Van struikelstart tot vloeiende estafette: hoe Leiden groot werd in bioscience [met interactieve kaart]

Astellas op het Bio Science Park.
© Foto Hielco Kuipers

Vanaf de A44 en de N206 ziet Leiden Bio Science Park eruit als een bouwput. Maar aan de Leidse kant zie je hoe het kan worden: fraaie kantoren en laboratoria, afgewisseld met woonflats in een groene omgeving. Deze vierkante kilometer is het hart van de Leids economie. Het sleutelwoord is bioscience. Wat gebeurt daar allemaal, en hoe is dat zo gekomen?

Je kan je afvragen wie dit zo bedacht heeft: dit mozaïek van higtech bedrijfjes, tussen ziekenhuis en universiteitsgebouwen. Daar zal vooraf wel een doordacht plan voor gemaakt zijn?

Maar nee, de aanloop verliep rommeliger – noem het een struikelstart. Het begon met twintig jaar ruzie over de vrijwel lege Leeuwenhoekpolder. De universiteit wilde er een groot ziekenhuis en laboratoria neerzetten, de gemeente eiste ruimte voor woningbouw. Pas in 1982 werd de strijdbijl begraven. Door bezuinigingen had de universiteit minder ruimte nodig en de gemeente bouwde intussen in de Stevenshof. Zo bleef er zelfs wat ruimte vrij – voor bedrijven bijvoorbeeld.

Toevallig begon de overheid net innovatie te stimuleren. Vooral bij technische universiteiten, maar ook Leiden peuterde subsidie los, voor een bescheiden Academisch Bedrijvencentrum (ABC). Bedrijfjes die met de universiteit wilden samenwerken, konden zich daar vestigen – elk vakgebied welkom.

Sprietjes

Waarom werd het dan bioscience? Dat kwam door een voortvarende hoogleraar biochemie, Rob Schilperoort. Die kreeg de leiding over een landelijk innovatieprogramma biotechnologie en ging in de VS langs bij bedrijven in dat vakgebied. Twee daarvan besloten naar Nederland te komen. Zo werden de eerste bewoners van het ABC geen Hollandse starters, maar de Amerikaande biotechfirma’s Centocor en Mogen. Nu werd ook de gemeente enthousiast voor de biotechnologie. Dus meldde VVD-wethouder Josje Fase begin 1985 bij het slaan van de eerste paal van het ABC-gebouw: „Hier komt een Bio Science Park.”

Wat verbeeldde die oude museumstad zich? De basis was in het begin smal. Mogen, dat gengewassen wilde ontwikkelen, stuitte op veel weerstand en verdween na een overname uit Leiden. En Centocor ging bijna failliet toen een veelbelovend middel tegen bloedvergiftiging werd afgekeurd. Met Centocor liep het wel goed af. Het maakte succesvolle medicijnen tegen hartkwalen en reuma en werd in 1999 voor 4 miljard euro overgenomen door Johnson & Johnson. Onder de naam Janssen Biologics werken hier nu ruim duizend mensen aan nieuwe medicijnen.

Toch kwamen er ook wat groene sprietjes boven de grond: startups. Zoals CAM Bioceramics, opgericht door medewerkers van het LUMC die betere biomaterialen wilden ontwikkelen. Het bedrijf levert nu wereldwijd coatings die zorgen dat kunstbotten en implantaten geen afweerreacties oproepen.

In 1987 begon het Centre for Human Drug Research (CHDR), vanuit de afdeling biofarmaceutische wetenschappen, geleid door de latere rector magnificus Douwe Breimer. Het deed iets wat in die tijd nog nieuw was. Andere farmaceuten waren vooral bezig met de chemische stofjes in geneesmiddelen. Breimer wilde weten hoe die middelen precies in het lichaam werken.. Dus ging zijn groep nauwkeurige tests doen met proefpersonen. Dat wekte de interesse van farmaceutische bedrijven en ze wilden er ook voor betalen. Het begon met één kamer en één analist in een hoekje van het LUMC. Nu is het CHDR beeldbepalend op het Bio Science Park en werken er driehonderd mensen.

Het CHDR begon met subsidie. Maar er waren ook starters die het op eigen kracht deden – zoals Baseclear. De kersverse biologen Bas Reichert en Erna Barel waren geïnspireerd door hun hoogleraar Rob Schilperoort. Ze wilden een bedrijf beginnen en zagen een gat in de markt: dna-sequencing als service voor andere biotechbedrijven.

