Commentaar: Zeeland verdient royale compensatie voor missen van marinierskazerne

1/2

Zeeland heeft alle reden om flink boos te zijn op het kabinet. Het besluit om de marinierskazerne niet naar Vlissingen te verhuizen, is regelrechte woordbreuk. De Zeeuwen zijn niet alleen jarenlang aan het lijntje gehouden, ze zijn ook nog eens om de tuin geleid. Volgens de Zeeuwse commissaris van de koning Polman heeft Den Haag steeds ontkend dat er ook naar alternatieve locaties werd gekeken.

Het gesol met de kazerne roept terecht verontwaardiging op. Toch hadden Zeeuwen dit besluit mijlenver aan kunnen zien komen. Als 85 procent van de mariniers en hun gezinnen een verhuizing van Doorn naar Vlissingen niet ziet zitten, is dat een feit om rekening mee te houden. Zeker in een tijd dat de krijgsmacht grote moeite heeft om personeel te vinden. Het kabinet had eigenlijk geen andere keus.

De grote woorden van commissaris Polman lijken vooral bedoeld om een fikse compensatie voor de provincie binnen te slepen. Daar is niks mis mee, maar het relativeert zijn verwijt van ‘onbehoorlijk bestuur’. De Zeeuwse claim is niettemin redelijk, omdat de voorbereiding van de kazerne al tientallen miljoenen heeft gekost. Woningen, een boerderij en camping werden onteigend. Voor niets, zoals nu blijkt.

De komst van 1800 mariniers zou een welkome impuls voor Zeeland zijn geweest. Eerder verdwenen er honderden banen bij de belastingdienst, rechtbank en het kadaster. Dat het kabinet vrijdag wel een besluit over de nieuwe standplaats van het Korps Mariniers nam, maar niet over de compensatie, is laakbaar. Zeeland verdient voor acht jaar bestuurlijk onvermogen een meer dan royale schadeloosstelling.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.