Gesneuveld op de eerste oorlogsdag

Soldaat Jan Welling.
Leiden

Omdat het 75 jaar na de bevrijding is, plaatsen we nogmaals een artikel uit 2015.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Wanneer de jonge Jacoba Welling-de Haan eind mei 1940 post krijgt, weet ze ook zonder de brief te openen wat erin staat.

Haar man Jan senior, in het dagelijks leven werkend als stukadoor, is het jaar daarvoor tijdens de mobilisatie naar Roermond gestuurd. Daar, aan de oevers van de Maas, moet hij de Duitsers tegenhouden als die Nederland binnenvallen. Hitlers soldaten komen, met een grote overmacht.

Sinds die tiende mei heeft de Leidse niets meer van haar echtgenoot vernomen, terwijl hij de afgelopen acht maanden vrijwel elke dag naar huis aan de Waardstraat schreef. Zijn brieven en briefkaarten beginnen altijd met 'Lieve vrouw en kinderen'.

Via via krijgt ze wel berichten over Jan die het ergste doen vermoeden maar officieel en daarmee definitief is het allemaal niet. Maar de brief van de gemeente Roermond maakt aan alle onzekerheid een einde.

’Groot offer’

Soldaat Jan Welling, 33 jaar oud, is bij de inval van Duitsland op 10 mei 1940 in de zij getroffen. Hij is als een 'held voor het vaderland' gestorven, schrijft de ambtenaar aan Jacoba. Hij is zich er ook van bewust dat het gezin Welling een 'groot offer' heeft gebracht. Jacoba, 26 jaar, moet voortaan in haar eentje voor zoontjes Daan (4) en Jan junior (1) zorgen.

Jan sr. ligt eerst vijf dagen in de aarde aan de oever van de Maas. Bij het opgraven van zijn lichaam wordt in zijn portemonnee zijn trouwring, een zegelring en acht gulden gevonden, en een brief waaruit blijkt wie zijn vrouw is. Vervolgens krijgt Welling een paar maanden een plek op de rooms-katholieke begraafplaats in Roermond om daarna te worden herbegraven op Rhijnhof in Leiden.

Jan en Jacoba Welling.

Zijn moeder verloor haar moeder toen ze twaalf jaar was, zegt Jan jr (76 jaar in 2015). Haar vader stierf in 1939, nog voordat zijn schoonzoon naar Roermond werd gestuurd. ,,Ze is opgevoed door haar oudere zussen en heeft geen gelukkige jeugd gehad.''

Het geluk lachte Jacoba de Haan eindelijk toe toen ze Jan Welling ontmoette. Ze trouwde met hem, ze kregen twee kinderen. Jan had ondanks de hoge werkloosheid altijd werk. Als bestuurslid van de woningbouwvereniging in de Kooi bekeek hij of en welke reparaties aan huizen moesten worden gedaan.

Na de dood van Jan sr. houdt zijn gezin het hoofd met moeite boven water. Jacoba krijgt een kleine uitkering van defensie en gaat schoonmaken bij welgestelde families. En ze verhuist naar de Formosastraat, dicht bij haar zussen.

Pannetje onder de trui

Om de hoek, aan de Medusastraat, staat de lagere school van Jan jr. Na de lessen gaat hij meteen in de rij staan van de gaarkeuken die ook in het gebouw is gevestigd. ,,Maar ik had al snel door dat vrouwen met een dikke buik voor mochten. Dat ze zwanger waren, wist ik niet. Maar ik deed mijn pannetje onder mijn trui en ging ook vooraan staan.''

In de Hongerwinter van 1944/45 krijgt het gezin het moeilijk. Jacoba trekt er met overbuurvrouw Elly Kraaijenbrink erop uit, op zoek naar voedsel. In het dorp Hoogmade vragen ze bij een boerderij om eten. De boer reageert afwijzend. Hij krijgt al zoveel hulpverzoeken.

Maar dan onderneemt Kraaijenbrink een ultieme poging. Jan: ,,Ze zei tegen de boer, wijzend op mijn moeder: 'Weet je wel, dat zij op de eerste dag van de oorlog haar man verloren is verloren?''' De boer is blijkbaar onder de indruk want hij stuurt Elly en Jacoba de boerderij in met de woorden: 'Zeg maar tegen de vrouw daar dat jullie melk mogen hebben.'

NSB’ers

De hulp is niet eenmalig. Jacoba en Elly mogen om de dag bij de boerderij twee liter melk halen. Zo gaan ze de honger te lijf, ook al omdat de zoontjes van Jacoba vaak meegaan. Jan: ,,Daar dronk ik zo'n driekwart liter, dat was alvast meegenomen. Maar lopend vanaf de Kooi naar Hoogmade was een lang stuk. In mijn herinnering lag er altijd sneeuw. Die kleefde aan de onderkant van mijn zelfgemaakte kleppers (houten sandalen).''

Eén keer pakken NSB'ers bij de Spanjaardsbrug de melk van zijn moeder af, zegt Jan. Om herhaling te voorkomen, breit ze voor de flessen zakjes die ze met een koord om haar nek in haar oksels verstopt.

Na de oorlog, wanneer de NSB'ers aan het einde van de dag klaar zijn met hun dwangarbeid in de touwfabriek in Leiderdorp en in colonne over de Lage Rijndijk teruglopen, staan Jan en andere kinderen uit de wijk langs de kant. ,,We scholden ze uit. Dat was onze wraak.''

Jan: ,,Mijn vader is altijd de grote liefde van mijn moeder gebleven. Ze kreeg een nieuwe relatie met een man die ik 'oom' noemde. Maar ze is nooit opnieuw getrouwd.''

Jacoba stierf op 99 jarige leeftijd. Jan sr. is later herbegraven op het ereveld in Loenen. Zijn zoon heeft nog geprobeerd na te gaan waar aan de Maas zijn vader is neergeschoten en begraven. ,,Maar ik ben er niet achter gekomen.''

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.