Premium

Loeren bij de boeren: op de ’grasmaaier’ is zaaien veel makkelijker

Loeren bij de boeren: op de ’grasmaaier’ is zaaien veel makkelijker
David Luijendijk bezig met de zaaien.
© Foto Hielco Kuipers

Het Leidsch Dagblad volgt een jaar lang vijf boeren uit de regio. De agrariërs vertellen over hun werk, hun passie, hun problemen en hun oplossingen. Elke week is er een verslag vanaf één van de agrarische terreinen. Vandaag voor de zesde keer op bezoek bij biologisch- dynamische groenteteler David Luijendijk van kwekerij EKO Logisch waar ondanks de coronacrisis volop gezaaid en geplant wordt.

Het ziet eruit als een ouderwetse handgrasmaaier. Alleen loopt David Luijendijk niet over het gras maar over de zwarte aarde die hij eerder netjes heeft gefreesd en gelijkgemaakt. De ’grasmaaier’ blijkt een zaaimachine te zijn waarmee in een klap drie rijen kunnen worden ingezaaid. Eén zaadje in één gaatje in de grond, precies met tien centimeter afstand ertussen.

„Deze zaaimachine scheelt veel loopwerk. In plaats van veertig keer heen en weer lopen zoals we eerst met de één-rij-zaaimachine deden, hoef je nu maar zeven keer heen en weer te gaan voor 42 rijen. Het enige waar je heel goed op moet letten, is dat je netjes recht loopt”, vertelt Luijendijk terwijl hij gestaag doorstapt. Vandaag gaan er raapstelen de grond in en morgen staan de eerste sperziebonen op het programma. „Een kwestie van andere wieltjes onder de machine zetten, de diepte bepalen en dan kun je weer aan de slag. Daarna is het wachten tot het gewas opkomt zodat je kunt wieden of schoffelen.”

Het is rustig en droog weer dus straks kan hij ook buiten gaan zaaien. Daar gaat de eerste spinazie de grond in. Deze groente wil Luijendijk niet in de kas telen want daar wordt het spinazieblad niet mooi stevig van. „Raapstelen en bonen zet ik altijd binnen. Raapstelen buiten worden stug en harig en stok- en sperziebonen schieten tenminste op in de kas. Maar spinazie groeit buiten veel beter.”

Als dat klaar is, moeten er nog selderij- en slaplanten in de grond worden gezet. Daar gebruikt Luijendijk een plantmachine voor. „Zo doe je samen in een uur 5.000 planten in de grond. Appeltje-eitje.”

Alleen de planten voor de groentetuin, die voornamelijk in de eigen winkel worden verkocht, gaan met de hand de grond in. Daarvoor zijn de hoeveelheden niet groot genoeg. „De tomatenplanten gaan deze week nog de grond in maar buiten hebben we al veel geplant en gezaaid”, wijst hij naar een wit doek over het stuk grond tegen de schuur aan.

IJsheiligen

Het doek laat regen, wind en licht door maar beschermt de jonge bieten, radijzen, wortels en koolrabi de eerste twee weken tegen de vorst. „Wachten met de plantjes buiten zetten tot IJsheiligen, drie dagen voor half mei, doen wij hier niet. Als het vijf graden is, gaat alles lekker naar buiten. Alleen met de pompoenen ben ik voorzichtig, want die kunnen heel slecht tegen kou. Soms heb ik dan pech maar je kunt ook na half mei nog nachtvorst hebben hoor. Eigenlijk heb ik meer last van het steeds extremere weer van dan weer heel nat en dan weer heel droog.”

Behalve zaaien is het eind maart ook tijd voor de eerste nieuwe oogst. Eerder op de dag is de eerste raapstelenoogst binnen. De tere plantjes worden uit de grond getrokken en met een elastiekje in een bosje gedaan. Precies een ruime vuist vol, de wijsvinger en duim mogen elkaar niet raken. „Meestal weegt het 150 tot 200 gram maar als de raapstelen iets groter zijn, kan een bosje ook wel 300 gram wegen”, legt de groenteteler uit terwijl hij precies tien bosjes in een kistje stopt. Ook de eerste paksoi wordt geoogst en het wachten is op de eerste rucola.

Een drukke tijd dus voor de groenteteler die weinig last lijkt te hebben van de coronacrisis? „Wij moeten door want we hebben een vitaal beroep. En druk? Nee hoor, de dag zit nu goed vol maar het is goed te doen. Vlak voor de zomer is het pas volle bak.”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.