Premium

Multatuliaanse echo’s klinken ook na 160 jaar nog door

1/2

’Ik wil gelezen worden!’, schreef Multatuli in zijn meesterwerk ’Max Havelaar’ (1860). En gelezen wordt hij. Misschien nog wel meer – nu exact 200 jaar na zijn geboortedatum – de VU de Multatuli-leerstoel in het leven roept. Hoogleraar Jacqueline Bel gaat deze vervullen. En dat allemaal dankzij een oproep van journalist Elsbeth Etty, die daarmee meteen laat zien dat het woord nog steeds een krachtig wapen is.

VU, revancheer je met een Multatuli-leerstoel, riep literair criticus en voorzitter van het Multatuli Genootschap Elsbeth Etty bijna een jaar geleden op na het sluiten van de bacheloropleiding Nederlands aan de Amsterdamse universiteit. Vurig bepleitte ze in haar artikel in de Volkskrant waarom het gewoonweg niet zo kon zijn dat de belangstelling voor literatuurstudies tanende zou zijn. Wél dat het literatuuronderwijs niet uitdagend genoeg was. ’En wie schreef er uitdagender dan Multatuli?’, verwijst ze naar het pseudoniem van Eduard Douwes Dekker (1820-1887) die met zijn meesterwerk ’Max Havelaar’ in 1860 het woord als wapen gebruikte om groot onrecht aan de kaak te stellen.

Waartoe de kracht van het woord niet kan leiden; Etty’s idee werd al snel door de faculteit omarmd en het plan om de opleiding nieuw leven in te blazen was geboren. Een leerstoel moderne letterkunde kreeg vorm en zou de naam van een van Nederlands grootste schrijvers krijgen die juist in 2020 zijn 200ste geboortedag beleeft. „Fantastisch dat de invloed van taal zo sterk kan werken”, looft Jacqueline Bel die de leerstoel gaat vervullen. „En – dat klinkt misschien wat paradoxaal – tegelijkertijd heb ik er geen woorden voor dat ik het uiteindelijk mocht worden.”

Blij verrast

Ze herinnert zich nog de dag dat ze blij verrast het artikel van Etty in de krant las, niet eerder wetende dat dit pleidooi in de maak was. „Ik vond het een geniaal idee, want wat is een universiteit zonder een opleiding in de moedertaal? Die hóórt er gewoon te zijn. De leerstoel zou het vak een heel nieuwe impuls kunnen geven.”

Reacties uit Bels omgeving volgden in de trant van: ’Hé, is dit niet wat voor jou?’. „Dat zou te mooi voor woorden zijn, dacht ik toen. Want dat de plek vanzelfsprekend aan mij toekwam, was niet het geval. Er ging namelijk een strenge selectieprocedure aan vooraf. Dat ik, met zoveel hart voor literatuur, nu de kans krijg om me er met volle kracht voor in te zetten, vind ik geweldig.”

Een van haar plannen is om literatuur voor een breed publiek aantrekkelijk te maken door onder andere de minor ’De schrijfacademie’ voor studenten van alle richtingen toegankelijk te maken door een combinatie van literatuur en creatief schrijven. „Uit het Pisa-rapport (2019) bleek dat Nederlandse leerlingen steeds minder lezen. Ik merk dat het gevolg is dat studenten ook steeds minder goed kunnen schrijven.”

De relevantie van literatuur wordt door velen niet gevoeld, betreurt Bel. Des te meer reden om het vak ook interdisciplinair aan te vliegen. „Het verhaal wordt steeds belangrijker, ook in andere sectoren. In het bedrijfsleven, de rechtszaal, de spreekkamer: het verhaal doet ertoe.” Het is de reden dat ze – juist in het Multatuli-jaar – met de ’Max Havelaar’ onder haar arm het gesprek opzoekt met bijvoorbeeld juristen, historici en medici om elkaars vakgebied te verrijken en het nut van literatuur zichtbaar te maken. „Een gerenommeerde bètageleerde werd eens gevraagd wat we moeten doen om creatief te blijven in een maatschappij die zo snel verandert als de onze. Waarop hij antwoordde: complexe literatuur lezen. Dat laat die hersens knarsen!”, benadrukt Bel. „Lezen is zo goed voor je brein, juist omdat het creativiteit vraagt om taal in beeld om te zetten waardoor je als het ware ’mee schrijft’ met de schrijver.”

