Commentaar: Groei aantal thuiszittende kinderen toont het failliet aan van de Wet passend onderwijs

Commentaar: Groei aantal thuiszittende kinderen toont het failliet aan van de Wet passend onderwijs

Maandagmiddag staan ze op de stoep van de onderwijsinspectie in Utrecht. Ze noemen zich Boze Ouders. En ze komen met een schooltas vol schrijnende verhalen van kinderen die op geen school terecht kunnen, omdat ze te bijzonder zijn voor ons onderwijsstelsel.

Speciale kinderen zijn het. Een beetje drukker of juist stiller dan hun leeftijdsgenootjes. Een tikje autistisch of wereldvreemd. Zo speciaal dat ze niet uit de voeten kunnen in het reguliere onderwijs. De in 20212 ingevoerde Wet passend onderwijs heeft daarom bepaald dat ze maatwerk geboden moet worden.

De toenmalige staatssecretarissen Sander Dekker (Onderwijs) en Martin van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) spraken in 2016 af met het onderwijsveld en gemeenten dat in 2020 geen kind meer langer dan 3 maanden gedwongen thuis zou mogen zitten. Er is niets van terecht gekomen. Het aantal thuiszitters neemt alleen maar toe. Met duizenden. En allemaal hebben ze een schrijnend verhaal te vertellen. Een schooltas vol per kind.

In de klassen waar kinderen wel passend onderwijs krijgen gaat het intussen vaak ook niet goed. De toenemende werkdruk waar veel onderwijskrachten onder gebukt gaan hangt nauw samen met het groeiende eisenpakket waar leerkrachten aan moeten voldoen, om al die bijzondere kinderen op maat te bedienen. Eind van de maand staan zij weer twee dagen op de barricaden om een verlichting af te dwingen.

Boze Ouders en boze onderwijzers. En beiden hebben gelijk. Toch nog maar eens kijken hoe we dit deden voor de invoering van die prachtige Wet passend onderwijs.

Meer nieuws uit Opinie-Column