Persoonlijke aandacht in verpleeghuizen nu belangrijker dan ooit: ’Hij was weer zichzelf op de bowlingbaan’

Een bezoek aan Keukenhof zit er niet in, maar de bewoners die dat wensen kunnen wel via een beeldscherm genieten van al het moois van de bloementuin.
© Foto Topaz

Langzaam maar zeker, gaan de deuren van verpleeghuizen weer open voor bezoek. Maar nu bewoners door het coronavirus maandenlang geen bezoek meer mochten ontvangen, waren zorgmedewerkers de enigen die deze ouderen nog zagen. Met het ’leefplezierplan’, dat wordt gebruikt in verpleeghuis Zuydtwijck in de Leiden Zuidwest, proberen medewerkers bewoners nog steeds kleine geluksmomenten te bezorgen.

Dit is het derde deel in een serie artikelen over de toekomst van de zorg in Leiden. Deze serie is mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

Het verpleeghuis wordt vaak gezien als de allerlaatste optie. Mensen gaan er heen als het thuis echt niet meer kan. Dat verdriet van tekortschieten en van het opgeven, merkt teamleider Ineke Westerik van verpleeghuis Zuydtwijck van zorgorganisatie Topaz regelmatig bij familie op de dag dat iemand naar het verpleeghuis wordt gebracht. „De publieke opinie over het verpleeghuis is niet zo best”, vertelt ze. „We staan bij voorbaat al met 1-0 achter. Maar in het verpleeghuis kunnen mensen ook best heel gelukkig zijn, zelfs in deze tijden.”

De kwaliteit van zorg in verpleeghuizen staat ook regelmatig onder druk. Dat betoogden columnist Hugo Borst en historicus Carin Gaemers in hun manifest in 2017. Daarin staat: ’Te veel kwetsbare ouderen in verpleeghuizen krijgen structureel niet de zorg die zij zo hard nodig hebben. Door gebrek aan aandacht zijn te veel verpleeghuisbewoners veroordeeld tot een monotoon bestaan. Dit is een aantasting van hun grondrechten.’ In hetzelfde jaar maakte de Inspectie Gezondheidszorg bekend dat 150 verpleeghuizen in Nederland niet de zorg leveren waarop gerekend mag worden.

Sindsdien heeft de overheid veel geïnvesteerd in verpleeghuizen. Het gaat om 2,1 miljard euro aan ’kwaliteitsgelden’ tot 2021. Dit geld moet vooral worden besteed aan extra personeel en meer aandacht voor de bewoners. In de praktijk is dat best lastig, want er is een tekort aan personeel. Bovendien hebben medewerkers van verpleeghuizen ook minder tijd voor de bewoners door de hoge administratieve lasten. Medewerkers moeten zich constant verantwoorden. En dat maakt het werk ook weer minder aantrekkelijk.

Leren kennen

Om deze vicieuze cirkel te doorbreken, is zorgorganisatie Topaz in zee gegaan met kenniscentrum Leyden Academy on Vitality and Ageing. Zij bedachten het ’leefplezierplan’ speciaal voor de ouderenzorg. Met het plan kan het zorgpersoneel meer aandacht geven aan bewoners en tegelijkertijd experimenteren met een nieuwe manier van verantwoorden: minder gericht op controle en afvinklijstjes, meer op kwaliteit van leven.

Een voorbeeld van een persoonlijke collage.
© Foto Topaz

Het belangrijkste doel van het leefplezierplan is om tegemoet te komen aan de persoonlijke wensen en verlangens van bewoners. Dat begint bij het beter leren kennen van de bewoners. Daarvoor gebruiken zorgmedewerkers de zogenaamde Doodle Me Tool. Dat is een bord waarop een collage wordt gemaakt van tekeningen, knipsels, foto’s en beelden uit het verhaal van de oudere. Het is geen levensverhaal, maar alleen het verhaal over wat de oudere op dit moment belangrijk vindt. Het bord wordt niet gemaakt met vooropgezette vragenlijsten, maar komt voort uit open gesprekken tussen de bewoner en de zorgverlener. Zij leren de ouderen door het bord echt kennen. ,,Veel zorgverleners geven vooraf aan hun cliënten al goed te kennen, maar na het maken van zo’n bord zeggen ze bijna allemaal dat ze veel meer over de bewoner te weten zijn gekomen’’, zegt senior onderzoeker Josanne Huijg van Leyden Academy. ,,Ze weten beter wat voor de bewoners belangrijk is.’’

