Premium

Roos Louwers - alias Roselle - zingt in deze donkere tijden op ruime afstand voor verzorgingshuizen

1/2

Waarom doelloos thuis blijven zitten, terwijl zoveel ouderen in verzorgingshuizen geen bezoek krijgen, dacht de Leiderdorpse zangeres Roos Louwers alias Roselle. Sinds ze hen haar optredens gratis aanbiedt, is haar Facebook-account ontploft en heeft ze er een kleine tien opzitten. Haar agenda is de komende weken onverwacht volgepland. ’Elke keer breek ik weer’.

’Wat kan ik doen?’

„Op tv zag ik een week of twee geleden een zanger die van buitenaf de bewoners van een verzorgingshuis toezong. Ik dacht meteen: dit is het!

Tot een jaar of drie geleden trad ik regelmatig met een zangmaatje, Paul van Cleef, op in verzorgingshuizen, maar toen hij overleed, ben ik daar mee gestopt. Het was een dingetje van ons samen. Maar uit die tijd wist ik nog wel hoe dankbaar dat soort optredens zijn. En nu mijn gewone optredens ook allemaal zijn gecanceld, dacht ik: hoe mooi zou het zijn als ik binnen mijn eigen regio iets verbindends kan doen in deze tijd?

Wist ik veel! Ik zette een oproep op Facebook met de vraag of er mensen zijn die iemand kennen in een verzorgingshuis, en of er behoefte is aan een optreden. In no time ontplofte mijn account. Het liep echt storm.

Inmiddels heb ik zo’n zestien optredens aangenomen voor de komende weken, waarvan ik er al acht heb gedaan, onder meer bij de Lorentzhof, Rijn en Vliet, in Rijnsburg en Hillegom. Dat gaat nog zeker twee, drie weken zo door.”

Afstandelijk

„Ja, ik moet in deze gekke tijd natuurlijk op afstand blijven. Ik sta de bewoners van buitenaf toe te zingen, met hooguit een paar verzorgers en de geluidsmensen erbij, de bewoners zelf kijken vanachter hun ramen. Best lastig. Ik ben een echt knuffelmens en – helemaal als ik aan het zingen ben – loop altijd graag naar de mensen toe, maak een praatje met ze, haal een geintje met ze uit. Op afstand is dat lastig. Maar ook wel weer mooi. Het is eigenlijk heel dubbel.

De bewoners zitten, of – als ze dat nog kunnen – staan voor het raam of hebben dat opengezet. Ze zwaaien, geven handkusjes, als het even kan, staan ze mee te dansen op de muziek. Zo aandoenlijk. Elke keer is het weer huilen, die mensjes, die niemand mogen ontvangen en die vaak al zo eenzaam zijn. Je ziet ze blij worden. Elke keer breek ik weer. Vanochtend (woensdag, red.) stond ik bij Roomburgh en zag ik de zorgverleners buiten huilen. Ik keek ze aan, ging ik óók weer. Ik deed m’n ogen maar dicht, want je moet toch door zingen en daar doe ik telkens mijn best voor, maar het lukt niet altijd…

Ik mag als zangeres na al die jaren dan wel een routinier zijn, maar ik kan je vertellen: zelfs de sterkste persoon zou daar niet tegenop kunnen. Soms zie je alleen die koppies net boven een raam uitsteken, of zwaaiende handjes. Daar word je toch gelukkig van!”

Aangepast repertoire

„Ik breng bij de tehuizen voornamelijk echt de oude liedjes. Dan moet je denken aan die van Willy en Willeke Alberti, Johnny Jordaan en tussendoor wat vrolijke nummers van ABBA. Maar dus voornamelijk Nederlandstalige liedjes, heel anders dan bij mijn normale optredens. Daar doe ik voornamelijk disco en dance classics. Maar dit is ook heel leuk. Als ik maar mag zingen en de mensen blij mag maken.

En weet je wat nou zo leuk is: dat dementerende ouderen vaak apathisch voor zich uit zitten te kijken. Er komt weinig meer bij ze binnen – behalve als je die hele ouwe liedjes van Willy Alberti zingt, of We’ll meet again, die zitten er nog in, die worden letterlijk meegezongen. Zo bijzonder.”

’Geheim’ en gratis

„Er mogen natuurlijk niet te veel mensen op die optredens afkomen, dus ze worden nergens aangekondigd. Maar dan nog: sta je buiten te zingen, komen er mensen voorbij, die dan toch blijven staan. Ik roep dan wel steeds: mensen, laten we ons hoofd erbij houden, hou afstand.

Ik word er niet voor betaald en dat zou ik ook absoluut niet willen. Dat geldt – uiteraard voor een bepaalde periode – alleen voor de verzorgingshuizen.

De reacties, waardering en dankbaarheid zijn ook niet in geld uit te drukken. Dat is zoveel meer waard dan geld.”

Laatbloeier

„Ik was al 28 toen ik durfde te gaan zingen, een jaar of 24 geleden. Het was van jongs af aan mijn droom om te zingen. Als kind stond ik altijd voor de spiegel met een borstel te oefenen. Zolang als ik me kan heugen, zing ik al.

Alle liedjes kende ik uit m’n hoofd. Ik had een pick-upje waarop ik plaatjes draaide en zocht in de popbladen de teksten op of schreef ze zelf op.

Mensen zeiden altijd: Roos, doe er toch wat mee, maar als ik eraan dacht om in de spotlights te moeten staan, besefte ik: nee, dat is niet voor mij weggelegd.

Op een gegeven moment was ik bij een vriendin van ons op verjaarsvisite. Twee vrienden van haar speelden er gitaar, zij zong erbij en ik dacht: hoe leuk is dit, wat gaaf. Dat zei ik ook. ’Nou’, zei die vriendin, ’We zijn net met een bandje begonnen, waarom kom je er niet bij?’ Toen dacht ik: als ik het nu niet doe, doe ik het nooit meer.”

