Scheiden van Leids plastic is vooral goed voor de portemonnee

Scheiden van Leids plastic is vooral goed voor de portemonnee
Leids plastic bij recycler Wellman
© Still uit documentaire Leids plastic

Door nascheiding bij afvalbedrijf AVR wil de gemeente Leiden zoveel mogelijk plastic uit het vuilnis halen, maar de focus op kilo’s gaat ten koste van de kwaliteit. Van volledig hergebruik is geen sprake. Bijna al het plastic wordt gerecycled tot een product van minder goede kwaliteit dan het was.

„We gaan voor de meest veilige keuze […] en niet allemaal investeringen doen.” Voormalig wethouder Paul Laudy (VVD) wond er tijdens de raadsvergadering geen doekjes om. Bij de keuze om plastic door afvalverwerker AVR te laten scheiden, speelde geld een grote rol. Bij nascheiding gooien Leidenaren hun plastic in de afvalbak bij de rest, waarna een installatie het er weer uit moet halen.

Door dit afvalbeleid kunnen sinds vorig jaar Leidenaren hun zelf ingezamelde plastic niet meer kwijt. De containers voor plastic gingen op slot en ook bij de milieustraat hield de inzameling van kunststof op. Er gaan geen zakken met alleen maar plastic meer naar afvalverwerker Suez in Rozenburg, die voornamelijk gescheiden afval binnenkrijgt. In plaats daarvan haalt het Rotterdamse afvalbedrijf AVR plastic, metalen en drankkartons uit het huishoudelijk afval.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Scheiden van Leids plastic is vooral goed voor de portemonnee

Zowel van gewone Leidenaars als professionals kwam kritiek. Ook plastic soup surfer en bioloog Merijn Tinga reageerde verbolgen. ’Jullie zijn erin getuind bij AVR’, schreef hij na het besluit in zijn wekelijkse column in het Leidsch Dagblad. En na een dag meekijken bij AVR: ’Op de dag van de rondleiding heeft Leiden al meer plastic gescheiden dan heel vorig jaar. Maar scheiden is niet hetzelfde als recyclen.’

De gemeente denkt daar anders over. Bron- of nascheiding maakt niet uit, zegt Ralph Veelenturf, beheerder afval en reiniging van gemeente Leiden. „We hebben gekeken naar kosten, milieurendement en gebruikersgemak. Daar kwam de keuze uit om plastic na te scheiden. Ons geld hebben we ingezet op bronscheiding van andere stromen.”

Zelden

Wat gebeurt er nou met dat Leidse plastic? En is er verschil tussen bron- en nascheiding? We volgden de weg van het plastic van de Leidse huishoudens en zagen dat een deel inderdaad wordt hergebruikt, maar zelden in een gelijkwaardig product. Een plastic fles die een Leidenaar in de supermarkt koopt en weer weggooit, zal zelden een tweede leven krijgen als plastic fles. Ook gaat er onnodig recyclebaar plastic verloren, waar zowel de gemeente als de afvalverwerker een rol hebben. En de keuze tussen bron- en nascheiding is niet zo zwart-wit: ook bij bronscheiding komen veelal dezelfde problemen voor.

Nadat de vuilnismannen het afval hebben opgehaald, gaan de zakken naar AVR. Dit commerciële bedrijf haalt met een scheidingsinstallatie het ’vormvaste’ plastic, zoals schalen en bekers uit het afval. Ook folies (plastic zakjes) en drinkpakken haalt de installatie eruit.

Hoeveel van het plastic bij AVR uit het afval wordt gehaald, wisselt per maand. In augustus vorig jaar was bijna 13 procent van het afval dat bij het bedrijf binnenkwam kunststof. Iets meer dan 7 procent werd vervolgens door de installatie eruit gehaald, blijkt uit het maandrapport van de AVR. Dat is dus iets meer dan de helft van wat de Leidenaar weggooit.