Bowlen

Ineke Westerik van verpleeghuis Zuydtwijck neemt meneer Jansen als voorbeeld. ,,Iedereen wist dat meneer Jansen van Feyenoord houdt en een groot gedeelte van zijn bord is in de Feyenoordstijl. Veel zorgverleners gaan daar ook vaak met hem over in gesprek. Minder mensen wisten dat hij ook een fervent bowler is geweest in zijn jonge jaren. Hij had een eigen bowlingbal en veel prijzen gewonnen. Die bekers staan in een kast op zijn kamer, maar niemand had zich gerealiseerd dat die prijzen gewonnen zijn met het bowlen. Tijdens het gesprek kwam dat bowlen ineens naar voren en ontstond ook de vraag of hij nog een keer zou kunnen bowlen. Nu moet je even bedenken dat deze meneer in de tachtig is en loopt zoals een oude man loopt, achter een rollator. Bowlingbanen zijn glad. De verplichte schoenen ook. De kans dat hij zou vallen, was dus behoorlijk groot. Toch hebben we het gedaan. De familie bracht zijn bowlingbal mee en toen hij bij de bowlingbaan binnenkwam, werd hij meteen begroet door het personeel. Mensen kenden hem nog. Medewerkers die mee waren, hebben meneer Jansen een beetje ondersteund, maar hij gooide alle kegels om. Even was hij weer helemaal zichzelf. Meneer Jansen heeft nog zeker een week nagepraat over zijn middagje bowlen.’’

Corona

Sinds de invoering van het leefplezierplan is van alles ondernomen met de bewoners. Denk aan rondvaarten door de stad, maar ook nog een keer terug naar het huis waar iemand als laatst heeft gewoond. Het zijn persoonlijke wensen, voor iedereen anders. Van alle uitjes zijn foto’s gemaakt, ook om aan de familie te laten zien. Door het coronavirus zijn deze uitjes nu niet meer mogelijk. Maar in het leefplezierplan krijgen ook de kleine, alledaagse wensen en behoeften een plek. Het lievelingseten bijvoorbeeld, bepaalde gewoontes en rituelen die mensen prettig vinden en foto’s van alle mensen die dierbaar zijn voor de ouderen. ,,Het gebruik van het leefplezierplan is nog steeds van groot belang’’, zegt Westerik. ,,De borden geven medewerkers handvatten om bewoners het gevoel te geven dat ze echt gekend worden in wie ze zijn. Door de foto’s van de dierbaren weten we met wie het belangrijk is om contact te onderhouden, via bijvoorbeeld beeldbellen. Zij kunnen op afstand bijdragen aan leefplezier. Juist nu zijn de kleine geluksmomenten van essentieel belang om aandacht te hebben voor de kwaliteit van leven en sterven. Zorgmedewerkers zijn nu de enigen in de nabijheid van bewoners die dit kunnen bieden.’’

Verantwoording

Het leefplezierplan experimenteert ook met een nieuwe manier van verantwoorden. Dat verantwoorden gaat nu als volgt. Zorgorganisaties moeten gegevens aanleveren bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en bij het zorgkantoor. Het zorgkantoor regelt de financiering van de langdurige zorg. Die gegevens moeten kwaliteit van zorg aantonen en meetbaar zijn. Voorbeelden van deze ’indicatoren’ zijn de mate van ondervoeding, valincidenten en decubitus (doorligplekken) bij bewoners van een verpleeghuis. Dat de gegevens meetbaar moeten zijn, is volgens Westerik van verpleeghuis Zuydtwijck het probleem. ,,Zegt ondervoeding iets over de kwaliteit van zorg? Ik denk het niet. In een sterfproces eten mensen vaak steeds minder. Er is dus altijd een mate van ondervoeding aanwezig. In dat sterfproces kan een medewerker continu aandacht geven door bij iemand te zijn, een handmassage te geven of toch een lach op het gezicht proberen te toveren. Dat lijkt mij beter dan steeds proberen eten te geven, alleen maar om die cijfers op niveau te krijgen.’’

De kwaliteit van zorg die in het leefplezierplan wordt vastgelegd, kan ook worden gedeeld met de familie van de verpleeghuisbewoner. Bijvoorbeeld door een foto te maken van een bewoner die geniet van het eten. Familieleden zien meteen aan het gezicht of iemand het naar de zin heeft.

Relaties

Het leefplezierplan geeft ook de mogelijkheid aan familie om hun oorspronkelijke rol van echtgenoot, zoon of dochter weer op te pakken. Veel ouderen komen pas naar het verpleeghuis als het thuis echt niet meer gaat. Dat betekent vaak dat de directe familie is uitgeput door de zorg. Kwaliteit van zorg komt tot stand door samenspel tussen bewoner, familie en zorgmedewerkers, zegt Josanne Huijg van Leyden Academy. ,,Het is toch vreemd als een echtpaar voorheen alles samen deed en dat van de een op de andere dag ineens niet meer kan. Ik denk aan samen slapen of samen boodschappen doen. Leefplezier gaat over relaties. Die geven betekenis aan het leven.’’

,,Met het leefplezierplan laten we zien dat mensen ook best heel gelukkig kunnen zijn in het verpleeghuis’’, vult Westerik aan. ,,Ondanks alle lichamelijke en psychische ongemakken, ondanks dat ze zelf niet alles meer kunnen doen. En ondanks het coronavirus.’’

Dit is het derde deel in een serie artikelen over de toekomst van de zorg in Leiden. Deze serie is mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds. Eerder verschenen afleveringen over de toekomst van de spoedzorg en de toekomst van de thuiszorg.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.