Premium

Schaker Jan Smeets maakt na zes jaar comeback bij Tata Steel Chess: ’Ik ben roestig geworden. Ik was al een langzame schaker, maar nu helemaal’

Schaker Jan Smeets maakt na zes jaar comeback bij Tata Steel Chess: ’Ik ben roestig geworden. Ik was al een langzame schaker, maar nu helemaal’
Jan Smeets: ,,Bijna al mijn sociale contacten bevonden zich in het schaakcircuit. Dus toen ik stopte, vielen die bijna allemaal weg.’’
© Foto Ron Pichel
Wijk aan Zee

In 2013 ging Jan Smeets (35) voor het laatst op jacht naar overwinningen bij Tata Steel Chess. Dit jaar maakte hij een comeback. Een terugkeer die de Leidenaar zelf kort omschrijft als ’nostalgisch’ en ’roestig’.

Op uitnodiging bezocht hij vorig jaar een schaaktoernooi in Amsterdam. Georganiseerd door vrienden. ,,Ik kan je niet exact uitleggen wat het precies was, maar daar kriebelde het opeens weer.’’

Hij besloot een mailtje te sturen naar toernooidirecteur Jeroen van den Berg om eens te polsen om er interesse was in zijn deelname. ,,Hij reageerde heel positief en nodigde me uit voor een etentje om het te bespreken. En hier ben ik dus weer...’’

In 2013 zette hij niet alleen een streep onder deelnames aan Tata Steel Chess, maar onder al zijn schaakambities. Smeets, die als jonge schaker alles won wat er te winnen was, schatte in dat hij de echte top niet zou halen en gaf de voorkeur aan zijn loopbaan als econoom.

,,Het was een rationale beslissing. Ik was 28 en dat vond ik nog een goede leeftijd voor het begin van een loopbaan. Als dertiger is dat toch moeilijker.’’

Smeets kon, en kan, over zichzelf oordelen met het analytisch vermogen van een schaker. Zijn droom was altijd geweest een rating van 2700 te halen. ,,Maar tijdens mijn topperiode zat ik rond de 2660. 2670. En ik zag mezelf niet hoger komen. Ik denk dat een plek laag in de top vijftig het hoogst haalbare was geweest.’’

Zonder pijn werd die rationele beslissing niet genomen. ,,Ik was zes toen ik begon. En ik won zo ongeveer alles waar ik aan meedeed. Het gaat dan eigenlijk vanzelf.’’

In 2004 was hij korte tijd de jongste Nederlandse grootmeester ooit, in 2008 en 2010 werd hij Nederlands kampioen. Na de middelbare school gaf hij zichzelf als 18-jarige een jaar vrijaf. ,,Ik heb dat jaar gereisd, maar alleen voor het schaken. Daarna ben ik een studie economie begonnen en bleef dus tot 2013 serieus schaken.’’

Sociale contacten

Veel tijd om te treuren over zijn afscheid als topschaker had hij niet. ,,Ik ging werken in een bedrijf waar heel veel werd geëist van het personeel. Lange werkdagen, hoge druk. Dat leidde wel af, haha.’’ Maar er veranderde veel. ,,Bijna al mijn sociale contacten bevonden zich in het schaakcircuit. Dus toen ik stopte, vielen die bijna allemaal weg.’’

Voornaamste relikwie overgehouden aan zijn schaakcarrière is zijn Roemeense vriendin Smaranda Padurania, die ooit Roemeens kampioene was en die hij tijdens een schaaktoernooi ontmoette.

Zijn terugkeer achter het schaakbord in Wijk aan Zee is overigens geen voorbode van een poging zijn schaakleven alsnog een tweede adem in te blazen. ,,Maar ik sluit niet uit dat ik hier volgend jaar terugkeer. Voor nu gaat mijn werk voor. Maar mocht er ooit iets misgaan op het gebied van mijn werk, wie weet...’’ Wel is hij weer lid geworden van het Leidse Schaakgenootschap en staat als reserve genoteerd voor de competitie. ,,Ik zie wel hoe dat zich ontwikkelt.’’

Want hij geniet van zijn terugkeer, al is er best veel veranderd. ,,Ik ben roestig geworden. Ik was al een langzame schaker, maar nu helemaal. Ik heb ook meer angst om blunders te begaan. Sommige spelers ken ik nog van vroeger, andere spelers zijn nieuw voor me.’’

Wat veranderd is? ,,De openingen zijn anders. De nieuwe schaakcomputers zijn sneller en beter, dat merk je.’’ Over zijn niveau is hij redelijk tevreden. Na tien partijen staat hij zevende bij de Challengers. ,,Zo kijken schakers niet. Ik heb vijf punten, dus sta ik op vijftig procent. Zo bekijk ik het.’’

Qua sfeer is weinig veranderd. Her en der lopen schakers door het dorp. Als hij met de fotograaf op zoek is naar een locatie voor de foto wijst hij de ene na de andere passant aan. ,,Dat is een Rus... dat is ook een schaker, die ken ik ook...’’

Het leven is voor de schakers overzichtelijk in het kustdorp. Bijna alle relevante plekken zijn nabij en makkelijk te vinden. Het ene hotel ligt links, het andere rechts.

,,Ik kwam vaak in Sonnevanck, daar kom ik nu weer. Het hotel, Zeeduin, is het hotel waar bijna alle schakers zitten en de speelhal, dat zijn mijn plekken hier. In Wijk aan Zee was het altijd anders dan bij buitenlandse toernooien. Socialer. Je komt elkaar makkelijker tegen. Op straat, in het hotel.’’

Bij dat hotel komt hij een bekende tegen die vraagt waar hij de vorige avond was. Hij zou toch ook mee komen eten in Sonnevanck? ,,Was dat niet vanavond?’’ Nee dus. Ze hadden hem nog geappt. ,,Ik dacht dat dat gewoon was om samen wat te drinken en dat het eten vanavond was.’’ Nostalgie, maar dus wel wat roestig.

Meer nieuws uit Sport Regionaal