Dat dna bevat de erfelijke ’programmeercode’ van mens, dier, plant en bacterie. Die code is tegelijk een unieke vingerafdruk – daarom wordt hij gebruikt in moordzaken. Maar hij is ook belangrijk om oorzaken van ziektes op te sporen, of om het coronavirus te herkennen.

Rond 1990 was het aflezen van dna heel nieuw. Er kwam net geavanceerde apparatuur op de markt, maar bedrijven wilden dat niet allemaal zelf betalen. Dus kochten Reichert en Barel zo’n apparaat en gingen ze dna-karteringen aanbieden. Het begon in een tuinhuis in Warmond, maar al snel waren er tientallen klanten en kwam Baseclear op het Bio Science Park. Sinds 2018 zitten ze in hun eigen Nucleus-gebouw, met vijftig medewerkers en diverse dochterbedrijfjes.

Avonturiers

Het Bio Science Park trok ook avonturiers aan. Zoals Pharming, het bedrijf achter stier Herman. Hij had een stukje menselijk dna, zodat zijn dochters in hun melk het ontstekingsremmende eiwit lactoferrine zouden aanmaken. Oprichter Herman de Boer na zijn Groningse biochemiestudie naar de VS om bij biotech-pionier Herbert Heyneker te leren knutselen met dna. Het lukte hem om hoogleraar in Leiden te worden, waar de bioscience begon te bloeien. In 1989 richtte hij Pharming op.

De gekloonde stier was politiek omstreden, maar mocht uiteindelijk toch 55 nakomelingen verwekken. Alleen maakten die veel te weinig lactoferrine: stier Herman kon met pensioen en staat nu als opgezet dier in Naturalis. Zijn vroegere onderkomen is nu bekend als grand café De Stal.

Pharming ging meermalen bijna failliet, maar maakt nu medicijnen én winst, met de melk van transgene konijnen! Tot in China bouwt het bedrijf konijnenfarms.

Minstens zo avontuurlijk was Crucell, dat in 1993 begon. Oprichter Dinko Valerio promoveerde in Leiden. Hij leerde het dna te isoleren dat bij bepaalde ziektes hoort en droomde van gentherapie. Net als De Boer ging hij in de VS in de leer bij Herbert Heyneker, maker van het allereerste biotechnologische medicijn. Daarna werd hij hoogleraar in Leiden. Dat werd al gauw parttime, zodat hij zijn bedrijf kon starten.

De ’rebellen’ van Crucell zochten revolutionaire methodes, zoals omgebouwde virussen die gezond dna bij de patiënt binnenbrengen. Samen met de Leidse universiteit kregen ze octrooi op een menselijke cel, die eindeloos gebruikt kon worden voor het kweken van ’gezonde’ virussen of de aanmaak van antistoffen. Die cellijn, uit het netvlies van een ongeboren baby, wordt nog steeds gebruikt.

Crucell vond steeds weer geldschieters, maar ontwikkelde geen enkel werkend medicijn. In 2011 werd het bedrijf voor 2 miljard verkocht – aan multinational Johnson & Johnson. Net als bij Centocor ging het werk in Leiden door onder de naam Janssen Vaccines. Ze werken aan vaccins tegen ebola en aids. En nu zijn ze één van de partijen die hard werken aan een vaccin tegen het coronavirus.

Veel Crucell-talenten gingen verder bij andere Leidse bedrijven. Crucell is ook de bakermat van Galapagos, de medicijnenontwikkelaar die nu op de beurs ruim tien miljard waard is. Oprichter Onno van de Stolpe kreeg in 1999 de kans om een eigen bedrijf te starten met een kennisbank die Crucell niet meer zou gebruiken. Dat was een ’bibliotheek’ van menselijk dna, waar met een speciaal virus in gepuzzeld kon worden op zoek naar plekken waar medicijnen konden aangrijpen. Hij aarzelde geen moment.

Na twintig jaar aanloopverliezen lijkt de glorietijd begonnen. Galapagos heeft het medicijn Filgotinib ontwikkeld tegen reuma; binnen enkele maanden wordt de goedkeuring verwacht. Een Amerikaanse farmareus betaalde al miljarden om mee te liften met het succes. Galapagos bouwt nu tussen de A4 en de Rijn een nieuw kantoor om verder te groeien.