Er lachend aan toevoegend: „Al zullen sommige schrijvers het hier niet mee eens zijn omdat ze hun boeken vooral als kunst op zichzelf willen beschouwen. Toch zie ik het als mijn taak om literatuur – taal in zijn beste vorm! – in de breedst mogelijke zin voor zoveel mogelijk mensen relevant te maken. Zo wil ik nadenken over – ja, het is een afschuwelijk woord, maar ik noem het toch maar zo – een ’literaire leerlijn’ die al op de basisschool begint.” Zodat kinderen al op jonge leeftijd kennismaken met bijvoorbeeld een vereenvoudigde versie van ’Saïdjah en Adinda’, zodat cultureel erfgoed al vroeg spelenderwijs wordt overgebracht. Om vervolgens op de middelbare school te beginnen met ’Max Havelaar’, het onovertroffen meesterstuk uit 1860 dat iemand als Jan Wolkers ’De Nachtwacht van de Nederlandse literatuur’ noemde. Volkomen terecht, beaamt Bel.

Geestige vondsten

De waanzinnig goed doordachte vertelconstructie, de bevlogen toespraak tot de hoofden van Lebak (’wel best pittig proza’) en het ontroerende liefdesverhaal tussen Saïdjah en Adinda: ’Max Havelaar’ zit fantastisch in elkaar, prijst Bel. „Het is een werk dat ertoe doet. Met schítterende formuleringen; een kathedraal als een ’dichtstuk in marmer’, ’een eeuwig gebed’. En geestige vondsten zoals de aankomst in Lebak wanneer Max na een urenlange tocht in een rijtuig, zegt: ’Men weet eindelijk niet juist meer waar het lederen kussen van de wagen ophoudt, en waar de ikheid aanvangt’. En kom je aan het slot van het verhaal van Saïdjah en Adinda terloops een formulering tegen als ’een dorp dat pas veroverd was door het Nederlandsche leger, en dus in brand stond’, dan wordt precies duidelijk wat de praktijk was van de aanwezigheid van het Nederlandse leger aldaar.”

Herontdekking

Die literaire en historische rijkdom maakt het boek volgens de hoogleraar zo interessant voor een plek in het literatuuronderwijs. „Je kunt er het heden en verleden mee bespreken, maar je kunt er ook kritisch over zijn, want natuurlijk wordt de geschiedenis vanuit een bepaalde, witte invalshoek bekeken.”

Wat die plek in het onderwijs betreft, valt er nog veel te winnen. Want al ziet de onderzoeker deze klassieker nooit verstoft raken, toch vraagt elke tijd weer om een ’herontdekking’ van Multatuli en moet zijn werk telkens weer nieuwe lezers vinden. De nieuwe website Multatuli-online, die het Multatuli Genootschap later dit jaar lanceert, kan daarbij een belangrijk hulpmiddel worden.

Bel herinnert zich de column van Christiaan Weijts in NRC Handelsblad waarin hij de ’Max Havelaar’ een ’afgrijselijke monumentale baksteen’ noemde en een ’effectief moordwapen voor elk sluimerend vonkje literaire interesse’. „Daar volgde toen een storm van protest op wat voor mij ook meteen een teken was dat er gelukkig óók nog veel belangstelling en waardering voor de ’Max Havelaar’ is.” En ja, ze snapt dat het werk bij de beginnende literatuurlezer alleen maar kan ’schitteren met een bevlogen docent Nederlands’ in de buurt.

