Premium

’Wit schaap’ met late roeping: pastoor Bouke Bosma in Bollenstreek aan de slag

’Wit schaap’ met late roeping: pastoor Bouke Bosma in Bollenstreek aan de slag
Pastoor Boouke Bosma: ,,Onze laatste jas heeft geen zakken.’’
© Foto Taco van der Eb
Lisse / De Zilk

Hij had zich een andere entree voorgesteld, de nieuwe pastoor van de Willibrordusparochie van Hillegom, Lisse en De Zilk. Welgeteld twee zondagen kon Bouke Bosma (54) voorgaan in de mis en toen begon de corona-ellende. Door de dienst waarin hij feestelijk zou worden geïnstalleerd, ging een streep. „Je bent een ongekroonde pastoor, zei laatst een parochiaan tegen me. Ja, humor hebben ze wel, die Bollenstrekers. Hou ik van.”

Bouke Bosma - inderdaad, een Fries - is een pastoor met een tamelijk ongebruikelijke voorgeschiedenis. Op de boerderij in Beetsterzwaag waar hij opgroeide, deden ze niet aan geloof. „Mijn vader was niks en moeder fietste zo’n beetje tussen hervormd en gereformeerd in, maar deed er verder niets aan. Nee, ik ben bepaald niet christelijk opgevoed. Mijn broers en zussen noemen me daarom tegenwoordig gekscherend het zwarte schaap. Ik hou het erop dat ik juist de enige witte ben uit een kudde zwarte schapen, haha.”

Economie

Bosma trok zijn eigen plan. Het stamboekvee van vader interesseerde hem maar matig en de jonge Bouke besloot de economische kant op te gaan: mavo, havo, meao, heao. Daarna was hij uitgestudeerd en ging aan het werk. Zijn laatste baan voordat hij ’het licht’ zag en zich ging wijden aan de katholieke kerk was op de administratie van een stichting in Rotterdam die zich bezighield met studentenhuisvesting.

Maar hoe wordt zo’n ongelovige in Godsnaam pastoor? Bosma: „Ik was veertig, vrijgezel, alleen thuis en dacht op kerstavond 2005: laat ik een keer naar een nachtmis gaan. Ik belandde in een kerk bij mij om de hoek in Den Haag en vond het een heel mooie viering. De pastoor zei: dit feest vieren we elke zondag en u bent dan ook welkom. Ik dacht: dit is me goed bevallen, ik ga zondag weer. Daarna heb ik geen zondag meer overgeslagen.”

Bosma werd vrijwilliger in de kerk en ging zich meer en meer inzetten voor de gemeenschap. Toen hij steeds vaker de gedachte kreeg dat hij misschien verder wilde in dit ’vak’, zei een aantal vrijwilligers tegen hem: Bouke, zou jij geen priester willen worden? „Ik dacht: hoe weten zij dat ik daarmee in m’n hoofd bezig ben? En ik dacht ook: Heer, u vergist zich, dit is niets voor mij. Ik ben met de pastoor gaan praten in de veronderstelling dat hij het me wel uit het hoofd zou praten. Maar hij zei: Bouke, je bent er nog eerder dan ik had gedacht. Vervolgens hebben we elke maand gesprekken gehad. Toen het gevoel er na een jaar nóg was, ben ik ervoor gegaan.”

Seminarie

Bosma ging in gesprek met het bisdom, werd medisch en psychologisch onderzocht - ’want je moet toch een beetje voorzichtig zijn met wie je aanneemt’ - en ging naar het seminarie. Na een opleiding van zes jaar, inclusief een tweejarige stage, was hij er klaar voor. Bouke Bosma werd tot priester gewijd en werd pastor - een soort hulppastoor zonder eindverantwoordelijkheid - bij de Clara en Franciscus Federatie, een parochie met elf katholieke kerken in het Groene Hart.

Totdat, in september vorig jaar, de afdeling personeelszaken van het bisdom belde voor een afspraak. „Of ik pastoor in de noordelijke Bollenstreek wilde worden. Een rustige parochie, waar ik de gelegenheid kreeg om in het ambt te groeien, zeiden ze er nog bij. Nou, dat wilde ik wel. Het is een mooie parochie met vier prachtige kerken, al vind ik dat laatste niet zo belangrijk. Gebouwen verkruimelen op den duur, de gemeenschap van mensen blijft.”

Bosma verhuist binnenkort naar de pastorie van de grootste van de vier kerken: de Agatha in Lisse Hij gaat - uiteraard - alleen in het grote huis wonen, want een priester moet immers celibatair leven. Bosma heeft er geen moeite mee. „Nee, ik heb geen schouder om tegenaan te leunen als ik thuiskom. Maar ik heb goede vrienden die ik altijd kan bellen. Verder kleven aan elke keuze consequenties en dit is er een die aan de keuze voor het priesterschap vastzit. Dat aanvaard ik. Ik heb me toegewijd aan God. Hij is mijn levensgezel. Seks mis ik niet. Natuurlijk zie ik ook ook weleens mooie benen voorbijkomen, maar ik doe daar niets mee. Dat is mijn keuze en die maakt me gelukkig.”

Bosma wijst er nog op dat als hij morgen verliefd wordt, hij ook daarvoor kan kiezen. „Niemand die mij dat verbiedt. Alleen kan ik dan geen priester meer zijn. Dat is dan ook weer een keuze.”

Corona

Met zijn nieuwe kerkgemeenschap heeft pastoor Bosma door de coronacrisis nog niet echt kennis kunnen maken. „In de Engelenkerk heb ik zelfs nog geen viering gedaan. Na de Agatha in Lisse, op mijn eerste zondag, en de Hillegomse Martinuskerk en de Heilig Hartkerk in De Zilk de week erop, was het voorbij.” Bosma verzorgt, samen met zijn collega’s, nu dagelijks sobere, live gestreamde vieringen vanuit de sacristie in Lisse. „Er kijken zo’n driehonderd mensen per dag naar. Het is een beetje surrogaat, maar zeker in deze crisistijd is er behoefte aan.”

Hoe het afloopt met de crisis weet ook hij niet. Hij weet wel dat we iets kunnen leren van deze tijd. „Laten onze eigen problemen en zorgen ons er vooral niet van weerhouden om anderen die in de narigheid zitten te helpen. Hebben we nog oog voor de vluchtelingen op Lesbos? Ik hoop het. We hebben allemaal verstand, een hart en talenten gekregen. Gebruik ze en zet ze in voor elkaar. Geef gerust, want bedenk: onze laatste jas heeft geen zakken.”

Meer nieuws uit Duin- en Bollenstreek

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.