De Duitsers nemen wraak na een aanslag van de Binnenlandse Strijdkrachten. ’Die brug was geen twintig levens waard’

Herdenking van de gefusilleerden bij het monument in Sint-Pancras.
© Archief
Sint-Pancras

Omdat het 75 jaar na de bevrijding is, plaatsen we nogmaals een artikel uit 2005.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Altijd als hij voor de gesloten spoorbomen wacht, gaat de blik van Klaas den Hartigh wel even naar rechts, naar een stukje grond met een monument, pal naast de overweg. De trein dendert er voorbij. Zestig jaar geleden zag hij ze daar vallen: twintig jonge mannen die even eerder uit een Duitse militaire wagen waren gedreven. En vallen ziet Klaas ze nog steeds.

Klaas den Hartigh (71 in 2005) woont al zijn leven lang in Sint-Pancras. Hij had er na de oorlog een schildersbedrijf en een autobedrijf. Nu is hij met pensioen. De oorlog is lang geleden, maar heeft gebeurtenissen op het netvlies achtergelaten, die nooit meer zijn weggegaan.

Klaas was in 1945 twaalf jaar oud. Hij, zijn broer en zijn ouders bewoonden de helft van de boerderij die nog altijd pal langs de spoorlijn tussen Alkmaar en Heerhugowaard staat.

De vader van Klaas was huisschilder. Veel gebeurde er niet in Sint-Pancras in de oorlogsjaren. Het was een dorp als alle andere Noord-Hollandse dorpen in oorlogstijd. Met NSB’ers en andere foute figuren, met onderduikers en dorpelingen die illegale activiteiten ontplooiden. En soms wat opwinding omdat er een razzia ophanden was.

Bij Klaas den Hartigh thuis waren ze daar altijd wel tijdig van op de hoogte. Dan werd op de dunne binnenwand een bepaald klopsignaal gegeven zodat de buurman, die gezocht werd, een veilig heenkomen kon zoeken in een kast.

Emotionele taferelen

In de winter van ’44-’45 zag Klaas de etenhalers in lange rijen het dorp door trekken. Heen vanuit het zuiden met lege bakfietsen, handkarren en kinderwagens, op weg naar de polders boven Alkmaar en verder noordwaarts. Terug vanuit het noorden met een buit die schameler werd naar mate de Hongerwinter voortduurde.

Verderop, aan de Herenweg, aan de andere kant van de spoorlijn, stond een stel Duitse soldaten de etenhalers op te wachten. Er speelden zich emotionele taferelen af. Iedereen werd gedwongen al het moeizaam vergaarde voedsel in te leveren.

Klaas den Hartigh bij het monument langs de spoorlijn in Sint-Pancras ter nagedachtenis aan de twintig mannen die op deze plek op 17 april 1945 werden gefusilleerd. Op de achtergrond de boerderij waar hij als jongen woonde.
© Archief

Klaas en zijn broer waarschuwden de mensen die van de noordkant met hun kinderwagens met voedsel het dorp binnen kwamen. Jochies van de 'Lagere School met den Bijbel' waren ze nog maar, maar ze wisten hoe ze de Duitse controlepost moesten omzeilen en menig etenhaler was hen daar dankbaar voor.

Net voor het spoor leenden ze tijdens de middagpauze even het schuitje van een bedrijf. De gewaarschuwde etenhalers stapten met hun voedselbuit aan boord en de jongens voeren de Veert, de brede sloot in de Vronermeer waar nu de Gedempte Veert is, af. Kloetend werd zo de Hoornseweg bij Alkmaar bereikt. Duitse soldaten kwamen ze niet tegen en de stedelingen konden zo veilig verder trekken, met hun voedselbuit.

Een enorme klap

Het liep tegen het einde van de oorlog. De Hongerwinter was voorbij. Het was duidelijk dat de dagen van de Duitsers in Nederland geteld waren. De bevrijding was een kwestie van afwachten, zo leek het. Juist toen gebeurde het. Diep in de nacht van zaterdag 16 op zondag 17 april.

,,Het moet drie of vier uur in de nacht zijn geweest. En enorme klap. Glasgerinkel. Verschillende dingen in huis waren aan diggelen. Er lag glas op bed. Honderd meter verderop hadden ze het spoorbruggetje opgeblazen. We mochten niet naar buiten, maar de volgende morgen hoorde ik mijn moeder met Klaas Hillen - Platte Kees - praten. Hij was de lijnwachter, een soort spoorbeambte voor dit stuk van de spoorlijn. Platte Kees vertelde wat de ondergrondse had gedaan. Een aanslag om het treinverkeer tussen Alkmaar en Den Helder plat te leggen. Als jongetje van 12 jaar stond je erbij; je hoorde van alles, maar je begreep het lang niet allemaal.”

