Ondanks al het geld, alle aandacht, alle onderzoeken en rapporten, blijven de problemen in de Slaaghwijk

Ondanks al het geld, alle aandacht, alle onderzoeken en rapporten, blijven de problemen in de Slaaghwijk
Beeld uit de Slaaghwijk.
© Foto Leidsch Dagblad

De leefbaarheid in arme wijken neemt steeds verder af, bleek deze maand uit onderzoek van Aedes, de koepel van woningbouwverenigingen in Nederland. Het worden steeds meer ’stapelplaatsen’ van statushouders en mensen met psychische en sociale problemen. Bewoners van arme wijken zouden zich vaker onveilig voelen en drie keer vaker dan de gemiddelde Nederlander last hebben van hun buren. ’Dat zien wij ook in Leiden terug’, reageerden de Leidse corporaties Portaal, Ons Doel en De Sleutels.

Namen van wijken willen de corporaties niet noemen, maar reken maar dat ze ook de Slaaghwijk bedoelen. Want wat er ook verandert in Leiden, de flatwijk tussen IJsselmeerlaan en Gooimeerlaan blijft in de ogen van gemeente en corporaties een probleemwijk. Het gemiddeld inkomen is nergens in Leiden lager, het percentage mensen met een uitkering is nergens in Leiden hoger. Volgens de gemeente wordt nergens anders in de stad zoveel rotzooi op straat gedumpt, en van de opvoedkundige kwaliteiten van veel bewoners heeft de gemeente geen hoge pet op. Dat is al tientallen jaren zo.

Afgezien misschien van de binnenstad, krijgt geen wijk in Leiden zoveel aandacht van gemeente en instanties als de Slaaghwijk. En in geen enkele wijk in Leiden gaat per hoofd van de bevolking zoveel geld om in buurt- en welzijnswerk. Dat is al meer dan veertig jaar zo. Het begon in 1971 bescheiden, met 10.000 gulden per jaar voor het buurtwerk dat een pastoor er deed. De laatste jaren gaat er ruim 700.000 euro per jaar naartoe. En dat is dan nog afgezien van incidentele uitgaven voor het stimuleren van wijkinitiatieven (879.000 euro in 2018 bijvoorbeeld) of het bevorderen van participatie en ontmoeting (859.000 euro in 2012). En dat voor een buurt waar nog geen 4600 mensen wonen.

Projecten

Nergens in Leiden zijn zoveel projecten van welzijnsorganisaties om de bevolking ’op te voeden’. Als de gemeente in 2009 geld wil uit het Preventiebudget van het ministerie van wonen, wijken en integratie, schrijft ze in de aanvraag dat er op dat moment dertig projecten draaien in de Slaaghwijk. Die hebben namen als In gesprek met Marokkaanse ouders, Kan wél, Veilig opgroeien, Achter de voordeur, en Eropaf in de Slaaghwijk. Het ritselt van de publicaties. In 2008 verschijnen het Bewonersonderzoek Slaaghwijk en de Kansenkaart Slaaghwijk, in 2009 een ’marktanalyse’ en een ’wijkactieplan’, in 2010 een Werkboek Slaaghwijk en het rapport Slaaghwijk aan de slag; de sociale peiler.

Het treurige is dat, ondanks al het geld, alle aandacht, alle onderzoeken en rapporten, de problemen in de Slaaghwijk volgens de gemeente niet wezenlijk veranderen. Ongeveer om de vier jaar constateert Leiden weer dat de bewoners minder zorg hebben voor hun omgeving, minder meedoen aan de maatschappij, zich vaker onveilig voelen en meer last van elkaar hebben dan in andere wijken. En dan wordt er weer een nieuw project opgezet. En vier jaar later begint het weer van voren af aan.

Probleemgevallen

Er wonen te veel ’probleemgevallen’ in de wijk, zeggen de wijkagent en de jongerenwerkers. Te veel mensen die begeleiding nodig hebben. Zij willen een meer ’gemengde wijk’, waar ook mensen met wat hogere inkomens wonen, en mensen zonder problemen. De corporaties willen hetzelfde, schrijven zij in reactie op het Aedes-rapport. ’Een deel van de oplossing is het realiseren van huurwoningen voor middeninkomens. Zodat we als corporaties kunnen werken aan gemengde wijken’.

Maar aan de bevolkingssamenstelling van de Slaaghwijk gaat in ieder geval de komende twintig jaar niets veranderen, zeggen gemeente en corporaties. Flats slopen om plaats te maken voor wat duurdere huurwoningen zou kapitaalvernietiging zijn. „Het kost een godsvermogen”, zei burgemeester Henri Lenferink. „En we hebben geen andere huisvesting voor de huidige bewoners.”

Die bewoners zijn overigens lang niet allemaal ontevreden over hun wijk. Veel mensen wonen er met plezier. Dat lijkt in strijd met het cijfer dat zij hun wijk geven in de ’leefbaar-o-meter’: een 6,2. Maar in een disclaimer bij dat meetinstrument van het ministerie van Binnenlandse Zaken staat over de Slaaghwijk, dat daar maar weinig bewoners meededen aan de peiling en de uitslag dus niet representatief is. Toch is een belangrijk doel van de gemeente Leiden met het huidige project Van Slaaghwijk naar Slaaghrijk, dat de bewoners hun wijk voortaan een 7 geven.

Nuance

Universitair docent Erik de Maaker, wiens studenten onderzoeken deden en doen in de Slaaghwijk, pleit voor wat meer relativering en nuance. „Want wat meet je nou eigenlijk met zo’n ’leefbaar-o-meter’? De gemeente ervaart problemen in de wijk en daarbij worden grote woorden gebruikt. Ik denk dat je juist naar de nuance toe moet.”

Marjan Moojen, die bijna vanaf het begin in de wijk woont en in allerlei organisaties actief was, denkt dat de gemeente de Slaaghwijk gebruikt om oplossingen voor sociale problemen uit te proberen. Een experimenteerwijk. „Want het gaat wel altijd over de Slaaghwijk, maar de problemen die de gemeente hier ziet, bestaan natuurlijk ook in andere wijken, zoals de Hoge Mors en het Haagwegkwartier.”

Dit verhaal is het slot van de serie Groeten uit de Slaaghwijk die wij de afgelopen zeven weken publiceerden. De interviews die hieraan ten grondslag lagen, verschijnen de komende week in het gelijknamige dossier op de website van het Leidsch Dagblad. De serie werd mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Leids Mediafonds.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.