Premium

Beppie Nunes, strijdster in Zaans verzet, was een heldin

Beppie Nunes, strijdster in Zaans verzet, was een heldin
Beppie Nunes Nabarro met dochter Carine, 1945
© Foto collectie Robertine Nunes Nabarro
Zaandam

Vrijheid is dit jaar het thema van de internationale vrouwendag (zondag 8 maart). We leven ook in het jaar waarin 75 jaar vrijheid wordt herdacht. Een jaar waarin wordt stilgestaan bij helden- en gruweldaden uit de Tweede Wereldoorlog. Erik Schaap zette in het boek ’Vrouwenverzet in de Zaanstreek en Waterland’ vrouwelijke helden op een voetstuk.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Schaap: „Het vrouwenverzet is nooit echt erkend. Vrouwen werden vaak gezien als de hulpjes van. De mannen deden het echte verzet en de vrouwen hielpen een beetje. Door krantjes weg te brengen of onderduikers eten te geven. Eigenlijk schandalig.”

,,Moet je je voorstellen: je hebt onderduikers in huis. De mannen waren elders aan het werk. Die vrouwen zaten de hele dag met die onderduikers in huis. In afwachting van misschien wel een zoekploeg van de Duitsers. Zij moesten ervoor zorgen dat het allemaal goed geregeld werd. Ze gingen met volle tassen krantjes op pad, omdat ze zo onschuldig oogden. Ze liepen continu het risico om onderweg aangehouden te worden. En dan heb ik het nog niet eens over het gewapende verzet van vrouwen.”

,,Gelukkig is de geschiedschrijving aan het veranderen. Die vrouwen, waarvan Beppie Nunes Nabaro-Ephraïm er een was, moeten veel meer credits krijgen! Dat Beppie als (op dat moment alleenstaande) Joodse vrouw in de Zaanstreek onderdook is begrijpelijk. Dat ze haar baby daar onderbracht op een veilige plek eveneens. Maar dat ze ook nog eens in het verzet ging, maakt haar mijns inziens tot een heldin.”

Beppie Nunes Nabarro-Ephraïm (24/10/1920- 27/2/2011)

Beppie Ephraïm was het enige kind van tabakshandelaar Barend Ephraïm (1894) en Roosje Hamerslag (1894). Het was een Joodse familie, zij het niet belijdend. Beppies ouders werden tijdens de Holocaust om het leven gebracht in Sobibor, op 4 juni 1943. Hun dochter overleefde door onder te duiken, een deel van de tijd in de Zaanstreek. Beppie groeide op in de hoofdstad.

In de Linnaeusstraat, dé straat waar in die tijd werd geflaneerd, kwam ze in 1937 PTT-telegrafist Max Nunes Nabarro (Amsterdam, 18-3-1918 – Amsterdam, 22-7-2011) tegen. Het klikte.

Drie weken voor de Duitsers Nederland binnenvielen huwden de twee, in de dependance van het Amsterdamse stadhuis. Ze gingen wonen in de straat waar ze elkaar voor het eerst ontmoetten, na drie maanden gevolgd door een woning in Betondorp.

Op 4 november 1940 kreeg Max te horen dat hij en zijn Joodse collega’s hun baan kwijt waren. Ze kregen in eerste instantie nog wel wachtgeld. Max vulde de vrijkomende tijd met allerhande klusjes, onder meer op de Albert Cuypmarkt en in een lampenzaak. In februari 1942 raakte Beppie zwanger.

Max kreeg niet lang daarna te maken met dwangarbeid. Hij moest aan de dijken werken bij Bethlem, een naast het Amsterdam-Rijnkanaal gelegen uitspanning in Muiden.

Beppie Nunes, strijdster in Zaans verzet, was een heldin
Geschreven verklaring over illegale activiteiten van Beppie.
© Foto collectie Beppie Nunes Nabarro-Ephraim)

Op 2 oktober 1942 werd de groep Joodse mannen in het werkkamp bij Betlem omsingeld, gedwongen om in boten te stappen en afgevoerd. Het was voor Max het begin van een lijdensweg langs acht werk- en concentratiekampen.

Zijn echtgenote werd gewaarschuwd door een overbuurvrouw, die de gearresteerde Max voorbij zag varen. De 21-jarige, hoogzwangere Beppie Nunes Nabarro had met haar man afgesproken onder te duiken in het geval hij weggevoerd zou worden.

Bijna twee maanden nadat Max was verdwenen, beviel ze in het Nederlands-Israëlitisch Ziekenhuis van een dochter, Carine Marion. De maanden daarna zwierven moeder en dochter door Nederland, soms samen, soms gescheiden. Uitgerekend een Duitse onderofficier regelde voor Beppie een nieuw persoonsbewijs.

Ze zou de verdere oorlog door het leven gaan als Magdalena de Vries-Hazewinkel. Begin 1944 bereikte haar het bericht dat ze per trein naar Uitgeest moest gaan. ’Daar zou een meneer staan in een donkerblauwe regenjas met een krant onder zijn arm. Dat was Piet Bakker (de schuilnaam van de Zaandamse verzetsman Piet Bosboom).

’Mag ik u iets vragen?’, zei ik. ’Bent u Joods?’

’Mijn vader’, antwoordde hij. Toen we in Zaandam aankwamen stond de heer Selier op me te wachten. Hij bracht me naar Kees en Gré de Vries. Die woonden in de Czaar Peterstraat in Zaandam, tegenover de broer van Piet.’ Nadat ze zich op een eerder onderduikadres heeft moeten voordoen als katholiek werd er nu van haar verwacht dat ze op zondag in de gereformeerde kerk plaatsnam.

’Ik herinner me dat er urenlang gezeurd werd over de slang uit het verhaal van Adam en Eva; of hij nou echt gesproken had of dat zijn voorkomen symbolisch is geweest.’ (bron: joodsmonumentzaanstreek.nl)

Strijdster in het verzet

(Uit ’Vrouwenverzet in de Zaanstreek en Waterland’):

’Beppie verbleef onder een valse naam in Zaandam, haar dochtertje was ondergedoken in Westzaan en haar man onderging een lange reeks concentratiekampen. Beppie bracht in de Zaanstreek voedselbonnen en levensmiddelen naar onderduikers en schroomde ook niet om incidenteel wapens te vervoeren.

’Ik heb drie jaar in angst gezeten’, vertelt ze. ’Iemand die zat ondergedoken en zegt nooit bang te zijn geweest… dat kan niet. En al helemaal niet als je op straat kwam, zoals ik. Als je gepakt werd als verzetsstrijder ging je ook naar een concentratiekamp, maar verzetsstrijders kwamen ook wel eens vrij. Maar als ik gepakt werd, was het twee keer zo erg: als verzetsvrouw en als Jodin. Voor mij bestond er geen enkele kans.’

Meer nieuws uit Extra

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.