Premium

Column Joost Prinsen: De details

Column Joost Prinsen: De details

Mijn tafeldame was van mijn leeftijd. Ik was genodigd bij een diner voor een goed doel. Voor de jongeren onder u: er was een tijd dat mensen feestelijk met elkaar aten. Eten voor een goed doel blijft iets merkwaardigs maar ik kende de organisator al mijn hele leven dus zat ik aan met een blind date naast me.

„Ik heb u wel eens horen optreden in ’De wereld draait door’”, zei de mevrouw die Ankie bleek te heten, „frappant hoe u al die versjes kunt onthouden. Compliment hoor.” Ik mompelde dat ik een goed geheugen voor gedichten had.

„Het is iets raars met geheugens”, zei Ankie, „ik herinner me allerlei onnozele details van jaren terug maar belangrijker zaken ben ik kwijt. In mijn jeugd had ik verkering met een jongen uit Mönchengladbach. Dat is niet zo ver als het lijkt want ik kom uit Roermond. Franz Ruhiger heette hij. Ik weet niet meer precies hoe het uit is gegaan. Ik liep een soort blauwtje dus waarschijnlijk heb ik het verdrongen. Ik kan me zijn gezicht ook niet meer voor de geest halen maar ik weet nog dat hij in de Kabelstrasse nummer 13 woonde en dat zijn zus als enige in dat gezin rossig haar had. Dat is toch vreemd.”

„Een adres is concreet misschien onthoudt u concrete zaken”, zei ik. „Dat ik daar nooit aan gedacht heb”, zei Ankie, „het zou best kunnen. Ik zat vroeger in de verpleging. Moest je ook allerlei concrete zaken onthouden: medicijnen, maten en gewichten, alle lichaamsdelen. Dat kon ik best goed, dus dat klopt wel. Maar nog even over die details. Ziet u die knappe kerel die naar ons zwaait aan de tafel tegenover ons? Dat is Kees, mijn echtgenoot. Ik werkte in Nijmegen in het Radboud, kreeg ik een brief van hem.

Hij was student en had mijn adres van een vriend. Had natuurlijk gehoord dat mijn verkering uit was. Of ik op televisie mee wilde kijken naar een wedstrijd van Ajax tegen Liverpool. Zijn halve dispuut zou komen met vrouwelijk gezelschap dus ik had er wel vertrouwen in. Kwam ik op zijn kamer: geen mens! Ja, ze waren ergens anders gaan kijken. Hoe vind je zo’n schavuitenstreek? Maar nou het vreemde. Ik weet echt niet meer waar we voor het eerst gekust hebben maar ik weet nog wel de uitslag: 5-1 en er was niks van te zien want er hing een dichte mist.’’

,,Niet de hoofdzaken maar wel de bijzaken, frappant toch. Zou daar nou geen versje over zijn”?

„Zeker”, zei ik, „van de dichter Marja:

’Ik heb je alles gegeven: /

een gedicht mijn maandsalaris/

en een kind.

Wil je nu even/

kijken of het eten klaar is?”

„Enig”, zei Ankie, „compliment hoor.”

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.