Premium

Koos Terpstra houdt liever zelf de regie

Koos Terpstra houdt liever zelf de regie
© Foto Marcel Rob

Hij maakt liever theater dan dat hij op vakantie gaat. Koos Terpstra schreef zo’n vijftig toneelstukken. Steeds rollen voor anderen. In zijn pas verschenen boek ’Eiland’ zijn de hoofdrollen voor hemzelf en zijn jeugd op Texel. In deze aflevering van Levenslijn vertelt hij over de ijkpunten van zijn bestaan. „Mag je in een boek rechter zijn over je eigen ouders?”

Kleine oogjes, vermoeide blik. Logisch, want hij heeft tot drie uur ’s nachts zitten monteren aan een aflevering van ’Dit was het nieuws’. Al 25 jaar is hij eindredacteur van het satirische tv-programma. Daar komt nu de drukte bij rond het verschijnen van zijn boek ’Eiland’: een zoektocht in zinnen naar zijn jeugd op Texel. „Op een eiland wonen, was een vorm van zekerheid. Je kon nooit verder dan het strand en de haven. Maar de beperking daarvan kon me danig in de weg zitten.” Daarover straks meer, in deze aflevering van ’Levenslijn’.

1955 Druk jochie

Geboren in Den Burg op Texel. Hij is de oudste van vier kinderen. Zijn vader was eilander, zijn moeder kwam uit Den Haag. Geen makkelijke tijd. „Zeg maar gerust dat ik een totale kutjeugd heb gehad. Op school verveelde ik me kapot. Toen ik vijf was, kon ik al lezen en schrijven, dus ik heb op de lagere school zes jaar zitten wachten tot ik eens wat kon leren. Ik was een druk jochie dat in de klas gedwongen werd om de hele dag stil te zitten, dus thuis moest al die energie eruit. Mijn ouders waren jong en hadden geen idee hoe ze moesten omgaan met zo’n onhandelbaar kind. Dus thuis en op school deed ik alles verkeerd. Ik had geen idee wat ik fout deed, maar ik kreeg wel de klappen. Daardoor ontstond er een groot wantrouwen tegen het thuisfront. Of eigenlijk: tegen anderen die zogenaamd het beste met me voor hadden.”

1967 Weggestuurd

Naar de HBS. Eerst op Texel. Als hij daar te lastig is, wordt hij weggestuurd, Dan maar naar een scholengemeenschap in Den Helder. „Bij elkaar heb ik negen jaar over de middelbare school gedaan. Een keer blijven zitten, twee keer eindexamen gedaan. Toen de HBS werd afgeschaft, ging ik naar de havo. Voor straf werd ik later naar het vwo gestuurd om me te prikkelen. Maar dan haalde ik een negen en verveelde ik me weer. Het hele schoolsysteem paste niet bij me. Of ik niet bij het systeem. School is dresseren, op tijd komen, zitten, je mond houden en aanpassen. Waarom sluit je een puber jarenlang op in een klaslokaal om Franse grammatica te leren? Stuur hem een paar maanden naar Frankrijk en hij spreekt het vloeiend...”

„Nu zouden ze drukke jongens als ik naar judo of karate sturen. Maar dat was er niet op Texel. En als het er al was, hadden we er thuis geen geld voor.”

1974 Reddingsboei

In een kroeg op Texel ontmoet hij Eveline. „Ik was negentien, zij was zeventien. Ik dacht meteen: ’Zij is het’. En zij vond mij leuk. Zonder voorbehoud. Vanaf de eerste seconde was er volledig vertrouwen, van twee kanten. Dat was voor mij een reddingsboei. Op school en thuis had ik steeds bonje, bij haar was ik veilig. Binnen twee maanden woonden we samen.”

„We zijn nog altijd bij elkaar. Drie maanden per jaar ben ik stapelverliefd op haar, drie maanden per jaar ben ik haar zat en zes maanden is het draaglijk. Maar het verschuift. De periode dat ik haar leuk vind, wordt steeds langer en de fase dat ik haar door de plee wil trekken steeds korter.”

Nee, geen kinderen. „Als je zo’n jeugd hebt gehad als ik, begrijp je dat je dat een ander niet wil aandoen.” Kon Eveline zich daar in vinden? „Ja, met moeite.”

1977 (1) Badmeester

Hij is een zomer lang badmeester en gaat aan de slag bij een veevoederbedrijf op Texel. „Omdat ik goed kon rekenen, kreeg ik een baan op de administratie. Mijn baas had grote plannen met me, maar na drie maanden kwam ik erachter dat ik niet geschikt was voor een kantoorbaan.”

1977 (2) Schrijver

De start van een studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. „Als kind van vijf had ik al het idee om schrijver te worden, maar ik wist nooit hoe ik dat moest aanpakken. Ik experimenteerde met een roman, met toneelstukken en verhalen, maar het schoot niet op. Als ik mijn schrijfsels naar een uitgever stuurde, kreeg ik ze per kerende post terug. Ik dacht: als ik Nederlands ga studeren, kom ik wel iemand tegen die me verder helpt.”

