Groeten uit de Slaaghwijk: ’Dit wordt een machtige wijk’

Architect Fons Verheijen in de doorgang tussen Buizerdhorst en Valkenhorst, met op de achtergrond de flat die bedoeld was als een uitroepteken.
© Foto Taco van der Eb

Aandachtsgebied, probleemcumulatiewijk, sociale vernieuwingswijk: de Slaaghwijk was het allemaal. Tientallen miljoenen werden er besteed om de wijk beter te maken. Wat leverde het op? Deze serie verhalen van verslaggever Aad Rietveld werd mede mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

Het doel, schrijft de Leidse architect Fons Verheijen in zijn verbeterplan voor de Slaaghwijk in 1989, ’is het herstellen van het idyllische oord dat de ontwerpers voor ogen hadden bij hun oorspronkelijke plan’.

Idyllisch is niet een woord dat meteen in je opkomt als je de flats in de Merenwijk ziet. En in de jaren tachtig van de vorige eeuw al helemaal niet. Woningbouwvereniging Leiden (WBL) constateert in 1983 dat de leefsfeer in de Slaaghwijk ’achteruitholt’ en dat de Ravenhorst ’onleefbaar’ is. ’De politie durft er niet te komen, het is ongehoord wat daar gebeurt’.

De gemeente is ook niet erg gelukkig met de wijk. ’Lieden die daar wonen hebben geen keus, of geen probleem met het geëtter dat zich daar voordoet’, zegt chef woonruimteverdeling Theo van der Valk in 1987. Veel bewoners vertrekken, als het even kan. Om het tij te keren komt er een Werkgroep Beheer Slaaghwijk, waar gemeente, corporaties en bewoners in zitten. Die komt bij een inventarisatie tot meer dan honderd knelpunten in de wijk.

Wethouder Dick Tesselaar (PvdA/volkshuisvesting) zoekt een oplossing voor de problemen en komt in 1988 uit bij architect Fons Verheijen, die kort daarvoor de verpauperende flat aan de Agaathlaan in Leiden drastisch heeft verbouwd. Verheijen gaat om te beginnen praten met bewoners. ,,Die mensen zeiden: we hebben geen winkels, we hebben hier niks! Dat was voor mij echt een eyeopener. Winkelcentrum De Kopermolen lag op vijftig meter, maar de flats aan die kant van de wijk stonden er als een hoge muur voor en de Ketelmeerlaan lag nog op een dijk, dus de bewoners zagen het niet.’’

Hier verzamelen we de komende tijd alle artikelen die in deze serie verschijnen.

De architect wordt niet blij van wat hij in de wijk ziet. ,,Het grauwe beton, de trappenhuizen waar de mensen buiten in de regen op de lift stonden te wachten, de grafitti, het vuilnis op straat: het was een schandalige wijk. En als iets lelijk is, wordt het erger. Het voelde als een afvoerputje. De woningen zelf waren goed, want daar waren in de tijd dat ze werden gebouwd strenge regels voor. Maar die flats waren daar gewoon neergeplempt.’’

En dat idyllische dan? ,,Lucht, licht en ruimte’’, zegt Verheijen. ,,Veel groen. Hoogbouw op pilaren, zodat je er onderdoor kunt lopen. Bouwen in de geest van Le Corbusier. Maar dan moet je kwaliteit leveren, en dat was in de Slaaghwijk niet gebeurd. Daar waren er nog een paar flats tussen gepropt, en liften geschrapt, om het goedkoper te maken.’’

Een schets die Verheijen maakte van de Slaaghwijk. Veel lijnen komen uit bij de torenflat bij de Kopermolen.

Hij maakt een plan voor ingrijpende verbeteringen: Van Slaaghwijk naar geslaagde woonwijk. Bij sommige flats worden liften bijgeplaatst die de wandeling over de galerij bekorten. Hier en daar komen kopgebouwen op pilaren. Waar mogelijk worden bergingen op de begane grond vervangen door woningen, om de wijk een vriendelijker aanzicht te geven en de sociale controle te vergroten. De betonnen onderkanten worden betegeld. In die wanden komen tegels met kindertekeningen. ,,Zodat die kinderen denken, als ze ouder worden: dit is iets van mij. Zo creëer je eigenaarschap en betrokkenheid bij de wijk.’’

Tegel met kindertekening.

Uitroepteken

Hij knapt ook De Kopermolen op en ontwerpt een torenflat ernaast, die overal in de Slaaghwijk te zien is. ,,Als een soort uitroepteken dat zegt: hier is het winkelcentrum.’’ In de Buizerdhorst worden op de begane grond woningen weggehaald om een brede doorgang van wijk naar winkelcentrum te maken. De dijk waarop de Ketelmeerlaan ligt, wordt afgegraven. ,,Daar was wel verzet tegen in de rest van de Merenwijk. Er waren mensen die zeiden: hou die horden maar achter die dijk. Kun je je dat voorstellen?’’