Na de oorlog bleek dat de actie deel uit maakte van een reeks aanslagen van de Binnenlandse Strijdkrachten. De Gewestelijke Sabotage Afdeling wilde daarmee voorkomen dat de Duitsers snel versterking konden sturen naar Texel, waar een bataljon Georgiërs in opstand tegen de Duitsers gekomen was.

Geen blinddoek

,,Van die klap waren we vreselijk geschrokken, maar enorm veel indruk maakte het nu ook weer niet. Er leek de volgende ochtend ook niet zo veel aan de hand. Wij jongens gingen natuurlijk kijken bij het bruggetje. ’s Avonds speelde ik met wat jongens en meiden op het Kerkplein. Ik ging daar altijd heen. Het was voorjaar, het was al wat langer licht. Ik vond dat ik te vroeg thuis moest zijn. Nog maar net was ik binnen, toen we militaire wagens het pad naast de spoorlijn op zagen draaien. We - mijn moeder, mijn broer en ik - konden het zo zien vanuit de woonkamer. Veel schreeuwende soldaten, een stuk of veertig, vijftig waren het er bij elkaar.”

,,Tien jonge mannen kwamen uit een vrachtwagen. Het waren eigenlijk nog maar jongens, een jaar of 20 hooguit. De soldaten hielden ze onder schot. We konden het vanuit het raam van de woonkamer allemaal zien, maar die Duitse soldaten zagen ons voor het raam staan kijken. Ze maakten een gebaar alsof ze op ons gingen schieten. Wij doken weg, maar er gebeurde niets. We gingen weer kijken. De jongens werden op een rij gezet. Ze hadden geen blinddoek voor. De soldaten stonden met allerlei verschillende soorten geweren klaar. Een liep weg. Die wilde niet. Hij ging even verderop bij de sigarenboer staan. Hij zal later wel op z'n donder gehad hebben, maar daar wisten wij natuurlijk niets van.”

,,Toen klonken de schoten. Ik zag ze vallen. Een paar waren niet direct dood, die kropen nog even door de modder. Nog een keer die schoten en, kennelijk voor alle zekerheid, kort daarna nog een salvo. Toen waren die andere tien nog aan de beurt.”

Patroonhulzen zoeken

,,Het gekke is dat ik als jongen eigenlijk heel nuchter reageerde op wat ik had gezien. Het deed me uiterlijk niet zo gek veel. Dat kwam later pas. Samen met een vriendje ben ik de volgende dag patroonhulzen gaan zoeken. Iedereen in Sint-Pancras had het er natuurlijk over en op school zal ik ook wel verteld hebben wat ik gezien had. Later dringt pas goed tot je door wat er gebeurd is.”

Na de oorlog heeft de moeder van Klaas nog jarenlang contact gehad met enkele moeders van de jongens die naast de spoorlijn werden doodgeschoten.

,,Het merendeel kwam uit de omgeving van Schiedam. Ze hadden in Amsterdam vastgezeten. Na de oorlog kwamen ze bloemen leggen op de plek waar hun zoons waren vermoord. Mijn moeder heeft ze toen binnengehaald voor de koffie. Zo is dat contact ontstaan. Later kwam er een monument waar op 4 mei herdenkingen werden gehouden.”

Klaas is nooit meer los gekomen van die ene gebeurtenis uit de oorlog die bijna voorbij was. ,,Ik zag ze vallen, en nog steeds zie ik ze vallen, in gedachten. Het blijft op je netvlies staan. Mijn leven lang komen de beelden bij me terug. Als ik een auto met een Duits kenteken zie rijden, als ik voor de dichte spoorbomen sta te wachten, als ik bij het monument in de buurt ben, als het weer april wordt. Naar herdenkingen ben ik nooit toegegaan. Het is me emotioneel te zwaar.”

,,Natuurlijk weet je niet precies wat er was gebeurd als de ondergrondse dat bruggetje níet had opgeblazen. Maar ik heb altijd gedacht: dat spoorbruggetje, dat was geen twintig mensenlevens waard.”

Klaas den Hartigh.
© Archief

Meer nieuws uit Extra

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.