Katwijkse oorlogsheld Camille Stritzko (94) maakt zich op voor eenzame herdenking 75 jaar Bevrijding: ’Over vijf jaar dan maar’

Camille Stritzko, ruim anderhalf jaar geleden in zijn Katwijkse appartement: ,,Ik ben niet zo’n nadenker over het leven. Ik neem het zoals het komt.’’
© Archieffoto Hielco Kuipers
Camille Stritzko in de Tweede Wereldoolog bij de B-25 Mitchell-bommenwerper waar hij als onderhoudsmonteur verantwoordelijk voor was.
© Privécollectie
1/2

Hij had gehoopt de komende week eregast te mogen zijn bij een grote herdenking van 75 jaar Bevrijding. Niet om vooraan te staan en te pronken met zijn verhaal, maar om er even lekker tussenuit te zijn. In plaats daarvan maakt Camille Stritzko (94), die tijdens de Tweede Wereldoorlog vier jaar lang geallieerde bommenwerpers onderhield op een Engelse luchtmachtbasis, zich in zijn Katwijkse appartement op voor een eenzame en stille Bevrijdingsdag.

Het viel hem de afgelopen weken soms zwaar om vanaf zijn zonnige balkon het leven aan zich voorbij te zien trekken. ,,Wij oudjes mogen niet meer naar buiten van meneer Rutte’’, verzucht Stritzko door de telefoon. ,,Gelukkig heb ik een heel aardige buurvrouw die boodschappen voor mij doet. Het liefst zou ik zelf gaan, maar daarvoor moet ik nog een paar weken geduld hebben. Dan hoop ik weer lekker in de buitenlucht te lopen. Daar ben ik aan toe, hoor: binnen wordt het een beetje eentonig. Ik heb elke dag het Leidsch Dagblad al vroeg uit, de puzzel snel gemaakt, en dan zijn er alleen nog van die vervelende programma’s op televisie.’’

Voelt u zich eenzaam?

,,Daar heb ik geen last van. Weet u wat het is? Mijn vrouw heeft tien jaar lang in een verpleeghuis gezeten, toen was ik ook alleen. Ik ben eraan gewend. Uit eten gaan, naar de bioscoop of naar een toneelstuk, dat is er voor mij niet meer bij. Ik heb geen vrienden en kennissen meer, geen sociale contacten. Al mijn maatjes van vroeger zijn overleden. Maar goed, voor de rest houd ik me wel staande, hoor.’’

Eerbetoon

De Katwijker woont op Hoorneslaan 320, een huisnummer dat een onbedoeld eerbetoon is aan zijn verleden. Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog vier jaar lang onderhoudsmonteur van het 320 Squadron van de Royal Dutch Naval Air Service, dat vanaf een Engelse luchtmachtbasis bijdroeg aan de strijd van de geallieerden.

Van de technische dienst is verder niemand meer in leven, van de bemanningsleden die in de bommenwerpers de zee overstaken alleen de 99-jarige André Hissink. ,,Ik ben pas 94 jaar, dus nog erg jong’’, zegt Stritzko grinnikend. Dan, somber: ,,Bij de grote herdenking van D-Day in Normandië waren we zes jaar geleden met z’n achten. Nu zijn er daar nog twee van over.’’

Zij vlogen vorig jaar met ’meneer Rutte’ in het regeringsvliegtuig naar de herdenking van D-Day in Portsmouth, de Engelse kustplaats vanwaaruit de vloot naar de stranden van Normandië vertrok. ,,We hebben koningin Elizabeth weer gezien’’, zegt Stritzko. ,,Gezellig. Het was leuk, weer een dagje uit. Daar moet ik het van hebben. Ik rijd geen auto meer, en ben afhankelijk geworden van mensen die me meenemen.’’

