Premium

De kachel uitpissen in de Morspoortkazerne

De kachel uitpissen in de Morspoortkazerne
Ansichtkaart van de Morspoortkazerne, verstuurd in 1970; de afzender zette een kruisje bij het raam waarachter hij sliep.

Door de legering van de Koksschool in de Morspoortkazerne, is Leiden weer garnizoensstad geworden. Dat meldt het Leidsch Dagblad in september 1950. Daarmee werd de negentiende-eeuwse kazerne bevolkt door vier- tot vijfhonderd dienstplichtige militairen. Bijna dertig jaar lang zou legergroen een vertrouwd gezicht zijn in het Leidse straatbeeld.

Bij de sloop van de kazernegebouwen in januari 1981 waren de laatste militairen alweer twee jaar vertrokken. Op 13 december 1978 werd voor de laatste keer officieel de vlag gestreken. Onder de kop ’Titel Garnizoenstad voor Leiden verloren’ doet het Leidsch Dagblad verslag van de afscheidsceremonie. Door de verhuizing van de militaire koksschool van de landmacht kwamen zowel de Morspoort- als de Doelenkazerne leeg te staan. De militairen zelf waren niet rouwig om het vertrek: ’Ik ben blij dat ik hier eindelijk weg ga’, zei een dienstplichtig militair die vier maanden in de Morspoortkazerne verbleef. ’Ik heb nog nooit zo’n oude troep meegemaakt als hier.’

Vijfentwintig jaar eerder was de kazerne al ’uit de tijd’, herinnert Rien Helmus (1942) zich. Vanaf najaar 1962 was hij als dienstplichtig soldaat gelegerd in de Morspoortkazerne. Ze sliepen met een man of veertig op slaapzalen voor tachtig man. De slaapzaal werd verwarmd door een grote, ouderwetse kachel die ’s avond om tien uur, bij het avondappel, uit moest. Ze stookten ’m zo lang mogelijk hoog op. ’Dan waren er van die bijdehanten die pisten ’m uit; dat stonk als de hel.’ Hij ziet ook de granieten bakken nog voor zich waaraan ze zich wasten; ’daar dronken vroeger de paarden uit.’

Op eigen verzoek was Helmus opgekomen in december 1961 (lichting 61.6). Hij had uitgerekend dat hij na achttien maanden precies thuis zou komen op het moment dat zijn vader extra handen kon gebruiken in zijn bloembollenbedrijf. De crisis in Nieuw Guinea stak daar een stokje voor; het leger moest paraat zijn en de dienstplicht werd met twee maanden verlengd. Zo kwam Helmus toch te laat. Wel werd hij na zijn opleiding in Leiden geplaatst, zodat hij op de brommer naar Sassenheim kon om z’n vader te helpen.

Helmus was centralist bij de Verbindingstroepen en zat achter een ouderwetse schakelkast in de Doelenkazerne. Op weg daarheen liep hij de poort uit, door de Morsstraat, over de Blauwpoortsbrug naar rechts en dan weer rechtsaf het Noordeinde op. Via de Rembrandtstraat kwam hij bij de poort van de Doelenkazerne, die achter de brug over de Groenhazengracht lag. ’Voor de brug had je rechts de marechaussee’, het grote witte gebouw waarin jarenlang café De Grote Beer zat en nu restaurant Tabú. Helmus toont een plaatje van een oude ansichtkaart, waarop achter de poort nog net het gebouw is te zien waarin hij werkte. Het stond aan de Witte Singel, op de plek waar nu de keten staan van de aannemer die Het Arsenaal verbouwt.

De laatste bewoners van de Morspoortkazerne waren Marokkaanse gastarbeiders. De mannen namen in augustus 1979 hun intrek in de gebedsruimte die was ingericht in de leegstaande kazerne. De Marokkanen kwamen uit afgekeurde pensions en protesteerden met hun actie tegen verhuizing naar een ’woonoord’ in Leiderdorp. In de oude kazerne woonden ze beter dan in de pensions in de binnenstad. ’Er is volop ruimte, er is gas, licht en verwarming’, noteert Leidsch Dagblad bij een bezoek in juli 1980, ’Geen overdreven luxe, maar redelijk bewoonbaar.’

Een half jaar na het bezoek van de krant werden de kazernegebouwen gesloopt. Ook een luidruchtig protest van twee muziekverenigingen tijdens een raadsvergadering had niet geholpen; de verenigingen verloren een ideale oefenruimte in de lege gebouwen. Van de Morspoortkazerne rest nog het oude wachtgebouw, nu een hotel. Aan de zijde van het voormalige binnenplein hangt schuin tegen de gevel een spiegel. Voordat ze de poort uit liepen, konden de militairen daarin controleren of hun uniform goed zat.

Met dank aan Rien Helmus (Sassenheim) en Kees van Varick (Leiden).

Dertig jaar geleden, op 9 november 1989, viel de Berlijnse Muur, het symbolische einde van de Koude Oorlog. Het Leidsch Dagblad ging op zoek naar plekken uit de Koude Oorlog in de Leidse regio en de verhalen daarachter. Volgende week is de laatste aflevering in deze serie.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.