Zo komt er ruimte in het huidige Beaglegebouw, waar buurman Batavia Biosciences klem begon te groeien. Ook dit bedrijf wordt geleid door een voormalig Crucell-

medewerker, Menso Havenga. Het ondersteunt andere biotechs bij hun zoektocht naar effectieve medicijnen.

De opvolging en uitzaaiing van talent op het Bio Science Park blijft doorgaan. Er ontstaat alweer een nieuwe generatie bedrijven. De meeste zijn nog klein, maar sommigen ontwikkelen zich snel.

Mimetas werd in zes jaar een wereldspeler met organen-op-een-chip. Op een plaatje zo groot als een mobiele telefoon kunnen tientallen mini-organen (zoals de lever) gekweekt worden. Daarmee is allerlei onderzoek – zoals het testen van medicijnen – mogelijk op een snellere en betere manier dan met proefdieren of proefpersonen.

De oprichters studeerden in Twente. Maar na ervaringen in Italië, Zwitserland en Duitsland kozen ze bewust voor Leiden. En ze benutten het hier aanwezige netwerk. Ze vroegen biotech-veteraan Heyneker, die nu in Nederland woont, om mee te denken. Hij werd bestuursvoorzitter, medefinancier én coach. Ook zorgde hij voor de eerste serieuze klant, Galapagos. Inmiddels levert Mimetas nu aan alle farmabedrijven uit de wereldwijde top-20.

Heyneker steunde afgelopen jaren veel meer bedrijven op het Bio Science Park. En hij is niet de enige die ervaring wil overdragen. Voormalig Crucell-oprichter Valerio speelt dezelfde rol. Zo wordt het estafettestokje met de kneepjes van het vak steeds doorgegeven.

Volgens Harmen Jousma, expert op het gebied van startups, bewijst dit dat de Leidse bioscience rijp wordt. „Een sciencepark kan pas goed doorgroeien als de eerste groep bedrijven een nieuwe generatie op gang helpt.” Dat is precies wat er gebeurt. In huis bij Baseclear zitten bijvoorbeeld vier jonge bedrijfjes, waaronder MyMicroZoo, dat voor patiënten analyses aan de darmflora doet.

Groei

Op het Bio Science Park werken nu 20.000 mensen – dat is één derde van alle banen in Leiden. De grootste werkgevers zijn de universiteit en het LUMC, maar ook de ruim 150 bedrijven op het park zijn nu goed voor dik 5.000 banen. Daartussen is ook ruimte voor het zeer populaire museum Naturalis, én voor woningen.

Dat aantal woningen gaat al richting 2.000: bijna evenveel als wat de gemeente in de jaren zeventig eiste, tijdens de slepende ruzie over de bestemming van dit gebied. Tijden veranderen: hoogbouw biedt nu uitkomst.

Alle betrokken partijen verwachten dat de groei doorgaat. Extra reden is de komst van het Europese Medicijnen Agentschap (EMA) naar Amsterdam-Zuid. Van wethouder tot universiteitsbestuurder en van ondernemersclub tot ministerie: allemaal wijzen ze op de vele farmabedrijven die zich hier zullen vestigen. En dat ’hier’ is vanzelfsprekend ook Leiden.

Leiden en Oegstgeest houden rekening met verdere groei, maar een ronde langs de bedrijven leert dat er ook knelpunten zijn. Daarop komen we terug in een tweede artikel, volgende week. Dat gaat over de vraag of de groei van het Bio Science Park wel zo houdbaar is.

Bedrijven

Een ’greep’ uit de 150 zelfstandige bedrijven en organisaties op het park. LUMC, Naturalis en onderwijsinstellingen zitten daar niet bij - daarover volgende week meer.

Janssen Vaccines.
© Foto Hielco Kuipers

Naam: Janssen Vaccines

Gestart: 1993 (als Crucell)

Medewerkers: 1000

Wat doen ze? Vaccins ontwikkelen om mensen preventief te beschermen tegen belangrijke ziektes. Zoals ebola, aids, RSV, griep en nu het coronavirus.

Historie: Bij vaccineren geef je mensen een dosis verzwakte of dode ziekteverwekker, zodat hun afweersysteem zich tegen de echte ziekte kan wapenen.

De Leidse startup Crucell deed twee belangrijke vindingen op dit terrein. De een betekent dat alleen een klein stukje van een ziekteverwekker wordt ingebouwd in een verder onschuldig virus. Dat zou genoeg zijn om mensen immuun te maken. Dat onschuldige virus als transportmiddel (’vector’) heeft vele voordelen. De andere vondst was een menselijke cel die op grote schaal te kweken is. Handig voor het testen van medicijnen én het produceren van virussen voor vaccins.

