Je kunt de Slaaghwijk ook positief bekijken, als roltrapwijk

Rob Manders bedacht dat je de Slaaghwijk als roltrapwijk kunt zien, Sjors Gerritsen van Libertas was daar blij mee.

Rob Manders bedacht dat je de Slaaghwijk als roltrapwijk kunt zien, Sjors Gerritsen van Libertas was daar blij mee.© Foto Hielco Kuipers

Aad Rietveld

Je kunt de Leidse Slaaghwijk ook positief bekijken, bedacht onderzoeker Rob Manders van adviesbureau Blaauwberg. Hij verzon er zelfs een nieuw woord voor: roltrapwijk. ’Een plek in Leiden waar mensen met een laag inkomen een plek kunnen vinden om te wonen en verder kunnen groeien’. Vooral de gemeente en buurtwerkers waren blij met die nieuwe kijk op de wijk. Maar niet iedereen gelooft erin.

Het is een verleidelijk beeld, de Slaaghwijk als ’roltrapwijk’. Je stapt op de onderste trede en na een tijdje kom je vanzelf op een hogere maatschappelijk verdieping. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Dat bedoelde Manders ook niet.

’We kunnen de Slaaghwijk beschouwen als etnische probleemwijk of als roltrapwijk. Ondersteund met demografische cijfers hanteren we deze laatste blik’, schreef hij Manders in het sociografisch buurtprofiel dat hij over de wijk maakte.

Het is een ’perspectief’, zegt de onderzoeker. „Het geeft ons de mogelijkheid de wijk met andere ogen te bekijken.”

Manders weet niet of bewoners van de wijk ook echt stijgen op de maatschappelijke ladder. Maar dat er veel verhuisd wordt, is bekend. „Er is een gerede kans dat die mensen dan een hoger inkomen hebben’’, zegt de onderzoeker. ,,Maar we kunnen dat niet meten.” De Leidse woningbouwverenigingen kunnen op dat vlak ook geen duidelijkheid geven. Ze weten wel hoeveel mensen de wijk uit verhuizen, maar ze weten niet waarheen.

Hoe dan ook: de gemeente én de sociaal werkers en vrijwilligers in de wijk zijn blij met de theorie van Manders. Het is weer eens iets anders dan steeds maar de problemen te benadrukken. „De professionals in de wijk voelen zich door dat perspectief van de roltrapwijk erkend”, zegt sectormanager welzijn Sjors Gerritsen van welzijnsorganisatie Libertas. „Zo krijgen zij het gevoel dat zij bijdragen aan de sociale mobiliteit van mensen. Voor die professionals én de vrijwilligers is het ongelooflijk belangrijk dat hun werk ertoe doet.” De gemeente Leiden is volgens Manders ook ’geraakt door deze observatie’.

Zwaar

Hanan Lyazghi, die in 2003 als 20-jarige uit Marokko naar Leiden kwam - om te trouwen met de man die nu fractievoorzitter is van de PvdA in Leiden, Abdelhaq Jermoumi - liep de eerste jaren vooral tegen muren op. ,,Het was een grote stap naar een nieuw leven. Nederland kende ik alleen van de kaart en ik had niet in mijn hoofd om daar naartoe te gaan; ik kwam voor Abdel. Ik had niet verwacht dat het zo zwaar zou zijn.’’

De flat waar ze woonden in de Slaaghwijk, de Havikshorst, vond ze prima, maar wonen in een land waarvan je de taal niet spreekt vond ze vreselijk. ,,In Marokko studeerde ik Frans en daar wilde ik hier me doorgaan, maar dat kon niet, puur vanwege de taal. Als je niet kan praten, daar word je heel onzeker van. Ik had heel veel dromen toen ik hierheen kwam, maar die dromen verdwijnen in de realiteit.’’

De omgeving vond ze niet erg stimulerend. ,,Ik vroeg aan iedereen: hoe zitten de dingen hier, wat kan ik doen? De antwoorden kwamen vooral neer op: je gaat niet veel bereiken. Als je een schoonmaakbaantje krijgt, heb je het al goed gedaan. Ik werd er depressief van. Van de groep die uit het buitenland hier naartoe komt, zitten er heel veel thuis. Die vallen in een diep gat. Je hebt een hele grote groep die niet meedoet.’’

Vermoeden

Hoe onderzoeker Rob Manders op de gedachte van de roltrapwijk kwam? „Je begint met een vermoeden”, zegt hij. „Sociale mobiliteit is een belangrijk begrip in de sociologie, en steden zijn plekken waar je verder kunt komen. Je hebt wijken van vestiging, waar mensen graag willen blijven wonen, en wijken van aankomst. De Merenwijk is wijk van vestiging, de Slaaghwijk is bij uitstek een wijk van aankomst. Veel mensen beginnen daar hun wooncarrière en verhuizen dan de wijk uit. En verhuizen is over het algemeen een teken van sociale mobiliteit. Behalve dan bij ouderen en mensen met schulden.”

De Slaaghwijk is ook nog niet een goed werkende roltrapwijk, weet Manders. ’De kunst is om er een echte roltrapwijk van te maken’, schrijft hij in zijn buurtprofiel. Maar daarvoor moet nog wel het een en ander gedaan worden. Manders: „Dat vraagt een bijzondere aanpak. Je moet zorgen voor werk, ontmoetingsplaatsen en de relatie met de ’kernstad’ moet zo sterk mogelijk zijn.”

