Premium

Henk Angenent is ’niet boos’, maar de legende uit Woubrugge heeft wel wat te zeggen: ’De grens van het toelaatbare is opgeschoven’

Henk Angenent is ’niet boos’, maar de legende uit Woubrugge heeft wel wat te zeggen: ’De grens van het toelaatbare is opgeschoven’
Henk Angenent: ,,Ik ben geen boze man, ik word alleen heel boos om onrecht.’’
© Foto Hielco Kuipers
Woubrugge

De heersende Koning van de Bonkevaart kijkt niet stilletjes toe vanaf z’n troon. Henk Angenent (52), inmiddels de langst zittende winnaar van de Elfstedentocht ooit, is een man met een mening. Een gesprek over paarden, het klimaat, boosheid en, natuurlijk, schaatsen. ,,De grens van het toelaatbare is opgeschoven.’’

Henk Angenent is even afgeleid. Boven het tafeltje waar hij voor het interview wil aanschuiven, hangen enorme afdrukken van ’vroeger’. Opgehangen door de nieuwe uitbater van ’t Oude Raadhuys, stelt Angenent vast. De schaatslegende herkent elk huis, weet precies wat er waar veranderd is door de jaren. Hij kent zijn woonplaats Woubrugge door en door. Angenent barst los in een soort lezing, over de bootjes die op de oude foto’s zo prominent aanwezig zijn, maar waarvoor nu geen plek meer is. ,,Die mogen hier niet meer liggen. Doodzonde toch?’’

Angenent voelt zich goed. Hij heeft een prettige rol als stuwende kracht achter zijn opleidingsploeg (Ormer ICT) in het marathonschaatsen en is daarnaast druk met zijn fokkerij van sportpaarden. „Daar zijn we tien jaar geleden mee begonnen”, zegt de voormalig spruitjeskweker en melkveehouder. „Nu is het tijd om te oogsten. Het harde werken werpt z’n vruchten af. We hebben onlangs een paar paarden mooi kunnen verkopen.” Angenent hoopt dat een van zijn paarden het ooit schopt tot de Olympische Spelen. „Ónze paarden, hè. Mijn vrouw Sannah doet het meeste werk.”

Reist u veel voor de paardenhandel?

„Dat doet Sannah. Het is een internationale business. Zij vindt het leuk om te reizen en is goed in de handel. Ik ben meer een huismus, eigenlijk.”

Het ijs trekt toch nog wel?

„Nou, ik vind het heel mooi om te werken met die talenten. Alleen het coachen, het staan op de baan, dat doe ik al heel lang niet meer. Toevallig in januari weer eens, min of meer bij toeval, omdat het zo uitkwam. Maar de laatste keer daarvóór was in 2014. Ik spreek ’mijn’ talenten wel vaak. Meestal niet direct na de wedstrijd, maar als ik een beetje ben afgekoeld.”

Want u maakt zich vaak druk?

„De scherpe randjes zijn er wel een beetje af. Vroeger kon ik me gruwelijk druk maken om zaken die misgaan bij de bond, maar nu leg ik het iets makkelijker naast me neer. Nog steeds kan ik kwaad worden om dingen, hoor. Schaatsers die van de bond een Tikkie van 15 euro krijgen omdat ze te laat bij een prijsuitreiking aankwamen. Daar zitten ze bovenop, terwijl andere zaken onbestraft blijven.”

Vorig jaar zei u op Twitter over het marathonschaatsen: ’Dit is mijn sport niet meer’.

„Dat was na dat incident tussen Gary Hekman en Simon Schouten. Dat duwen en trekken op het ijs… Ik was ook heus geen lieverdje, er gebeurde vroeger ook weleens wat. Maar dit soort dingen gebeurt te vaak. De grens van het toelaatbare is opgeschoven.”

Wiens schuld is dat?

„Niet eens zozeer van de schaatsers. Die zoeken de grens op, dat is logisch. Bij een voetbalwedstrijd kijken de spelers ook hoever ze kunnen gaan bij de scheidsrechter. Dat is op het ijs niet anders. De straffen zijn te slap. Niemand grijpt echt in en dus verandert de sport.”

Toch leidt u talenten op voor dat wereldje.

