Premium

Art Vogel (1949-2020): Hoofd kassen van de Leidse Hortus was bescheiden, aardig en een harde werker

Art Vogel (1949-2020): Hoofd kassen van de Leidse Hortus was bescheiden, aardig en een harde werker
Art Vogel met de knol van een reuzenaronskelk, oftewel de ’penisplant’.
© Foto Hortus Botanicus

De ’penisplant’ maakte hoofd kassen Art Vogel van de Leidse Hortus botanicus bekend bij het grote publiek. Liefst drie keer, in 1993, 2003 en in 2008/’09 slaagde hij erin om de tegendraadse reuzenaronskelk uit Sumatra in Leiden tot bloei te brengen. Duizenden mensen kwamen de zeldzame tropische plant bekijken, tot zijn eigen verbazing.

Vogel overleed in de nacht van woensdag op donderdag aan kanker. Hij wist sinds mei vorig jaar dat hij niet lang meer te leven had. Hij maakte sindsdien nog twee reizen naar zijn vriendin Angela in Thailand en hij liet de Amsterdamse schrijfster Bregje Bleeker zijn levensverhaal optekenen. Dat boek, ’Ik ben hier even geweest... Verhalen van Art Vogel’, kwam in november vorig jaar uit. Vogel, die door oud-hortulana Carla Teune wordt gekenschetst als een echte familieman, laat twee kinderen en drie kleinkinderen na. Zijn vrouw Els was al eerder overleden.

De in Bennebroek geboren Vogel moest eigenlijk in de voetsporen van zijn vader treden. Die was loodgieter, maar de jonge Art had absoluut geen technische aanleg. Op 14-jarige leeftijd werd hij zelfs van de LTS gestuurd. ,,Nou’’, had zijn vader gezegd, ,,ga ga dan maar werken bij dahliakwekerij Geerlings in Heemstede.’’ Zo gezegd, zo gedaan. Het bleek een goede zet: in de kwekerij deed hij zijn eerste kennis van, en liefde voor planten op.

Vogel begon in 1970 als tuinman voor de destijds gloednieuwe Hortus botanicus van de Vrije Universiteit Amsterdam. Tussen de bedrijven door haalde hij een diploma aan de middelbare tuinbouwschool. Ook maakte hij reizen naar Midden- en Zuid-Amerika om planten voor de nieuwe hortus te verzamelen.

In Amsterdam kreeg hij belangstelling voor cycadeeën, levende fossielen die het midden houden tussen varens en palmbomen. Oud-hortulana Carla Teune, die Vogel als een ’echte vriend’ beschouwt, zegt dat zijn liefde zo ver ging, dat hij verschillende keren in Afrika en Australië gebieden bezocht waar ze in het wild groeien. ,,Wat hem intrigeerde, was dat van deze oeroude planten fossiele afdrukken te vinden zijn, maar er zijn ook nog altijd kleine groepen in het wild te bekijken.’’ Daarnaast had hij belangstelling voor orchideeën en natuurlijk voor de reuzearonskelken.

In 1990 maakte Vogel de overstap van Amsterdam naar Leiden. Als hoofd kassen organiseerde hij onder meer samen met de Nederlandse Orchideeën Vereniging en de Werkgroep Carnivora veel tentoonstellingen. Hij was een harde werker, zegt Teune, ’die nergens te beroerd voor was’. Hij was menselijk, ’heel aardig’ en bescheiden. Dat hij toch zo bekend is geworden, komt vooral door die aansprekende tentoonstellingen. ,,Daar hoort contact met de media bij, en dat ging hem goed af. Maar het draaide nooit om hemzelf, maar altijd om de planten.’’ Nadat hij in 2010 met de vut ging, werd hij opgevolgd door Rogier van Vugt.

De laatste jaren woonde Vogel in een ’klein huisje’ op het terrein van dahliakwekerij Geerlings. Daarmee, zegt Teune, ’maakte hij de cirkel rond’. ,,Natuurlijk stonden planten op het terras, op tafels en in bakken, want Art zonder planten – ondenkbaar.’’

Wilfred Simons

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.