AVR is pas het begin van de route. Vanaf de afvalverwerker gaat het plastic in grote vierkante balen, ongewassen, naar sorteerder Augustin in Duitsland. De folies en drinkpakken direct naar de recycler. Die sorteert het plastic in meerdere soorten: verschillende plastics van één soort (een monostroom) en de ’mix’, het afvoerputje voor een verzameling moeilijk te recyclen plastics. Bij sorteerder Augustin valt nog eens zo’n 15 tot 25 procent af.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Scheiden van Leids plastic is vooral goed voor de portemonnee
De installatie van de AVR in Rotterdam
© Still uit de film Leids plastic

Doelstellingen

De gemeente heeft er baat bij zoveel mogelijk plastic uit het afval te halen. Leiden moet zich, net als andere gemeenten, houden aan de ambitieuze doelstellingen van de overheid: het reduceren van restafval tot honderd kilo per inwoner. Om dat te stimuleren krijgt de gemeente voor elke kilo plastic die de fabriek van Augustin verlaat geld van het landelijk Afvalfonds Verpakkingen, een fonds dat wordt bekostigd door verpakkingsbedrijven. Dus hoe meer kilo’s, hoe beter voor de gemeentelijke portemonnee, maar niet beter voor het milieu.

Dat systeem is opmerkelijk: gemeenten krijgen dus niet betaald voor het aantal kilo’s gerecycled plastic en hoe dit wordt verwerkt (de marktwaarde), maar voor wat Augustin uitsorteert. Maar de reis van het plastic is dan nog lang niet ten einde. Een deel van het plastic waar de gemeente voor betaald krijgt, valt nog af en wordt nooit hergebruikt.

Het contract met de afvalverwerker moet dan ook gericht zijn op de kwaliteit van de recycling en niet op het aantal kilo’s, zegt wetenschapper Annemiek Verrips van het Centraal Planbureau. Verrips doet al jaren onderzoek naar onder meer afvalverwerking. „Nu probeert de afvalwerker zoveel mogelijk kilo’s te recyclen. Dat leidt tot ’downcycling’.” Oftewel: het recyclen tot een product van mindere kwaliteit dan dat het was.’’

Verrips: „Vanwege de focus op kwantiteit zit bij de mix nog kwalitatief beter plastic dat eruit gehaald had kunnen worden, zodat er meer gerecycled kan worden. Maar dat is laagwaardige recycling. Het verwerken kost juist geld, dat je beter kunt steken in innovatie voor het recyclen van hoogwaardiger plastic.” Het plastic dat Augustin verlaat, mag maximaal 55 procent ’mix’ bevatten. In een week in juli was dit beduidend lager: zo’n 20 procent.

Perverse prikkel

„Een perverse prikkel die kan leiden tot vervuiling”, noemt ook hoogleraar bestuur en economie Raymond Gradus van de Vrije Universiteit van Amsterdam desgevraagd het streven naar zo min mogelijk restafval. „Het lijkt wel een religie om zo weinig mogelijk restafval over te houden. Het is niet efficiënt om elke snipper te willen verwerken.” Beide onderzoekers zijn overigens wel voor nascheiding: „Een machine kan plastic beter scheiden dan een mens”, aldus Gradus.

Het hoeft overigens ook niet zo zwart-wit. In Amsterdam, met ook veel hoogbouw, kunnen bewoners zowel hun afval apart inzamelen én haalt een installatie nog het plastic eruit. „Amsterdam heeft bewust gekozen voor beide”, zegt woordvoerder Lisa den Oudendammer van de gemeente Amsterdam. „Zelf afval scheiden kan bewoners extra stimuleren om anders met plastic om te gaan.”

Om de kwaliteit te verbeteren kan AVR de installatie ook langzamer laten draaien. „Het klopt dat als de installatie minder snel gaat, je dan meer plastic eruit haalt van betere kwaliteit”, zegt Jeanine van de Grootevheen van AVR. Ook sorteerder Augustin kan het proces vertragen. Hierdoor kan de sortering verbeteren en kan dit leiden tot minder ‘mix’ en een van hogere kwaliteit, wat de verwerking wel duuder maakt, zo staat in een onderzoek van van onder meer Verrips.

Met de focus op de kilo’s lijkt daar geen aanleiding voor. Grootevheen: „Willen we minder verlies, dan hebben we meer kosten en dat is voor Augustin weer goedkoper.” Afvalverwerkers kijken steeds naar een optimum van kwantiteit en kwaliteit, waarbij het landelijke quotum, van minder restafval, een rol speelt.