Met zijn vriendin verhuist hij naar Amsterdam. „Het was de tijd van de punk, dus ik ging vaak naar concerten in Paradiso. Daar heb ik geweldige dingen gezien en gehoord.” Dook je onder in die scene? „Nee, ik heb nooit ergens bij gehoord. Dat is juist mijn ding geworden.”

1982 Cabaret

Zo vaak als hij kan, zit hij bij toneelvoorstellingen. Ook volgt hij het cabaret. Dat inspireert hem om na zijn kandidaats Nederlands verder te gaan als student theaterwetenschappen. „Een saaie opleiding. Maar daar kwam ik op het idee om regisseur te worden. Na een stage in Duitsland wist ik zeker dat ik dat wilde.”

Met vrienden richt hij na het afronden van zijn studie het Brandtheater op. Ze repeteren en spelen in het Universiteitstheater in Leiden. Na positieve recensies gaan er ook andere theaterdeuren open, verderop in het land. Dus hij treint wat af. „Ik heb geen rijbewijs en geen auto. Ik ben een van de weinigen die zijn principes in de praktijk brengt.”

1983 Dagboek

Hij begint een dagboek bij te houden. „Mijn doel was om ervan te leren. Gewoon noteren wat er was gebeurd en achteraf terugbladeren om te verklaren waarom plannen later gelukt waren of niet. Met de opgedane kennis wilde ik een plek in de toneelwereld veroveren. Een dagboek helpt je ook om bewuster stil te staan bij wat je meemaakt en wie je ontmoet.”

Koos Terpstra houdt liever zelf de regie
Koos Terpstra.
© Foto Marcel Rob

1990 Regisseur

Naast zijn toneelwerk wordt hij regisseur van cabaretiers. Eerst van ’De Morsige Types’, later volgen Lebbis en Jansen, De Ploeg en Erik van Muiswinkel. Over Dolf Jansen: „Iedereen zei tegen Dolf dat hij niet zó op het toneel kon. Niet met zo’n uiterlijk. ’Ga eerst wat eten en naar de kapper’, riepen ze. Ik draaide het om. Ik zei: Dolf veranderen lukt niet, dus het publiek moet maar veranderen. Dat is redelijk gelukt, denk ik.” Nu regisseert hij ook Paul de Munnik. „Zo’n makkelijke klus heb ik nog nooit gehad. Ik kijk bij zijn repetities en vind hem zó goed dat ik alleen maar hoef te zeggen dat ik het mooi vind. Verbazingwekkend dat hij mij daarvoor betaalt!”

1995 Televisie

Benoemd tot artistiek leider van het Ro Theater in Rotterdam. „Na ruim twee jaar kreeg ik daar ruzie over wie eigenlijk de baas was en gooiden ze me eruit.”

Kort daarna wordt hij met zijn makker Eric van Sauers eindredacteur van het tv-programma ’Dit was het nieuws’. „Een hobby.” Hij vraagt oud-studiegenoot Harm Edens als presentator. Inmiddels bestaat het programma al 25 jaar. „Van de Tros gingen we naar RTL en van RTL weer naar de Tros. Vraag me niet waarom, maar we werden steeds weggestuurd en daarna belden ze weer. Precies zoals me dat als kind gebeurde. Weggestuurd worden en geen idee hebben waarom.”

1999 Directeur

En dan is er de dag dat hij directeur wordt. De baas van het Noord Nederlands Toneel in Groningen. „Met soms 120 mensen in dienst was dat een hele verantwoordelijkheid, maar ik heb er een toptijd gehad. Ik kon mijn eigen stukken schrijven en regisseren, we hadden veel bezoekers en ik kon mijn ei kwijt.” Na acht jaar stapt hij zelf op. „Zoiets moet je niet te lang doen. Anders ga je jezelf herhalen.”

Hij schrijft en regisseert daarna ieder jaar een toneelstuk. Ook maakt hij voorstellingen bij het Oerol-festival op Terschelling.

2020 Boek

Hij presenteert zijn boek ’Eiland’, natuurlijk op Texel. „In de verhalen wrijf ik in de pijnpunten van het verleden. Het boek meandert van heden naar verleden en terug, puzzelend en fantaserend. Ik vertel onze familiegeschiedenis en spring daarbij van een herinnering naar een anekdote, een historisch feit of andere nieuwe invalshoek. Telkens komt er een nieuwe waarheid naar boven en duiken er situaties op die je als lezer herkent of waar je je eigen herinneringen aan hebt. Om het simpel te houden heb ik sommige hoofdstukken wel tachtig keer herschreven.” Bij de lancering haakt cabaretier Erik van Muiswinkel in een speech in op het moeizame maakproces. ’Daarbij vergeleken was de lijdensweg van Jezus een gezellig scoutingkamp.’

2030 Grijs

Wat doe je over tien jaar? „Dan hoop ik oud en wijs te zijn. En dat het geraas in mijn hoofd dan een keer ophoudt, dat geraas dat me vertelt dat ik altijd maar weer iets moet maken. Maar misschien moet het ook niet ophouden. Want ik maak liever een voorstelling dan dat ik op vakantie ga.”

Meer nieuws uit Lifestyle

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.