Manders ziet dat er veel welzijnsvoorzieningen zijn in de wijk en dat de overheid van alles doet om problemen op te lossen, maar de verhouding is een beetje zoek. „Gewone bedrijven zijn er bijna niet. Je zou kunnen kijken of je er werkplekken kunt inrichten. Misschien moet je ook kijken naar de drempels die wij opwerpen voor arbeid, en die het voor migranten lastig maken om een eigen zaak te beginnen”, zegt Manders.

Hij denkt dat het beter zou zijn als de gemeente en de welzijnsorganisaties het de bewoners wat minder gemakkelijk zouden maken. ,,Voor je fietsles en je taalles en allerlei andere dingen hoef je de wijk niet uit. Misschien moet je er als gemeente juist voor zorgen dat mensen voor bepaalde dingen de wijk uit moeten. Sociale mobiliteit gaat altijd gepaard met fysieke mobiliteit. Prikkel mensen, activeer ze. De Slaaghwijk kan een heel belangrijke functie vervullen in deze stad.’’

Obstakel

Hanan Lyazghi bleef solliciteren en zoeken naar opleidingen, maar de taal bleef een obstakel. ,,Ik had voor mijn inburgering 240 uur verplicht gestudeerd, maar dan spreek je nog niet goed Nederlands.’’ Nadat ze zes jaar thuis had gezeten, nam ze dan toch maar een baantje als schoonmaakster bij het LUMC. ,,Dat was heel frustrerend. Ik ging kapot van binnen. Dacht: ben ik daarvoor hier gekomen?’’ Uiteindelijk vond ze een baantje als telefoniste en receptioniste bij een installatiebedrijf en was er licht in de duisternis. ,,Ik moest lachen in mijn hart. Ik wist dat ik het niet kon, maar ik leerde daar wel heel veel en de mensen waren heel sociaal.’’

Als het bedrijf failliet gaat, moet ze opnieuw beginnen. Lyazghi zit weer drie jaar thuis en dat maakt haar verdrietig. ,,De muur werd steeds groter en dikker.’’ Ze probeert ’zichzelf te verbeteren en mensen te leren kennen bij organisaties in de Slaaghwijk als de Wijkacademie, het EpiCentrum en de stichting Narcis. Het aanbod valt haar behoorlijk tegen. ,,Ik wilde werken en dan zit je niet te wachten op een ochtendje koffie drinken en kook- of naailes. Of er werd weer een maaltijd gehouden en dan zouden ’de vrouwen’ eten maken. Dan dacht ik: wanneer heb je dat aan mij gevraagd? Je voelt je gekleineerd. Alsof je alleen maar kunt koken.’’ Ze heeft weer een baan, maar als een roltrap heeft Lyazghi de Slaaghwijk niet ervaren. ,,Hier komen en iets bereiken, kost bloed, zweet en tranen.’’

Onderzoek

Lang niet iedereen deelt de positieve kijk van Manders op de Slaaghwijk. ,,Ik denk niet dat het een heel erg stimulerende omgeving is’’, zegt universitair docent dr. Erik de Maaker van de Universiteit Leiden, die studenten begeleidt die op verzoek van de gemeente onderzoeken doen in de Slaaghwijk. Mensen in de wijk zitten, zegt hij, ,,niet bepaald in een bevoorrechte positie, niet een die per se maatschappelijke mobiliteit bevordert.’’ Buurtbewoonster Sonja van Uden schiet in de lach als zij het woord roltrapwijk hoort. ,,Dít? Een roltrapwijk? Dan heeft ’ie zeker een andere wijk onderzocht.’’

Ook directeur Gerda van den Berg van woningbouwvereniging De Sleutels gelooft er niet zo in. ,,Waar moeten die mensen heen dan? Een huis kopen kunnen ze niet en een betere huurwoning vinden ze niet.’’ Veel verloop is er de laatste jaren ook niet meer in de huurwoningen, vertelt wijkconsulent Mirjam den Outer van de Sleutels ,,Er staat er weleens eentje op ’Wonen in Holland Rijnland’, maar die is dan binnen een week weer weg. Die huizen verhuren echt prima.’’

Martin van der Velden, die elf jaar pastoraal buurtwerk deed in de Slaaghwijk, gelooft wel dat mensen in de Slaaghwijk zich maatschappelijk verbeteren, maar niet zoals Manders veronderstelt in zijn ’roltrapmodel. ,,Dat is een kwestie van generaties; ouders die zich opofferen om hun kinderen een betere toekomst te geven.’’

Voor de nieuwkomers, zegt hij, zou het goed zijn als er een beetje meer stabiliteit was in de wijk. ,,Dit soort wijken heeft langdurige begeleiding nodig, omdat de samenstelling voortdurend verandert. Dat is een van de onderliggende problemen. Daardoor bouw je geen contacten op en ontstaat er geen cohesie. Je hebt toch een basis nodig in de wijk. Daar zou je bij het toewijzen van woningen rekening mee moeten houden; dat je er mensen neerzet die nieuwkomers de weg kunnen wijzen.’’

Aandachtsgebied, probleemcumulatiewijk, sociale vernieuwingswijk: de Slaaghwijk was het allemaal. Tientallen miljoenen werden er besteed om de wijk beter te maken. Wat leverde het op? Deze serie verhalen van verslaggever Aad Rietveld werd mede mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.