Premium

Vordering van honden in Beverwijks oorlogsgebied

Vordering van honden in Beverwijks oorlogsgebied
1942, hondenvordering bij Olympisch Stadion in Amsterdam.
© Foto Karel Bönnekamp/Collectie Verzetsmuseum Amsterdam
Beverwijk

Klerk Barend Ringeling had het niet zo op zijn baas, NSB-burgemeester Johannes Bernardus van Grunsven. In zijn dagboek van ’het laatste oorlogsjaar ter gemeentesecretarie in Beverwijk’ noemt hij hem spottend Zijne Excellentie.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

In de oorlog kozen veel burgemeesters ervoor om aan te blijven, mede omdat de vervanger een NSB’er zou zijn. Aan het einde van de oorlog echter, had ongeveer 70% van de gemeentes in Nederland een NSB-burgemeester. In de IJmond was het in alle gemeentes het geval.

Zo waren er Tjeerd van der Weide in Velsen, achtereenvolgens Constant Sloet, Rijk de Vries, Willem Vreugde en Willem Masdorp in Castricum, Vreugde en Karel ter Punt in Heemskerk en Masdorp in Uitgeest.

Ringeling schreef onder meer over vorderingen, van bijvooorbeeld fietsen.

Op 18 oktober 1944 maakte de Wehrmacht-kommandant in Haarlem volgens hem bekend: ’Onmiddellijk ingaande zijn alle rijwielen, als ook alle onderdelen en toebehoren, bij handelaren zoowel als bij particulieren, door de Duitsche Wehrmacht in beslag genomen’.

Het was inleveren geblazen, op 19-21 oktober van 9-16 uur in het gebouw Veiling Kennemerland aan de Breestraat. Op 24 oktober waren reeds 500 fietsen ingeleverd.

Gebrek

Deze maatregel vloeide voort uit het gebrek aan vervoersmiddelen bij de Duitsers.

Op 28 oktober schreef Ringeling over een nieuwe vordering: van honden. Nu ging het om ’een monstering van alle in deze gemeente aanwezige waak- en groote honden, met een schofthoogte van 50 cm of meer’.

Hij liet er cynische humor op los: ’Voor de deelnemers aan de Centrale Keukenvoeding is dit alleszins geruststellend nieuws, de honden zullen nu zeer waarschijnlijk niet in dit menu verwerkt worden’.

Drie dagen later verschenen er drie honden ’en ongeveer 25 man personeel om ze in ontvangst te nemen’. De honden werden afgekeurd, ’op een of een enkele uitzondering na’.

Op de site van het Verzetsmuseum in Amsterdam staat de reden voor de vordering. De honden dienden voor de Duitse troepen uit te lopen in gebieden waar landmijnen lagen. Alleen grote honden, omdat er ’een zeker gewicht’ nodig was om de mijnen te laten ontploffen.

Meer nieuws uit Extra

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.