Noordwijkse Hotel Huis ter Duin in oorlogstijd: goed én fout

Noordwijkse Hotel Huis ter Duin in oorlogstijd: goed én fout
Het mondaine 'Kurhaus' Huis ter Duin van toen.
© Foto Privécollectie Anne Marie Posthuma-Tappenbeck
Noordwijk

Omdat het 75 jaar na de bevrijding is, plaatsen we nogmaals een artikel uit 2013.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Tijdens dodenherdenking staat Peter Tappenbeck (76) ieder jaar aan het einde van de Koningin Astrid Boulevard in Noordwijk. Als jochie onthulde hij in 1948 het verzetsmonument voor zijn vader Rudolf Tappenbeck.

Terwijl een kilometer verderop kransen worden neergelegd, liggen zijn bloemen aan de voet van de koperen naald met de meeuw.

In het zicht van het monument ligt, direct aan zee, het imposante Grand Hotel Huis ter Duin. Een vijfsterrenhotel, internationaal conferentieoord en vooral bekend als verblijf van het Nederlands voetbalelftal.

Weinig herinnert nog aan het mondaine 'Kurhaus' van toen, waar onder andere de schrijver Thomas Mann, schilder Isaac Israëls en leden van het Nederlandse koningshuis graag verblijven. Als Nederland wordt bezet, proberen de gebroeders Rudolf (1898) en Wolfgang (1901) Tappenbeck het familiebedrijf door de oorlog te loodsen.

20 mei 1944. Peter Tappenbeck is erbij als zijn vader Rudolf Tappenbeck - directeur van Hotel Huis ter Duin - door de Duitsers wordt opgepakt.

Door het raampje van de deur kijkt hij in de gezichten van twee mannen in groengrijze jassen en gleufhoeden. 'Is je vader thuis?' Peter Tappenbeck: ,,Die spanning. Ik wist direct dat het niet goed zat. Naarmate ik ouder word, lijkt het wel alsof ik het beeld steeds helderder op mijn netvlies krijg.''

De mannen verdwijnen met z'n vader in de studeerkamer. Als Peter rond de lunch thuiskomt uit school, zijn ze er nog steeds. ,,De stemming voelde dreigend. Moeder had al gehuild. Dat zag ik.''

Nooit meer gezien

Zijn vader wordt gearresteerd. Met een koffer in zijn hand neemt hij afscheid. Tegen Peter zegt hij: ,,Kom, papa moet even weg. Zal je goed je best doen met sommen?''

Rudolf Tappenbeck kust zijn vrouw en vier kinderen en loopt het pad op. Door het raam van de voorkamer zien ze hem tussen de mannen in naar de auto lopen. ,,Hij stapte achterin en reed weg. Ik heb hem nooit meer gezien.''

De van oorsprong Duitse familie Tappenbeck, al twee generaties in Nederland geboren en getogen, staat bekend als Duitsgezind. Eén tak van de familie staat aan de kant van de bezetter. Zo dienen twee neven bij de SS.

,,Hij kwam als hoofd met een Duitse colonne het Huis ter Duin wel even bezetten'', kijkt Peter Tappenbeck terug. ,,Ze kwamen zo naar boven rijden, de oprijlaan op, al die Duitse uniformen. In de hal van het hotel stonden mijn vader en zijn broer. 'Hoe durf je!' hebben ze gezegd.'

Hakenkruisvlag

Een nicht, aandeelhouder en direct betrokken bij het Huis ter Duin, is getrouwd met een Duitse SS'er. Boven de haard hangt een portret van Hitler, op feestdagen hijst ze de hakenkruisvlag en haar kinderen zijn lid van de Hitlerjugend. Rudolf en Wolfgang Tappenbeck behoren tot de tak die het met lede ogen aanziet.

In het begin van de oorlog is het voor de broers geen enkel probleem het hotel draaiende te houden. Het gebouw is ongeschonden en de Duitse toeristen genieten van de mondaine sfeer en 'frische Luft' aan zee. Er wordt gedanst en gefeest. Tussen de gasten verschijnen steeds meer Duitse officieren.

Noordwijkse Hotel Huis ter Duin in oorlogstijd: goed én fout
Huis ter Duin.
© Archief

Door de strategische ligging, direct aan de Noordzeekust, is het voor de Duitsers een kwetsbare plek die ze nauwlettend in de gaten houden. Ze vrezen voor een aanval uit zee. De boulevard wordt veranderd in een verdedigingswerk. Zo zag het strand er uit.

Wolfgang Tappenbeck is de man op de voorgrond, de doener, de regelaar. Hij is een echte hotelman, opgeruimd en gastvrij. Rudolf is wat meer op de achtergrond, de denker en vooral verantwoordelijk voor de financiële administratie van het bedrijf. Ze kunnen het goed met elkaar vinden. Beslissingen nemen ze samen.

Gesloopt

Als in 1942 het hotel in het Sperrgebiet (verboden zone) komt te liggen, openen ze een restaurant in een van de bijgebouwen. Binnen de kortste keren is dat het vaste onderkomen van Duitse officieren en hangt het bordje 'Wehrmachtsverkehrslokal' op de gevel. Zodoende kunnen de broers het familiebezit in de gaten houden en voorkomen dat de huizen en hotels in het Sperrgebiet gesloopt worden.

