Premium

Neerlandistiekdagen in Kamerlingh Onnesgebouw maken het Nederlands weer hip

1/2

Als student Nederlands Charlotte de Beus (23) haar dagelijkse ’inspiratierondje’ over de Rijn- en Schiekade maakt, valt haar oog op het muurgedicht ’Mijn moeder is mijn naam vergeten’ van Neeltje Maria Min. ’Noem mij, bevestig mijn bestaan, laat mijn naam zijn als een keten. Noem mij, noem mij, spreek mij aan, o, noem mij bij mijn diepste naam’. Het is een gedicht over taal, vindt ze. ,,Benoemen, dat is bestaand maken. Wat niet benoemd wordt, dat is er niet, en heeft geen identiteit.’’

De Beus is, samen met Lotte van den Bosch en Damy Baumhöer (23) een van de initiatiefnemers van de Neerlandistiekdagen. Komende vrijdag en zaterdag is het zover. Dan moet een jaar voorbereiding zijn vruchten gaan afwerpen in het Kamerlingh Onnesgebouw aan het Steenschuur in Leiden.

De Neerlandistiekdagen, maar natuurlijk! Het woord klinkt zo gewoon, alsof zulke dagen al jaren verplichte kost zijn voor de liefhebbers van het Nederlands. Toch is dat niet zo. Evenementen rondom taal zijn er in Nederland wel, zoals het Drongofestival dat ’meertaligheid’ centraal stelt. Maar een evenement rondom de Neerlandistiek, dat is voor het eerst.

Met het tweedaagse evenement willen De Beus en Van den Bosch iets doen aan het negatieve sentiment, het crisisgevoel dat de afgelopen decennia rondom de Neerlandistiek is gegroeid. De taal die wij allen dagelijks spreken, lijkt aan glans te hebben verloren. Er wordt op een licht neerbuigende toon over gesproken - het Nederlands, ach, het Nederlands. ,,De Nederlandse taal is voor ons zo vanzelfsprekend dat we het bijzondere ervan niet meer zien’’, zegt Van den Bosch, terwijl ze in café De Leidse Lente van haar thee nipt.

Positief

Ze kennen de veelgehoorde klacht dat het Nederlands ’terrein verliest’, vooral ten opzichte van het Engels. Ook zijn ze vertrouwd met het gemopper dat het Nederlands van binnenuit wordt uitgehold door ’me moeder’-zeggers, taalgebruikers die niet de moeite nemen om de taal correct te spreken. Het Nederlands is ook een strijdperk geworden, waar verbeten wordt geruzied over woorden als ’Gouden Eeuw’, ’vaderlandse geschiedenis’ en andere woorden die nog wel, of juist niet meer gezegd mogen worden. De drie studenten vinden ’dit soort dingen’ wel ’interessante onderzoeksterreinen’, maar nee, zo willen zij het debat niet voeren. ,,Dan wordt het een soort verdedigen. Dat heeft de taal niet nodig. Wij willen laten zien wat het Nederlands is, wat het kan, welke waarde het heeft - dat is de insteek!’’

Wij mensen, zeggen de twee studenten vol overtuiging, hebben niet alleen taal, wij zijn taal. Met taal geven wij betekenis aan de wereld om ons heen. ,,Iets wordt pas werkelijkheid in de taal’’, zegt De Beus. Zoals in het gedicht van Neeltje Maria Min waarmee dit artikel begint, wordt iets ’in zijn bestaan bevestigd’ als het wordt ’genoemd’. Met andere woorden: iets waarvoor geen woord is, dat bestaat niet echt. ,,Hoe kun je taal dan niet belangrijk vinden?’’

Vrijdag is de academische dag. Vakdocenten en academici bespreken ’actuele thema’s in de neerlandistiek’, met als doel om het Nederlands weer hip te maken in onderwijs en samenleving. Hoe vernieuwen we het onderwijs? Welke nieuwe didactische inzichten kunnen daarbij helpen? Hoe gaan docenten om met de steeds groeiende diversiteit in achtergrond van leerlingen en studenten?

Taalstaat

Zaterdag is de publieksdag in het Kamerlingh Onnesgebouw (KOg). Dan staan de leuke, vrolijke kanten van de taal centraal, zoals hiphop, Smibanese (de taal van Amsterdam Zuidwest), juridisch jargon en poëzie. Romanschrijfster en essayist Karin Amatmoekrim (43) verricht om 10.00 uur de opening. Daarna kunnen bezoekers ’meepraten, meedenken en meedoen’ over allerlei aspecten van het Nederlands. Er zijn twee stadswandelingen geprogrammeerd. De ene voert langs Leidse muurgedichten, de andere langs adressen die een rol hebben gespeeld in het leven van Matthias de Vries (1820-1982), de ’aartsvader van de Neerlandistiek’. Wie niet de kans heeft om naar Leiden te komen, kan tussen 11.00 en 13.00 uur afstemmen op het NPO Radio 1-programma De Taalstaat van Frits Spits. Hij zendt live uit vanuit het KOg en bezoekers kunnen daar bij zijn. Hij ontvangt ’alleen gasten die Nederlands hebben gestudeerd’. ,,Zelfs de band bestaat uit neerlandici’’, zegt De Beus.

De publieksdag toont vooral de leuke kant van het Nederlands, maar de taal is er niet alleen ’voor de leuk’, zoals columniste Paulien Cornelisse zou zeggen. Helder, op de situatie toegesneden taalgebruik kan een zaak zijn van winst of verlies, en van leven en dood. Van den Bosch noemt juridische communicatie als voorbeeld. ,,Rechtenstudenten zijn te motiveren voor het Nederlands door ze te laten zien dat ze met een goed opgezet betoog een zaak voor hun cliënt kunnen winnen.’’ Een ander voorbeeld is communicatie in de spreekkamer. ,,Goede communicatie is daar letterlijk van levensbelang.’’ Ja, het Nederlands is overal. En dus, zeggen Van den Bosch, De Beus en Baumhöer in koor, ,,is ook de Neerlandistiek overal.’’

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.