Premium

Niki Jacobs vraagt zich af wat de normale manier van omgang met elkaar is | column

Niki Jacobs vraagt zich af wat de normale manier van omgang met elkaar is | column

Niki Jacobs is zangeres, getrouwd en moeder van twee kinderen.

Op gepaste afstand van elkaar zitten we in een cirkel. Altviool, cello, accordeon, trompet en zang. Ons geluk dwarrelt hand in hand met de muziek door de ruimte. We zitten midden in ons repetitieproces en zijn niet van plan om het op te geven.

Sterker nog, op het moment dat u dit leest, zijn de opnames van onze nieuwe cd klaar. En al hebben we de komende maanden geen enkel vooruitzicht op live spelen - voor publiek - wij gaan stug door met repeteren om ons vak uit te kunnen oefenen. Want er komt een dag dat we weer mogen. Er komt een dag dat we in volle glorie en in het volle licht voor een volle zaal, van bijvoorbeeld De Kleine Komedie, onze muziek mogen laten horen. En zoals wij, de mensen boven de veertig allemaal weten, tijd vliegt. Dus écht lang zal het niet meer duren.

Ik ben me ervan bewust dat ik wellicht te hoopvol klink; ik weet dat de hele culturele sector, waar ik al zo’n twintig jaar onderdeel van uitmaak op dit moment niet weet hoe we deze crisis te boven komen. Maar so what? Dan maar naïef, dan maar gespeend van een kinderlijk geloof in Disney films waarin alles goed komt. Ik geloof nu eenmaal heilig in het vermogen van de mens om zich aan te passen aan levens veranderende omstandigheden én om dat vervolgens te implementeren in een nieuwe werkelijkheid.

Ik ben, zo blijkt, dus behoorlijk goed in het meebewegen in de richting van de verandering. Al kan ik er vooralsnog de huur niet van betalen. Waar ik echter heel slecht in blijk te zijn, is mijn vermogen om in te schatten wat op menselijk niveau een normale manier van omgang met elkaar is.

Ivo staat in de badkamer, hij poetst zijn tanden.

’Heb je de groeten gedaan?’, vraagt hij.

’Wat?’, zeg ik verdwaasd.

’Of je de groeten gedaan hebt’, klinkt het een soort van geïrriteerd of tenminste vermoeid.

’Uh, nee’, zeg ik verontwaardigd.

’Hoezo niet?’, is zijn reactie.

’Meende je dat dan echt?’, vraag ik betrapt. Ik duw de tandpasta zachtjes in mijn tandenborstel alvorens ik begin te boenen.

’Ja, dat meen ik’, klinkt het resoluut.

’Ik heb in de afgelopen twaalf jaar nog nooit de groetjes gedaan, denk ik’, ga ik verder.

’Wat bedoel je?’, vraagt Ivo, vol ongeloof.

’Nou, gewoon’, zeg ik, ’ik heb nooit gedacht dat je dat meende; dat meent toch helemaal niemand?’, eindig ik vragend.

’Doe jij dat dan wel?’, vraag ik zachtjes.

’Ja natuurlijk’, zegt hij knorrig en hij loopt de slaapkamer in.

Als ik bij hem kruip, hoor ik hem stilletjes zuchten. ’Geen wonder dat ik nooit de groetjes terug krijg.’ Mijn schuldgevoel neemt inmiddels een behoorlijke vorm aan.

Het is duidelijk, ik heb jaar na jaar verstek laten gaan. Ik kus zijn wang en neem me plechtig voor om nooit meer zonder groetjes thuis te komen.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.