Premium

Column Joyce van der Meijden: Aandacht

1/2

Ze had ze bewaard. Mijn tekeningen. Zoals lieftallige moeders dat doen.

Niet alleen de schattige kinderlijke pogingen tot het vereeuwigen van de hond en de tuinkabouter. Maar ook de schetsen die ik maakte wanneer mijn ouders er van overtuigd waren dat ik studeerde op iets wezenlijk belangrijks als dode Griekse woordjes.

Hij, die haar zo mist, vond ze in een laatje op zolder. Vergeeld en zonder hoekjes. Bij mijn bezoek lagen ze voor me klaar. De familie Duck met verwrongen snavels, de nogal mislukte karikatuur van mijn leraar Duits, zelfs de tekening van mijn porseleinen olifantje met roze strikjes.

Sommige dingen veranderen niet. Nu, ruim dertig jaar later, staat het aantekeningenboekje naast mijn laptop vol met huisjes, vogeltjes en boter-kaas-en-eieren (ja, dat kan echt ook in je eentje). Ik ben bezig met het schrijven van een boek. Vaak word ik daar bijzonder blij van. Maar nu even wat minder. Het verhaal kan linksaf of rechtsaf en ik kan niet kiezen. Gevolg: mijn aandachtsspanne is zo mogelijk nog slechter dan toen ik gruwelijk spannende stof in mijn hoofd vol mee-eters probeerde te stampen.

Ik teken niet alleen, mijn gedachten flitsen ook nog eens als een flipperkast van het ene naar het andere nieuwsfeitje. Naar Max Verstappen bijvoorbeeld, die als een echte prins op de erwt alleen lekker slaapt in Noordwijk. Vanwege de luchtkwaliteit misschien? In Zandvoort is tegenwoordig belachelijk veel verkeer. Of vindt hij het cool om van hotel naar circuit over het strand te racen? Als je een superheld bent mag je tegenwoordig gewoon zigzaggend langs zeehonden. En die vogels nemen volgend jaar maar gewoon een nieuw nestje.

Het is trouwens maar afwachten of Max gaat racen want het coronavirus klopt op onze deur. En voor ik het weet zit ik met mijn hoofd bij de vraag of we een quarantaine doorkomen op zes blikken tomatenpuree.

Van het coronavirus is het nog maar een kleine gedachtesprong naar Nieuwsuur. En naar die lieve minister Bruins, die daar voor de camera niet onderdeed voor een doorgewinterde GGD-medewerker. Met zijn mond op ellenbooghoogte verstopt in de stof van zijn colbert liet hij ons onwetenden zien hoe je moet hoesten. Ik was diep onder de indruk, zonder hem was ik onverantwoord in mijn pols blijven kuchen. Hij maakte me helemaal gek toen hij uitlegde dat het beter is om papieren wegwerpzakdoekjes te gebruiken. We mogen dus allemaal onze stapels keurig gewassen en gestreken zakdoeken in ons nachtkastje laten liggen.

Wie doet dat tegenwoordig nog, zakdoeken wassen? Bij mij in de familie was mijn moeder de enige, zij snoot tot het bitterende einde in herbruikbaar katoen. Favoriet was de zakdoek met de door mij geborduurde eekhoorn, of giraf, of toch oma Duck. Dat blijft wat onduidelijk.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.