Snippers

Na Augustin gaat, op basis van het type, het plastic naar verschillende recyclers in het binnen- en buitenland. Terug in Nederland maakt recycler Wellman van onder andere Leids helder plastic, waar frisdrank- en waterflessen van gemaakt waren, weer snippers.

Manager Willem Christiaans van Wellman leidt ons buiten langs de balen die hij uit heel Europa binnenkrijgt. Wat opvalt is dat de balen plastic van AVR in vergelijking met het brongescheiden plastic van Suez een stuk viezer zijn. „Eh, oordeel zelf maar”, zegt Christiaans, die voor de balen staat.

Wellman heeft ’zelf aardig geïnvesteerd’ om het Leidse plastic, en ook ander Nederlands plastic, te kunnen verwerken. Bovendien worden de balen met ’betere stromen’ gemengd. Als de sorteerder het plastic zou wassen, zou het een stuk beter te recyclen zijn, zegt Christiaans. „Heldere plastics die vies zijn, haalt de machine eruit omdat ’ie denkt dat het om gekleurd plastic gaat. En gekleurd plastic kan ik niet verwerken. Dat betekent dus onnodig verlies.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Scheiden van Leids plastic is vooral goed voor de portemonnee
Manager Willem Christiaans van recyclebedrijf Wellman: ,,Eh, oordeel zelf maar.’’
© Still uit film Leids plastic

Bodemverstevigers

Een andere recycler is het Duitse bedrijf Cabka in Weira, vlak bij de grens met Tjechië. Het bedrijf heeft de lastige taak van de ’mix’ nog iets te maken. „Het is heel ruw materiaal, bevat nog veel afvalstoffen en is daarom heel moeilijk verwerkbaar”, zegt de Nederlandse directeur Tim Litjens. Met een zelfontworpen technologie kan het bedrijf andere materialen, zoals hout en metaal, uit de mix halen.

AVR betaalt Cabka om van de mix af te komen, zegt Litjens. „Er zijn twee opties, verbranden of het nog verwerken. Maar met de oplopende recycling-quota wordt de vraag naar het tweede groter.” Om de mix van het Nederlandse plastic te gebruiken, voegt Litjens er meer plastic aan toe, wat werkt als een soort lijm. Er worden vervolgens bodemverstevigers, pallets en vervangers voor betonvoeten van gemaakt.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Scheiden van Leids plastic is vooral goed voor de portemonnee
Tim Litjens van Cabka laat zien wat er van de mix wordt gemaakt.
© Still uit de documentaire Leids plastic

Ook Litjens heeft een voorkeur voor bronscheiding. „Het maakt wel wat uit. Bij nascheiding is er meer organische vervuiling”, zegt Litjens. „In Duitsland is dat bijvoorbeeld helemaal gescheiden, dan blijft het schoner.” Die organische vervuiling komt onder andere door GFT-afval: Leidenaren kunnen nu in de hoogbouw en in de binnenstad geen GFT inzamelen.

Cabka krijgt mix van vooral Nederlandse en Duitse bedrijven, zowel apart ingezameld plastic als nagescheiden plastic. Er is wel degelijk verschil in kwaliteit, volgens Litjens. „Sommigen denken, ik kan er alles bij gooien en ze verwerken het wel. Maar zo werkt het dus niet. Ik ben op zoek naar plastic, niet naar een afvalbak.”

Nederlands plastic is onder recyclers zeker niet de favoriet. Bij Wellman winnen de balen uit België en Noorwegen het met glans van die uit Nederland. Volgens Christiaans ligt dat aan de Nederlands kwaliteitsnorm. ,,Die moet omhoog. Het gaat steeds om kilo’s, maar wegen die op tegen de efficiëntie?” De gedachte van de gemeente van ’meer, meer, meer’ moet omslaan in ’beter’, met een grotere focus op GFT-scheiden, een scherper oog voor het proces en vooral: aandacht voor kwaliteit.

'Leids Plastic' is een gezamenlijk project met filmmaker Jan Stap die een documentaire maakte en Reanne van Kleef van Sleutelstad die een podcast maakte. Het project is mede mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

Meer nieuws uit Leiden