„We gebruiken die twee vondsten nog steeds”, verzekert Bart van Zijll Langhout, de leider van Janssen Campus Nederland. „Maar Crucell had niet de lange adem en de vele samenwerkingsverbanden die nodig zijn om vaccins met succes op de markt te krijgen.”

Na de overname in 2011 ging het werk aan vaccins door. Het bedrijf is zelfs nog flink gegroeid. Er zijn de eerste jaren wel enkele vaccins uitgebracht, maar die zijn nu niet meer op de markt. Janssen Vaccines verdient dus al jaren geen cent. Toch zijn er volgens Van Zijll alweer honderden miljoenen geïnvesteerd in een volgende generatie vaccins. „Want we blijven in deze aanpak geloven.” Inmiddels ligt een vaccin tegen ebola voor goedkeuring bij de Europese Medicijnen Autoriteit.

Janssen Biologics
© Foto Frank Steenkamp

Naam: Janssen Biologics

Gestart in Leiden: 1985 (als Centocor)

Medewerkers: 1200

Wat doen ze? Nieuwe medicijnen ontwikkelen én produceren voor behandeling van ’grote’ ziektes zoals kanker, hart- en vaatziekten, reuma en ontstekingsziektes. Met behulp van monoklonale antilichamen.

Historie. Monoklonale antilichamen zijn stoffen die ons immuunsysteem aanmaakt als reactie op bacteriën, virussen of lichaamsvreemde stoffen. Bij ziektes werkt die afweer vaak niet goed genoeg en dan kunnen medicijnen op basis van die antilichamen het verschil maken.

Centocor was het bedrijf dat deze aanpak in 1985 naar Leiden bracht. De oprichter, Hubert Schoemaker, was in Amerika gaan studeren en had daar ook dit bedrijf opgericht. Door tests op de markt te brengen voor maagkanker en hepatitis B werd er al gauw 50 miljoen dollar per jaar verdiend. In dat stadium kwam het bedrijf naar Leiden.

Na enkele ups en downs kwam het Leidse Centocor eind vorige eeuw met een middel tegen hart- en vaatziekten, en later een middel tegen reuma - beide gebaseerd op monoklonale antilichamen. Kort daarna werd het overgenomen door Johnson & Johnson. De farma-tak van die multinational heet Janssen, naar de Vlaamse oprichter Paul Janssen (de naam is dus geen vertaling van Johnson!)

Met 1200 medewerkers is Janssen Biologics nu een van de reuzen van het Bioscience Park. Het takenpakket is breed, zegt Bart van Zijll Langhout. Hijgeeft leiding aan Janssen Campus Nederland en legt uit: „Wij doen hier zowel research als productie, plus tests en kwaliteitscontrole van middelen die door andere J&J-onderdelen ontwikkeld zijn. Dat is denk ik uniek. De meeste organisaties op het park doen óf research óf productie en distributie.”

Baseclear.
© Foto Frank Steenkamp

Naam: Baseclear

Gestart in Leiden: 1993

Medewerkers: 65

Wat doen ze? Supersnelle dna-analyses maken voor andere biosciencebedrijven.

Historie. De jonge biologen Bas Reichert en Erna Barel wilden een biotechbedrijf starten. Ze waren geen uitvinders, maar praktische doeners. En ze zagen een gat in de markt: dna-sequencing als specialistische service voor collegabedrijven.

„Het snel in kaart brengen van dna begon ’hot’ te worden”, vertelt Reichert. „En er kwam nét geavanceerde apparatuur voor op de markt.” Bedrijven wilden dat niet allemaal zelf aanschaffen. Dus de twee kochten zo’n apparaat en gingen dna-karteringen aanbieden. Al snel waren tientallen bedrijven klant.

Inmiddels heeft Baseclear 65 medewerkers en een gloednieuw gebouw, waar ook enkele dochterbedrijfjes onderdak vinden. Om voorop te blijven wordt elke paar jaar de nieuwste apparatuur aangeschaft. Met eigen geld, want aandeelhouders of bankleningen heeft Baseclear niet.

