Premium

Negen eeuwen strijd om medezeggenschap

Negen eeuwen strijd om medezeggenschap
Medezeggenschap.
© Omslag Prometheus
Leiden

Negen eeuwen is in Europa gevochten voor politieke medezeggenschap. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd een deel van Europa een democratische rechtsstaat.

Wim Blockmans, emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit Leiden, publiceerde onlangs een boek over die strijd: ’Medezeggenschap, politieke participatie in Europa voor 1800’. Hij onderzoekt hoe politieke emancipatiebewegingen opkwamen en ten onder gingen.

Blockmans onderscheidt drie periodes: 1100-1350, 1350-1600 en 1600-1800. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat ontwikkelingen overal anders verliepen. Blockmans toont in 473 pagina’s het verband aan tussen politieke medezeggenschap, demografische en economische ontwikkelingen en zaken als verschillen in klimaat, de aanwezigheid van (water)wegen en rijkdommen.

Handelskapitaal

Tussen 1100 en 1350 ontluikt de politieke medezeggenschap van burgers in de steden, met name in de Italiaanse stadstaten en andere West-Europese steden. „Daar ontstond een nieuw type samenleving, waarin handelskapitaal een grote rol ging spelen”, aldus Blockmans. Hoe meer de steden groeiden, hoe meer de (rijke) burgers zelfbestuur opeisten. „In gebieden waar vorstelijk gezag zwak stond, organiseerden handelaars en steden zich in koopliedengilden en interregionale verbanden om door samenwerking zelf veiligheid te scheppen en verdragen te sluiten”, aldus Blockmans.

De steden waren uit op winstmaximalisatie. Vorsten streefden vooral naar het beveiligen en uitbreiden van hun territorium en hechtten minder waarde aan de welvaart van hun onderdanen. „Dit krachtenveld was aanzienlijk complexer dan dat in traditionele agrarische samenlevingen. Juist die complexiteit bracht de verschillende belangengroepen tot elkaar in overlegsituaties.” De vorm van dit overleg verschilde. Zo ontstonden er standenvergaderingen, waarin de geestelijkheid, adel en de gegoede burgerij uit de steden zaten.

Hongersnood

Tussen 1350 en 1600 stagneerde de groei en daarmee ook de inspraak. Door hongersnoden en epidemieën nam de bevolking van Europa tussen 1348 en 1450 met een derde af. Blockmans: „Steden verloren hun dynamiek en moesten zich onderwerpen aan steeds krachtiger staatsstructuren.” Standenvergaderingen werden alleen door vorsten bijeengeroepen en dan vooral wanneer zij steun nodig hadden voor een oorlog of inzake erfopvolging. Zodra de rust weergekeerd was, waren de standenvergaderingen ook weer verleden tijd.

Tussen 1600 en 1800 verdwenen in veel landen de standenvergaderingen en andere participatievormen van het toneel. Er heerste bijna continu oorlog. Staten gaven vaak meer dan de helft van hun inkomsten uit aan oorlog. Het bijeenroepen van de vergaderingen kostte simpelweg te veel tijd en naar bezwaren werd niet geluisterd.

Stemrecht

In de Zwitserse Confederatie, Engeland en de Republiek kreeg de vertegenwoordiging juist meer macht. In Engeland had op een gegeven moment zelfs 23 procent van de mannelijke bevolking stemrecht, de verst ontwikkelde vorm van politieke participatie in die tijd.

Niet toevallig waren Engeland en de Republiek de twee leidende gebieden als het ging om economie en bevolkingsgroei. Net als in de eerste fase ging economische en demografische groei samen met meer zeggenschap. Blockmans: „Andersom kenmerkten perioden van economische en demografische stagnatie en recessie zich door de inperking van politieke participatie.”

Uiteindelijk ontstond in West-Europa de rechtsstaat. Blockmans: „Zij dankt haar ontstaan en uitwerking aan een eeuwenlange reeks onderhandelingen tussen vorsten in noodsituaties en de vertegenwoordigers van de standen, althans in de landen waar onderdanen aan de besluitvorming hadden leren te participeren. Grote delen van Europa konden die dure les pas eeuwen later leren en ze is nog steeds lang niet overal doorgedrongen.”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.