Literaire liefdes

Multatuli is een van Bels ’literaire liefdes’. „Hij is een fascinerende persoon op alle mogelijke manieren en een vat vol tegenstrijdigheden. Hij was een charmeur, was gokverslaafd, had altijd schulden en gaf uit grote sociale bewogenheid alles aan iedereen weg. Tegelijkertijd had hij over elk denkbaar onderwerp eigen ideeën en was hij iemand die fantastisch kon schrijven en de kunst van het verhalen vertellen beheerste. Het spel met al die verschillende vertellers in ’Max Havelaar’ is ook bijna postmodern. De combinatie van engagement en esthetiek spreekt me aan. Multatuli wilde niet alleen maar mooi schrijven, integendeel: hij had een boodschap – ’de Javaan wordt mishandeld’ – en wilde om die reden vooral gelezen worden. Hij verwoordde dat op zo’n manier dat we zijn roman na 160 jaar inderdaad nog steeds lezen. Dat gebeurt natuurlijk alleen maar als je je zinnen zo weet te formuleren dat ze blijven pakken. Ja, ik zie hem echt wel als de godfather van de moderne literatuur.”

In de 160 jaar literatuurgeschiedenis van daarna zijn sporen van bewonderaars terug te vinden en klinken Multatuliaanse echo’s door. „Du Perron schreef ’De man van Lebak’, Hermans ’De raadselachtige Multatuli’ en ook in ’De tolk van Java’ van Libris Literatuurprijswinaar (2017) Alfred Birney klinken echo’s van Multatuli door, bijvoorbeeld in de complexe vertelstructuur en de zoon die een pak geschriften van zijn vader vindt. Ik geloof dat Birney eigenlijk niet zo van Multatuli houdt, maar wilde wel net als Multatuli de ’leugenachtige vaderlandse geschiedenis een smoel geven’.”

In zekere zin zijn er dus wel hedendaagse Multatuli’s aan te wijzen die de pen oppakken in de strijd voor rechtvaardigheid, maar Bel beschouwt Multatuli toch als onovertroffen, als ’de enige echte’. Iemand die het verdient om (her)gewaardeerd te worden. Het kan niet anders of Bel gaat er alles aan doen om dat voor elkaar te krijgen. „Ik barst van de plannen, energie én strijdvaardigheid. Nu eerst maar die oratie houden.”

2020 is het Multatuli-jaar

Een selectie van activiteiten

Februari

17 februari - Onthulling van de gedenksteen ter ere van Eduard Douwes Dekker alias Multatuli door koning Willem-Alexander.

Maart

2 maart - Oratie Jacqueline Bel aan de VU: ‘Ik wil gelezen worden. Het pak van Sjaalman en de moderne Nederlandse literatuur’

7 maart - Opening tentoonstelling Jubeljaren in het Multatuli Museum

8 Maart - Publicatie Multatuli, Liefdesbrieven, met een voorwoord van Elsbeth Etty

Maart-juni - Multatuli Pre University College (4 bijeenkomsten op de VU)

Maart-juni - Multatuli-tentoonstelling UB VU

Mei

Publicatie Klaartje Groot en David Hollanders, ’De kleine Multatuli. De Max Havelaar en andere werken samengevat’: atlascontact.nl/boek/de-kleine-multatuli/

Juni

12 juni - mini-symposium Multatuli Internationaal op de VU

Juli

4-18 Juli Multatuli Zomerschool over literatuur en engagement (VU)

September

Multatuli filmfestival op de VU (onder voorbehoud)

Oktober

Symposium Multatuli online (VU)

31 oktober - Tiende Max Havelaar Toesprakentoernooi voor middelbare scholieren, Universiteit Leiden

November

Multatuli-nacht van de Waarheid (Multatuli Genootschap en Toneelgezelschap Malpertuis) in De Brakke Grond en lancering Multatuli Online

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.