Terwijl Wolfgang met de Duitsers zaken doet, krijgt Rudolfs vrouw bezoek van een armoedig geklede man. 'Noemt u mij maar Frits.' Hij biedt zich aan voor verzetswerk en laat een briefje zien waarin een knokploeglid uit Leiden hem aanbeveelt. Ze vertrouwt het niet en stuurt hem weg, niet wetende dat Frits van Bijnen voor de Sicherheitsdienst (SD) werkt.

De samenwerking met de Duitsers is voor Rudolf Tappenbeck misschien wel dé perfecte dekmantel om het verzet te steunen.

Zonder dat zijn broer het weet, geeft hij geld aan de illegaliteit, voedselbonnen aan onderduikers en schrijft hij een pamflet in het Duits dat verspreid zal worden onder Duitse officieren. Hij roept hen op de opdracht te weigeren om bij terugtrekking Nederlandse energiebedrijven te vernietigen.

Beruchte SD’er

Maar op 20 mei 1944 staat Frits van Bijnen opnieuw voor de deur. Nu met de beruchte SD-man Marten Slagter. Bij huiszoeking wordt belastend materiaal én het pamflet gevonden. Rudolf wordt meegenomen en vastgezet in Scheveningen. De familie is in rep en roer.

En ook nu komen de contacten met de Duitsers van pas. Wolfgang Tappenbeck schakelt zijn nicht in die het hoofd van de SD kent en mag zijn broer bezoeken. Met steekpenningen kan Wolfgang kleding, voedsel en zelfs briefjes van zijn vrouw aan Rudolf brengen. Ook als hij wordt overgebracht naar kamp Vught.

Onderhandelingen draaien op volle toeren. Alles wordt ingezet om Rudolf vrij te krijgen. Voor het enorme bedrag van 50.000 gulden kan hij worden vrijgekocht. Maar wat er hoopvol uitziet, eindigt in een drama. Het losgeld wordt niet overgedragen.

Doodstraf of werken

Rudolf krijgt de keuze: de doodstraf of voor de Duitsers werken? Dat weigert hij en wordt afgevoerd naar Sachsenhausen. Er is geen contact meer. Via Sachsenhausen komt hij in het concentratiekamp Neuengamme terecht. Pas na de bevrijding hoort de familie dat hij daar aan de ontberingen is bezweken.

De ondernemersgeest van Wolfgang Tappenbeck draait dan alweer op volle toeren. Slechts één dag was er voor nodig het Huis ter Duin om te toveren tot Leave Centre voor de Canadezen.

Lees ook: Noordwijk en Huis ter Duin hebben speciale plek bij Canadese veteranen

De euforie is van korte duur. Tot zijn grote verbazing wordt hij op verdenking 'ter zaken samenzwering met en leveranties aan den vijand' gearresteerd. Hij krijgt huisarrest en staat buiten spel. De 'Zaak Tappenbeck' gonst door het dorp.

Zuiveringsraad

Na tien maanden huisarrest behandelt de Zuiveringsraad de zaak. Hem wordt kwalijk genomen dat er niet meer weerstand is geboden tegen het exploiteren van het 'Wehrmachtsverkehrslokal' . Ook zijn omgang met NSB-burgemeester Musegaas en zwarthandel krijgen kritiek.

Wolfgang Tappenbeck weerspreekt de aanklachten en stelt onder meer dat het onderkomen voor officieren onder druk van de Duitsers is geopend en dat hij in het belang van Noordwijk voorkomen heeft dat huizen gesloopt zijn. De Zuiveringsraad besluit hem, mede door de duur van het huisarrest, niet verder te vervolgen.

Noordwijkse Hotel Huis ter Duin in oorlogstijd: goed én fout
Leidsch Dagblad, 16 april 1946

Na de oorlog laat hij de grandeur van het Hotel Huis ter Duin weer opleven. Net als vroeger is het geliefd bij acteurs, actrices, schrijvers en het koninklijk huis. Alsof er niets gebeurd is. Over de oorlog wordt gezwegen. Totdat vijftig jaar later een proces-verbaal opduikt met een zin die het oorlogsverhaal van de broers in een ander daglicht plaatst.

'Hij moet zelf maar voor zijn stommiteiten opdraaien. Verkoop de boel maar, schilderijen en boeken.' Dit zou Wolfgang gezegd hebben toen Rudolfs vrouw hem vroeg of zij 50.000 gulden van Huis ter Duin mocht lenen om haar man vrij te kopen.

Peter Tappenbeck en zijn zusjes wisten tot voor kort niets over de situatie met losgeld en de uitspraak van Wolfgang. Ze voelden wel de spanning tussen hun moeder en oom. Door de oorlog verloren de kinderen niet alleen hun vader. Hun moeder bleef verbitterd achter.

Familieverhoudingen kwamen op scherp te staan. Wat er gebeurd is roept allerlei vragen op: waarom heeft Wolfgang dat gezegd, heeft hij zijn broer wel echt vrij willen kopen? Of dit ooit duidelijk zal worden weet niemand. De schaduw van de oorlog is lang.

Bij het monument is het stil en het gemis van zijn vader voert de boventoon. Peter Tappenbecks ogen staren naar de zee. ,,Hoe fijn hadden we het kunnen hebben, als dit vreselijke niet was gebeurd. Ik heb heel goed contact gehad met mijn vader. Ik denk wel eens: met alle rijkdom en alles wat we hebben, wat ben je toen als klein jongetje te kort gekomen.'

Met dank aan: Regionaal Archief Leiden, Nationaal Archief, NIOD, Genootschap 'Oud Noordwijk' en G. Slats †

Meer nieuws uit Duin- en Bollenstreek

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.