Premium

Column jong Geleerd: Carnivoor no more

Tot mijn vreugd heb ik mijn belangrijkste goede voornemen tot nog toe volgehouden. In tegenstelling tot het vorige decennium probeer ik zo min mogelijk vlees te eten, om het dierenleed tot een minimum te beperken. Geen sinecure, al heb ik – als goed jurist – voor enkele uitzonderingen gezorgd.

Ten eerste gaat het mij om het leed dat onze medeschepsels wordt aangedaan. Het eten van dieren op zich accepteer ik, zolang zij maar goed verzorgd en behandeld worden. Beter Leven-vlees (twee sterren of meer) komt dan ook nog wel eens op tafel. Op de website van stichting Wakker Dier valt te lezen dat daar ook de grens voor hun medewerkers ligt, dus ga ik daar ook maar op af.

De hulp van dat soort instanties heb ik nodig. Alleen lukt het me niet. Een stal openbreken om te kijken wat daarbinnen gebeurt, is meer iets voor het rellerige/activistische type, niet voor mij. Mijn route was het afstruinen van het internet, op zoek naar informatie over het wel en wee van dier en vee. Waar ik vroeger naïef dacht dat een ontwikkeld land als Nederland wel een humane manier van werken zou afdwingen, kwam ik bedrogen uit. De conclusie van de zoektocht was dat ik veel minder vlees moest gaan eten. In ieder geval niet meer van dieren die hebben geleden.

Er is echter nog een tweede escape: die voor het écht lekkere eten. Zo at ik afgelopen zondag frikandellenpasta naar het recept van mijn schoonvader. Het was een gerecht dat vanwege zijn exceptionele kwaliteit (de combinatie is even gek als geniaal) met recht een uitzondering vormde. Toegegeven, deze uitsluitingsgrond is een zwakke, maar ik kom van ver. De eerste 25 jaar van mijn leven at ik twee tot drie keer per dag vlees. Nu is dat maximaal drie keer per week. Volledig vega ben ik niet, maar het is een wereld van verschil.

Wat misschien wel het gekste gevolg is van een dergelijke aanpassing van je dieet, is dat je identiteit er door lijkt te veranderen. Mensen gaan je anders zien en vice versa. Zo zie je ineens dat in bijna alles vlees zit. Als het kán, dan stopt de mens er klaarblijkelijk het liefst een dier in. Salades, ovenschotels of pasta’s – het maakt niet uit, vlees moet. Als je daar niet aan meedoet, ben je anders. Iedereen is verbaasd en vraagt waarom. Soms volgt een bekentenis van de eigen hypocrisie, maar meestal niet. De vegetariër is bijzonder, de carnivoor de norm. Het is een teleurstellende constatering voor de meest succesvolle diersoort.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.