Zingen maakt gelukkig

„Na al die jaren en ook nu weer bij die verzorgingshuizen, blijf ik optredens toch eng vinden. Mensen zien het niet aan me, maar iedere keer vraag je je van tevoren af: als de mensen het maar leuk vinden…

Maar als ik eenmaal twee nummers heb gezongen, dan vergeet ik alles om me heen en ben ik zo gelukkig, zo blij. Ik heb een paar hitjes gehad, maar echt landelijk of internationaal ben ik nooit doorgebroken en dat is helemaal prima. Dat wilde ik ook helemaal niet! Al die aandacht zou niets voor me zijn. Ik word er nu al ongemakkelijk van als mensen na een optreden naar me toekomen dat ze me goed vonden en me bedanken. Daar kan ik niet zo goed tegen, doe maar normaal!”

Tevreden

„Qua zangcarrière ben ik volkomen tevreden. Van het ene optreden rol ik in het andere, er zijn leuke dingen op mijn pad gekomen. Ik heb de eerste tien jaar in dat bandje gezeten. Later, toen Paul (Louwers, haar echtgenoot) met die funparty’s in de Groenoordhallen begon, heb ik daar ook een aantal keren mogen staan. Aanvankelijk wilde ik alleen achtergrondzangeres zijn, ik durfde voor geen goud op de voorgrond. Maar dat was snel bekeken, ik moest vooraan staan. Ik heb een half jaar mogen invallen bij de destijds bekende vrouwengroep Baccara. Op een gegeven moment werd ik gevraagd als duo-zangeres door Alice Maywood, nadat zij en haar zus uit elkaar waren gegaan. Alles was in kannen en kruiken, we zouden gaan optreden, toen dacht ik ineens: nee, moet ik niet doen. Ze stond zover van mij af, ik zou vooral in sexy kleding moeten optreden, ik kon het niet. Je zult mij niet in een minirok op een podium zien staan. Maar wel heel eervol dat ze me vroeg.”

Afkomst

„Ik ben een echte Leidse. Opgegroeid in Zuidwest, in een huis met maar één verdieping, terwijl we thuis met negen kinderen waren. Je lag met drie of vier zusjes op een kamer, zo ging dat gewoon.

Ik was als kind altijd heel onzeker en verlegen. Misschien juist omdat ik uit een groot gezin kwam waar het later minder leuk werd met een vader, die er nooit voor ons was, en een moeder die het zo druk had. Het was bij ons thuis altijd een kwestie van op je tenen lopen. Dan ga je als kind heel erg aan jezelf twijfelen, zo van: komt het door mij? Heb ik iets verkeerds gedaan? Dan voel je je als kind niet veel waard.”

Bloed, zweet en tranen

„Als ik nu op die jeugd terugkijk: het is niet leuk geweest, maar die heeft me wel gemaakt tot wie ik nu ben. Ik heb er echt voor moeten knokken, maar ben er sterker uitgekomen, al heeft het bloed, zweet en tranen gekost. Misschien ben ik daarom zo positief, ik denk vaak: mensen, waarom maken jullie je druk over iets onbenulligs. Ik kan extra genieten van kleine dingetjes. Dus eigenlijk moet ik achteraf alleen maar ’blij’ om die jeugdervaringen zijn. Wel ben ik om die reden bij Veilig Thuis gaan werken, een advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Ik had zoiets van: als klein kind heb ik zelf in zo’n situatie gezeten – wij hebben daar nooit echt hulp voor gekregen. Die was er toen ook niet. We konden de buitenwereld niets laten merken, moesten de schone schijn ophouden… Dan word je ouder en de hulpverlening aan kinderen trok me heel erg. Bij Veilig Thuis ben ik secretarieel medewerker, geen maatschappelijk werkster, maar op mijn manier draag ik ook een steentje aan de hulpverlening aan kwetsbare kinderen bij.”

Veilig Thuis?

„We worden gebeld over waar huiselijk geweld is, vaak niet alleen fysiek, maar ook psychisch leed. Heel veel komt voort uit ruzies tussen ouders die in scheiding liggen. Ruzies, waar de kinderen bij zijn. We krijgen ook meldingen als kinderen dronken op straat worden gevonden of iets uit de supermarkt hebben gepikt. Van lichte vergrijpen tot hele zware dingen, bijvoorbeeld ouders die een alcoholprobleem hebben.

Dat soort problemen wordt gemeld door de politie, maar sinds er – nu een jaar of twee – meldplicht is, ook door andere hulpverleners. Denk aan fysiotherapeuten, tandartsen, eerstehulpdiensten, die dingen zien of horen die ze niet vertrouwen. Sinds die meldingsplicht is het bij ons veel drukker geworden.

Veilig Thuis valt onder de GGD Hollands Midden en is een soort schakel. Wij kijken aan welke hulpinstantie we de hulpvraag kunnen overdragen. Onze maatschappelijk werksters monitoren, krijgen feedback en onderhouden contacten over de gezinnen.”

Corona-drukte?

„Je zou zeggen dat het aantal hulpaanvragen toeneemt, omdat gezinnen vanwege corona nu boven op elkaar zitten, maar het is op dit moment eigenlijk niet drukker dan normaal.

De scholen zijn nu bijna drie weken dicht, mensen zitten thuis op elkaars lip en dat zorgt ongetwijfeld voor wrijving en irritatie. Daar kan de nodige ellende uit voortkomen. Maar goed, laten we hopen dat het zo rustig blijft als het nu is en we gauw uit deze corona-ellende komen.”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.