Het bedrijf specialiseerde zich in de microbiologie, dus de dna-volgorde van bacteriën. Daar kan het de concurrentie op afstand houden. „In lage lonenlanden kunnen ze ook zo’n apparaat bedienen, maar wij bieden er allerlei service omheen”, zegt Reichert. Baseclear denkt mee over de vraagstelling, het design van experimenten en passende analyses. Ook bij resultaatverwerking spelen ze een rol. Zo runnen ze zonder lange pijplijn van uitvindingen een ijzersterk bedrijf.

CHDR.
© Foto Frank Steenkamp

Naam: Centre for Human Drug Research (CHDR)

Gestart in Leiden: 1987

Medewerkers: 65

Wat doen ze? Medicijnen uittesten op proefpersonen. Deze middelen zijn dan in vooronderzoek al voldoende veilig bevonden. CHDR test de werking bij verschillende doseringen, en kijkt daarbij heel nauwkeurig naar allerlei lichaamsprocessen. Proefpersonen moeten daarom geregeld terugkomen.

Historie. Begin jaren tachtig waren farmaceuten nog vooral bezig met toegepaste chemie: de bereiding en analyse van geneesmiddelen. De onderzoeksgroep van professor Douwe Breimer vond het tijd om ook de biologische kant beter te onderzoeken.

„Wij wilden weten hoe medicijnen precies in het lichaam werken”, zegt Breimer. De tijd bleek rijp voor die aanpak. De biofarmaceuten gebruikten computermodellen om de verspreiding en werking van geneesmiddelen in het lichaam door te rekenen. Ze hadden minder dierproeven nodig en bij tests op mensen werd ook preciezer dan voorheen gekeken. Niet via rapportages van verre ziekenhuizen, maar direct op het eigen instituut.

Deze aanpak wekte interesse bij farmaceutische bedrijven. Die wilden best betalen voor dit soort zorgvuldige tests met proefpersonen. En zo werd het CHDR opgericht. Het startte met één kamertje en één analist, maar groeide uit tot een gerenommeerd instituut met tientallen bedden. Het zit nu met 300 medewerkers in een beeldbepalend gebouw op het Bio Science Park.

Niet alleen farmabedrijven en artsen leren veel door het CHDR. De biofarmaceuten worden zelf ook wijzer door deze praktijkervaringen. Hun onderzoeksinstituut LACDR bloeit, en de reputatie van Leiden in dit vakgebied zorgde ook voor een groeiende stroom studenten. De opleiding biofarmaceutische wetenschappen, indertijd begon met negen eerstejaars, heeft er nu een slordige 300.

Galapagos.
© Foto Galapagos

Naam: Galapagos

Gestart: 1999

Medewerkers in Leiden: 112

Wat doen ze? Nieuwe medicijnen ontwikkelen voor belangrijke ontstekingsziektes, zoals reuma en longfibrose. Het middel Filgotinib tegen reuma komt naar verwachting dit jaar op de markt, zowel in Europa als in de VS.

Historie. Galapagos ontstond uit een zijtak van het Leidse Crucell, dat nu Janssen Vaccines heet. Het heeft een speciale aanpak om medicijnen te ontwikkelen.

„Wij beginnen met materiaal van de patiënt”, legt onderzoeksdirecteur André Hoekema uit. „Zo zijn we in 2003 begonnen met reuma. Van het LUMC kregen we stukjes kraakbeen van reumapatiënten. We zijn systematisch gaan zoeken: welk gen (stukje erfelijke code) is afwijkend? En welk eiwit hoort daarbij?” Na een jaar bleek: bij deze mensen was het eiwit Jak1 hyperactief. „De volgende vraag was: kunnen we een stofje maken dat dit eiwit afremt?.”

In 2010 was zo’n molecuul gevonden; dat werd het medicijn dat eind 2020 op de markt komt. Er was dus nog tien jaar nodig voor alle goedkeuringsprocedures. Galapagos had zelf het geld niet voor die klinische studies, maar kreeg steun van de Amerikaanse farmareus Gilead. Die mag de verkoop in een groot deel van de wereld doen – waarbij Galapagos royalties krijgt. Dat kan flink oplopen, want wereldwijd lijden minstens een half miljard mensen aan reuma. Een nieuw medicijn is dan groot nieuws. Beleggers zijn dolenthousiast.