Het wordt een werk van jaren. En omdat hij weet dat de bewoners na al dat praten snel veranderingen verwachten, laat hij een cosmetische maatregel uitvoeren: de liftschachten worden in roodwitte banen geschilderd. ,,Dan zien de mensen dat er iets te gebeuren staat.’’ Hij is optimistisch. ,,Dit wordt een machtige wijk’’, voorspelt hij.

Niet alles wat Verheijen bedenkt, wordt uitgevoerd. Hij wil de flat Wiekelhorst laten slopen om de wijk op te delen in drie kleinere, overzichtelijke buurtjes, maar daar is geen geld voor. Ook het graven van een haventje bij de Slaaghsloot is te duur. Een brug over de sloot, die aansluit op een fiets- en wandelpad naar de stad, stuit op verzet van de volkstuinders van Ons Buiten en gaat dus ook niet door.

Maar goed: wethouder Tjeerd van Rij is trots als de opgeknapte wijk in 1994 af is. ,,U woont nu als vorsten in de Horsten’’, houdt hij de bewoners voor.

De hele opknapbeurt kost zo’n zestig miljoen, waarvan verreweg het meeste wordt uitgegeven door Van der Vorm Vastgoed, aan opknappen van het winkelcentrum en de bouw van een nieuwe torenflat. Woningbouwvereniging de Sleutels steekt er ruim zeven miljoen gulden in, de gemeente 9.572.000 gulden. WBL zou ook meedoen, maar heeft op dat moment geen geld.

’Waar in het land is een gemeente te vinden die zoveel investeert in een relatief nieuwe wijk’, vraagt Van Rij als de plannen zijn goedgekeurd door de gemeenteraad. Die vraag is retorisch bedoeld, maar er is wel een antwoord op. 47 kilometer naar het noorden, in Amsterdam Zuidoost, wordt niet veel later de Bijlmer veel drastischer opgeknapt. De gemeente Amsterdam draagt er zo’n tweehonderd miljoen gulden aan bij. Daar wordt een kwart van de flats gesloopt en vervangen door laagbouw.

De opknapbeurt van de Slaaghwijk levert Verheijen de prestigieuze Nationale Renovatieprijs op. Hij is er nog steeds trots op. ,,Het was een avontuur. Ik heb een paar jaar in de Slaaghwijk rondgelopen alsof ik de burgemeester was. Het was Siberië daar, en ik heb het opengegooid.’’ Als hij er nu rondkijkt, geniet hij van het groen, de zwanen in de vijver, de bruggetjes, het wandelpad onder de kopgebouwen. ,,De sloten zijn mooi schoon, het groen wordt goed bijgehouden en er ligt niet meer zoveel troep.’’

Verheijen had graag een heg voor de tuintjes gezien. Het werd een schutting.
© Foto Leidsch Dagblad

Maar er zijn ook dingen waar hij niet gelukkig van wordt. Het evenementenplein voor de Kopermolen, met de vier kleurige standbeelden, is een parkeerplaats geworden. De brievenbussen in de flats, die hij naar de verdiepingen liet verplaatsen, zijn ’goddomme’ weer terug in de hal op de begane grond. ,,Dat is gewoon minachting. De postbode komt bij mij toch ook gewoon het pad op?’’ En de tuintjes die hij liet aanleggen bij woningen op de begane grond en op eerste etages, zijn met grote schuttingen aan het oog onttrokken. ,,Daar moesten heggen staan, dat oogt veel vriendelijker.’’

Directeur Jeroen Boggia van de WBL is in 1992 optimistisch over de toekomst van de Slaaghwijk. ,,Over een paar jaar is dat een perfecte woonbuurt’’, zegt hij. Een woordvoerder van de Sleutels ziet het minder zonnig in. ,,Het blijft een wijk waar we bovenop moeten zitten. Makkelijk zal het er nooit worden.’’

De woordvoerder van de Sleutels zit dichter bij de waarheid. ’Wonen in de Slaaghwijk is leuk en kleurrijk. Alleen jammer dat de woonomgeving wat gaat verpauperen’, zegt een woordvoerder van de bewonerscommissie van de Sleutels in 2001 tegen het Leidsch Dagblad.

Na de grote opknapbeurt worden nog miljoenen in de wijk geïnvesteerd. Op jaren van sociale vernieuwing volgen onder meer een sociaal investeringsplan Slaaghwijk, een preventieproject Slaaghwijk en een ’intensieve wijkaanpak’. En nog steeds is het volgens de gemeente een wijk ’met veel overlast en sociale problematiek’. ,,Sociale problemen los je niet allemaal op met architectuur’’, zegt Verheijen.

Bewoners geven het wonen in hun wijk een 6,3, waar het gemiddelde rapportcijfer voor de hele stad een 7,4 is. De Universiteit Leiden is ingeschakeld voor een vijftal onderzoeken.

De meeste bewoners merken daar niks van. Degenen die het wel merken, worden wel eens een beetje moe van al die onderzoeken en verbeterplannen. Onder meer daarover gaat de volgende aflevering van Groeten uit de Slaaghwijk.

Hier verzamelen we de komende tijd alle artikelen die in deze serie verschijnen.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.