Premium

Leidse verpleegkundige mag na relatie met patiënt beroep niet meer uitoefenen

Leidse verpleegkundige mag na relatie met patiënt beroep niet meer uitoefenen
De Leidse verpleegkundige mag niet meer in de zorg werken.
© archieffoto
Leiden

Bas van G. (1986) uit Leiden mag zijn beroep als verpleegkundige niet meer uitoefenen. Zijn registratie in het zogeheten BIG-register wordt geschrapt omdat hij in de zomer van 2017 kortstondig een relatie had met een patiënte (1997).

Dat blijkt uit een uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege in Den Haag. Collega’s hadden hem nog zo gewaarschuwd uit haar buurt te blijven, vanwege haar uitdagende gedrag. Maar die waarschuwingen sloeg hij in de wind. De collega’s maakten vervolgens melding bij de directie. Van G. nam ontslag om een gedwongen ontslag te voorkomen.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelde destijds een onderzoek in en sleepte hem voor de tuchtrechter. Die deed onlangs uitspraak, waarna het CIBG (Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg) deze week het besluit hem te schrappen uit het BIG-register (een verplichte registratie voor vrijwel alle zorgfuncties) publiekelijk maakte.

Afbeeldingen

De patiënte was van 4 april tot en met 7 augustus 2017 opgenomen op een gesloten afdeling vanwege depressiviteit en suïcidale gedachten. Daar ontmoette zij Van G. die er verpleegkundige was. In die tijd hadden de twee privécontact via Snapchat en Whatsapp. ’Daarbij zijn foto’s en filmpjes met seksuele afbeeldingen en handelingen over en weer gestuurd’, staat in de uitspraak van de tuchtrechter. Ook nam G. de vrouw een keer mee naar zijn huis. Twee dagen later probeerde ze zichzelf in de kliniek van het leven te beroven.

De tuchtrechter heeft geen goed woord over voor het gedrag van de verpleegkundige. De patiënte bevindt zich immers in een afhankelijke situatie. ’Van die afhankelijkheid mag een hulpverlener nooit, onder geen enkele omstandigheid, misbruik maken’, verwijst de rechter naar artikel 2.4 van de Nationale Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden uit 2015.

De rechter rekent de voormalig verpleegkundige zwaar aan dat hij waarschuwingen van collega’s negeerde. ’Hij heeft geen oog gehad voor de kwetsbaarheid van de patiënte en de gevolgen die dit voor haar kon hebben. Zijn handelwijze is dan ook zeer ernstig en tuchtrechtelijk verwijtbaar’.

Therapie

De Leidenaar volgde nadien een therapie, maar de tuchtrechter kan niet goed inschatten of daardoor een kans op herhaling geweken is. Hoewel Van G. tijdens de zitting bij het tuchtcollege toegaf dat de relatie niet goed was en dat hij beter naar zijn collega’s had moeten luisteren, ontbreekt volgens de rechter ’het inzicht in de inbreuk die zijn gedrag had op het leven van de patiënt’. Ook rekent de rechter het de Leidenaar zwaar aan dat hij na zijn ontslag in zijn twee volgende banen in de zorg niet van meet af aan melding deed van het inspectieonderzoek dat tegen hem liep. Sinds april vorig jaar werkt hij niet meer in de zorg.

Tegen Van G. loopt ook nog een strafrechtelijk onderzoek. Dat is ingesteld nadat de patiënte in oktober 2017 aangifte tegen hem had gedaan. Wanneer de strafrechter de zaak behandelt, is nog niet bekend.

Het CIBG maakt sinds vorig jaar april vrijwel alleen nog de namen openbaar van zorgverleners met de zwaarste straffen die door een tuchtcollege zijn opgelegd. Daaronder vallen ook de doorhalingen in het BIG-register. De tuchtrechter bepaalt of een naam van een gezondheidswerker met een lichtere straf zoals ’een berisping’ of boete ook openbaar wordt gemaakt. Hij maakt dus een inschatting of het privacybelang van de zorgverlener moet wijken voor het algemene belang van de openbaarheid.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.