Het bedrijf gaat meer ontstekingsziektes zo aanpakken. Dat kan dankzij de bruidsschat die het van Crucell meekreeg: een ’bibliotheek’ met 5000 genen en de bijbehorende eiwitten. Daarbij hoort ook een techniek om in die bibliotheek te speuren. En áls je weet in welk eiwit de fout zit, moet je ook nog een stof vinden die dat aanpakt. Dat zoekwerk doet de Vlaamse poot van Galapagos met robottechnologie – een ideale combinatie.

De research groeit nu als kool. Galapagos laat een nieuw pand bouwen langs de A44. En toen buurman Astellas de onderzoeksafdeling sloot, werd er een groot spandoek „We hire” aan de gevel gehangen als boodschap aan de ontslagen medewerkers. Zeker vijftig van hen vonden zo nieuw werk.

Mimetas.
© Foto Frank Steenkamp

Naam: Mimetas

Gestart: 2013

Medewerkers in Leiden: 80

Wat doen ze? Het kroonjuweel van Mimetas is de Organoplate. Een plat kunststof doosje met minuscule vakjes waarin vele tientallen mini-organen (zoals de lever) gekweekt kunnen worden. Daarmee is allerlei onderzoek - zoals het testen van medicijnen – op een snellere en betere manier te doen dan met proefdieren of proefpersonen.

Historie. Paul Vulto studeerde in Twente elektrotechniek, maar kreeg steeds meer interesse in biologie. Zo belandde hij in het wereldje van „organ-on-a-chip.” Hij liep stage in Japan, werkte in Duitsland en Italië aan dit soort microsystemen en haalde al zijn diploma’s cum laude. Maar hij wilde geen wetenschapper blijven. Want hij vond dat bestaande technieken om orgaantjes te kweken niet slim genoeg waren.

„Ik wist zeker dat ik een betere aanpak bedacht had en daar wilde ik een bedrijf mee beginnen”, vertelt Vulto. Terug in Nederland mailde hij zijn oud-studiegenoot Jos Joore. Na een avond in de kroeg waren ze het eens. Ze gingen het proberen - in Leiden. „Een bewuste keus voor het grootste bioscience park van Europa, waar iedereen bezig is met gezondheidsvragen.”

Daarna ging het snel. De twee vonden een klankbord bij het biofarmacie-instituut. Najaar 2013 werd Mimetas opgericht. In december vonden ze hun eerste grote klant. En binnen een jaar openden ze een vestiging in de VS. Vulto: „Dat is toch fantastisch? Pas één werknemer en toch al multinational!”

Mimetas levert zijn organoplate nu aan alle grote farmaceutische bedrijven ter wereld. Ook doet het zelf onderzoek met medicijnenproducenten én met ziekenhuizen. En het geheim? „Wij hebben langer en beter nagedacht over hoe je weefsels en mini-orgaantjes op een natuurlijke manier kan laten groeien: driedimensionaal, in laagjes gel. En iedereen met redelijke lab-ervaring kan ermee werken. Met een pipet kan je snel in ieder vakje cellen zetten. Daarna kan het weefsel groeien en kan je op al die vakjes tests loslaten – op vestzakformaat.”

HAL Allergy.
© Foto Frank Steenkamp

Naam: HAL Allergy

Gestart: 1959 (in Leiden 2008)

Medewerkers: 163

Wat doen ze? Medicijnen en testmiddelen ontwikkelen en aanbieden voor allergieën. Bij de medicijnen gaat het niet om symptoombestrijding (zoals met ontstekingsremmers) maar om het werkelijk behandelen van de allergie zelf, met allergeen immunotherapie.

Historie. HAL staat voor Haarlems Allergenen Laboratorium. Dit begon met onderzoek naar allergieën. Eerst bracht het steeds betere tests uit om te bepalen waar patiënten allergisch voor waren. Later volgden behandelmethodes voor allergieën: in 1990 bijvoorbeeld voor berkenpollen en acht jaar later voor wespengif.

Bij deze immunotherapie krijgt een patiënt eerst een heel kleine dosis van het allergeen (=allergieveroorzaker) en dit wordt langzaam opgevoerd. Daardoor leert het immuunsysteem niet op het allergeen te reageren. Dat is mooi, maar de behandeling is wel lang: je moet vaak drie jaar lang elke maand een injectie krijgen voordat de allergie verdwenen is.

Bij veel allergische klachten kiezen arts en patiënt nu nog vaak voor de makkelijke weg: ontstekingsremmers en andere symptoombestrijding. Maar die aanpak heeft flinke nadelen. Omdat de onderliggende ziekte niet wordt aangepakt kan deze verergeren. Ook blijft bij symptoombestrijding het risico bestaan van hele heftige reacties, zoals bij een wespensteek.

