet te harden is. Dat zou iedereen moeten vinden, maar bij de kaasboer staan naast mij twee jonge vrouwen te heupwiegen. Die vinden zo’n ingeblikte Frans Bauer zo te zien best wel lekker klinken.

Mij doet een draaiorgel de haren te berge rijzen, maar naar het carillon sta ik wel eens stilletjes te luisteren. Het orgel in de stadhuistoren laat soms verrassend mooie klanken over de stad dwarrelen.

Maar het rumoer waarmee de kaasboer nu ook door het carillon wordt overstemd, is verre van subtiel. Beiaardier Levina Pors kan daar echter weinig aan doen, maak ik op uit een krantbericht over het onderhoud waar de klokkenpartij in de toren om schreeuwt. Het carillon is van slag en zal een jaar lang door reparateurs onder handen worden genomen. Daarna, verzekert Pors ons, zullen uit de stadhuistoren hemelse deuntjes klinken. Laat als het zover is alle draaiorgels deemoedig zwijgen.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.