De voormalig onderhoudsmonteur, die eerder jonger dan ouder lijkt te worden, kan er nog niet over uit wat hem in Portsmouth overkwam. ,,We kwamen daar op het podium, liepen naar voren en kregen een staande ovatie van de honderden aanwezigen. Daar moest ik wel even aan wennen, ik kreeg er rillingen van. Ik heb in de oorlog gewoon mijn werk gedaan, zeg ik altijd maar.’’

U bent een van de weinigen die dit verhaal, dat 75 jaar geleden ten einde kwam, nog uit eigen ervaring kan vertellen. Wilt u de jongere generaties een boodschap meegeven?

,,Dat laat ik liever over aan mensen die beter bespraakt zijn. Ik hoef niet zo op de voorgrond te treden. Hier in Katwijk kunnen veteranen zich opgeven om voor de klas te gaan staan, om de jeugd les te geven over de Tweede Wereldoorlog. Dat is niets voor mij. Ik heb niet veel te vertellen.’’

Ben u niet te bescheiden?

,,Nee. Heel veel heb ik in de oorlog niet meegemaakt. In Engeland hoorde ik bij het grondpersoneel. De vliegers die elke dag hun leven waagden met de oversteek, zoals meneer Hissink, dat is natuurlijk een heel ander verhaal.’’

Toen u met de technische dienst aan het einde van de Tweede Wereldoorlog met het 320 Squadron mee verhuisde naar vliegveld Melsbroek in België, voerden de Duitsers daar een gericht bombardement uit op de geallieerde toestellen.

,,Ach ja, dat was zo’n mooi gezicht, hoe ze laagvliegend aankwamen met hun ratelende mitrailleurs.’’

Noem dat maar niets meegemaakt hebben.

,,Angstig zijn, daar hadden we geen tijd voor, het was zo spannend, zo indrukwekkend. Ik kon die piloten in de cockpit zien zitten, zo laag kwamen ze over. Daar denk ik inderdaad nog weleens aan terug.’’

Maar niet met zware gevoelens?

,,Nee hoor, ik ben niet zo’n nadenker over het leven. Ik neem het zoals het komt.’’

In de televisieserie ’In de voetsporen van de Bevrijding’ van Philip Freriks valt het mij op dat de ooggetuigen die hij interviewt, in de meeste gevallen ruim boven de negentig jaar, net als u zo’n enorm kwieke indruk maken. Hoe kan dat?

,,Ja, inderdaad, nu u het zo zegt. Nou, gewoon, ik doe mijn best. Ik ga op tijd naar bed, eet gezond, drink gezond, met af en toe een wijntje, en ik sport. Weet u hoe ik dat doe? Ik ga naar de boekwinkel en ik koop een sportboekje. Dan ga ik in mijn luie stoel lekker een paar uur zitten puzzelen.’’

Bewegen valt zeker niet mee nu u binnen zit opgesloten?

,,Ik probeer in huis zoveel mogelijk te lopen. Als ik bijvoorbeeld bordjes naar de keuken moet brengen, doe ik dat in twee keer, terwijl het best in één keer kan. Juist omdat ik het daarvan moet hebben. Beneden in de hal de krant uit de brievenbus pakken, kleine dingen. Het liefst zou ik dan die deur opendoen en naar buiten gaan, net als andere mensen. Ik ben niet zo voorzichtig. Alleen omdat ik zo oud ben, mag ik het niet.’’

Wat gaat u komende week doen op 4 en 5 mei?

,,Televisie kijken, het is niet anders. Over vijf jaar dan maar, als iedereen weer naar buiten mag. Dan hoop ik bij een herdenking te zijn, of dat nu in Frankrijk is, in Engeland, of waar dan ook. Tegen die tijd moeten ze me dragen, denk ik. Maar als ze me vragen om te komen, ga ik zeker. Weer een dagje uit. Dat vind ik leuk. Als ik maar niet op de voorgrond hoef te treden.’’ Na een korte stilte: ,,Zeg, het wordt toch niet een heel groot verhaal in de krant?’’

Hielke Biemond

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.