„Wij merken dat de interesse voor allergeen immunotherapie weer aan het groeien is”, zegt onderzoeksdirecteur Hans van Schijndel, „Ook economisch bekeken is deze aanpak uiteindelijk beter. Door de ziekte zelf aan te pakken en niet alleen de symptomen zullen er minder ziektedagen en zorgkosten zijn.”

Voor voedselallergieën bestaat nog vrijwel geen immunotherapie. Volgens Van Schijndel kán dat wel. „Alleen is daar nog weinig aan gedaan.” Maar dat gaat veranderen. HAL Allergy werkt aan een behandeling voor één van de gevaarlijkste allergieën, die voor pinda’s. „We hebben een middel met heel weinig bijwerkingen. Dat zit nu in de eerste klinische tests met patiënten.”

Halix.
© Foto Frank Steenkamp

Naam: Halix

Gestart: 2012

Medewerkers: 20 en groeiend

Wat doen ze? Biotechnologische productie van medicijnen, voor opdrachtgevers die zelf vooral research doen en hun productie willen uitbesteden.

Historie. Halix is een initiatief van de allergiespecialist HAL Allergy, even verderop op het Bioscience Park. „De aanleiding was heel simpel”, zegt HAL Allergy researchdirecteur Hans van Schijndel. „Wij hadden ’afvulcapaciteit’ over en merkten al heel gauw dat anderen daar juist behoefte aan hadden.”

De interesse van bedrijven om hun productie uit te besteden bleek al gauw te groot om er even bij te doen. Er was duidelijk een markt voor een productiebedrijf dat op bestelling voor klanten medicijnen kan produceren, volgens strenge biotechnologische veiligheidsregels. Dus besloot HAL Allergy zo’n bedrijf op te richten.

Afgelopen november werd het nieuwe gebouw van Halix feestelijk geopend. Het kreeg al opdrachten van diverse bedrijven op het park. Van Schijndel: „Dat zijn vaak researchbedrijven, die te klein zijn om zelf te produceren. Maar ook voor de eerste praktijktests moeten hun kandidaat-medicijnen in wat grotere hoeveelheid en volgens strikte richtlijnen geproduceerd worden. En dat kan Halix.”

Biopartner 1.
© Foto Frank Steenkamp

Naam: Biopartner

Gestart: 1985 (als ABC)

Medewerkers: 9

Wat doen ze? Huisvesting, faciliteiten en ondersteuning bieden aan startende en jonge bedrijven in de bioscience. Dat gebeurt nu in vier panden. Een vijfde pand is in aanbouw langs de A44.

Historie. Biopartner Leiden is de voortzetting van het Academisch Bedrijven Centrum (ABC) dat door gemeente en universiteit was opgezet. Het eerste gebouw zat indertijd bijna vol met twee Amerikaanse biotech-bedrijven. Ruimte voor starters kwam later, toen het ABC de eerste uitbreidingen kreeg.

In 2003 opende een tweede pand, met geld uit het landelijke Biopartner-programma voor starters. Later kwamen beide gebouwen onder één organisatie. Die zette in 2011 en 2013 nog twee gebouwen neer, de identieke zwarte blokken Biopartner 1 en 2. „Aan die snelle uitbreiding waren we bijna failliet gegaan”, zegt directeur Thijs de Kleer.

Tegenwoordig is Biopartner kostendekkend. En het is meer dan louter huisbaas. De Kleer: „We zorgen voor schoonmaak, energie en ozb. Maar we bieden ook ondersteuning bijvoorbeeld het zoeken van partners en financiers. Aan zulke zaken moeten starters zo min mogelijk energie kwijt zijn.”

De panden zijn onmisbaar voor veel starters, maar bieden ook vaak uitkomst voor andere bedrijven die tijdelijk ruimte nodig hebben. Want ruimgebrek is een voortdurend knelpunt: „Na de crisis van 2008 heeft het veel te lang geduurd voordat projectontwikkelaars hier durfden te bouwen.”

Als het coronavirus de economie hard raakt, gaan projectontwikkelaars misschien weer aarzelen. De Kleer wacht dat niet af. In januari is de eerste paal geslagen van Biopartner 5, aan de Oegstgeest-kant van het park. „Het wordt het eerste energieneutrale lab van Nederland” zegt hij niet zonder trots.

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.