„Dat is zo. Maar ik spreek die jongens wél aan op hun gedrag. Ben daar best hard in. Als je sterk genoeg bent, heb je je handen ook helemaal niet nodig bij het marathonschaatsen.”

Angenent roerde zich de voorbije jaren wel vaker. Hij maakt zich grote zorgen over het marathonschaatsen, de sport waaraan hij naar eigen zeggen zoveel te danken heeft. Er ontbreken echte ’gezichten’. Een Erik Hulzebosch, een Bob de Vries; ze worden volgens Angenent node gemist. „Hekman heeft zeker uitstraling, maar verder houdt het niet over. Bij het vrouwenschaatsen zie je nu de opkomst van Jutta Leerdam. Fris, goed, leuk in de media: zo’n persoon doet zó veel voor een sport.”

(Tekst gaat verder onder foto)

Henk Angenent is ’niet boos’, maar de legende uit Woubrugge heeft wel wat te zeggen: ’De grens van het toelaatbare is opgeschoven’
4 januari 1997: de dag die het leven van Angenent veranderde.
© Archieffoto

Maar bovenal gaat het marathonschaatsen niet mee met z’n tijd, vindt Angenent. Er moeten goede livestreams komen van de belangrijke wedstrijden. Rond langebaanwedstrijden in Canada of Amerika, zoals dit weekend in Salt Lake City, kun je marathonwedstrijden op een nabijgelegen meer opzetten. De internationale schaatsbond ISU zou zich daarmee moeten bemoeien. Want natuurijs, de strijd tegen de elementen, de bevroren baarden, dat willen mensen heus wel zien. Het zijn namelijk precies díe elementen die de Elfstedentocht tot zo’n mythische tocht hebben gemaakt, aldus Angenent. En hij kan het weten. Geen schaatser was zo lang de heersende Koning van de Bonkevaart; een recordleemte van ruim 23 jaar zit er inmiddels tussen de laatst gereden ’tocht der tochten’ en nu.

Krijgt u ooit nog een opvolger?

„Die komt er, zeker weten. Acht jaar geleden reden we op een haar na een Elfstedentocht. Er komt heus wel weer een clustertje koude winters aan. Ik bedoel: het klimaat verandert, maar dat is altijd al zo geweest. Wat dat betreft maak ik me geen zorgen.”

U bent een zogeheten klimaatontkenner?

„Nee hoor, hoewel je je kunt afvragen hoe groot onze invloed is op het klimaat. Het levert weleens interessante discussies op met mijn kinderen, die zijn 20, 15 en 13. Zij zien het anders. De jeugd is heel erg bezig met het klimaat. Ik denk dat we overdrijven. Er wordt tegenwoordig ook heel snel naar mensen gewezen. Naar boeren ook, ja. Ik vind dat te zot voor woorden.”

U geeft op Twitter ook vaak een gepeperde mening. Bent u een boze man?

Lachend: „Nee, nee. Ik word alleen heel boos om onrecht.”

Nostalgisch dan?

„Dat misschien wel. Historie boeit me. In de zomer van 1997 zat ik een radioprogramma, een paar maanden na de Elfstedentocht. ’Henk, besef je wel dat je nu deel uitmaakt van de Nederlandse geschiedenis?’, vroeg de verslaggever me. Toen besefte ik dat totaal niet.”

Nu wel?

„Steeds meer. Naarmate het langer geleden wordt dat die tocht voor het laatst gereden is, des te specialer het wordt voor mensen. Des te wilder de verhalen ook worden. Er gaat nog steeds geen dag voorbij dat ik niet word herinnerd aan 23 jaar geleden. Mensen staren je aan. Ik heb dat zelf niet zo door, m’n kinderen wel.”

Is het voor u niet leuker als er nooit meer een Elfstedentocht komt? Voor altijd ’de laatste winnaar’ Henk Angenent?

„Nee, ik gun ook andere generaties het genot van een Elfstedentocht. En laat ik heel eerlijk zijn: ik wil ’m zelf ook nog een keer rijden. Maar dan bewust. Want als ik nu mensen spreek, vertellen ze vaak dat ze er zo van hebben genoten. Dat wil ik ook wel eens meemaken; ik focuste me echt alleen op de wedstrijd. Dus over mijn volgende Elfstedentocht ga ik zo lang mogelijk doen.”

Meer nieuws uit Sport Regionaal

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.