Vrienden van de Leidse Hortus op zoek naar nazaten van Heinrich Witte

Hortulanus Heinrich Witte (1829-1917) gaf van 1855 tot 1898 leiding aan de kassen en tuinen van de Hortus botanicus van de Universiteit Leiden.
© Publiciteitsfoto Hortus botanicus
Leiden

De stichting Vrienden van de Leidse Hortus wil de 19de-eeuwse hortulanus Heinrich Witte (1829-1917) aan de vergetelheid te ontrukken. Ze heeft de Leidse bioloog en bomendeskundige Rinny E. Kooi gevraagd om een biografie over hem te schrijven. Witte gold tot aan de Tweede Wereldoorlog als dé Nederlandse autoriteit op het gebied van tuinieren. Dat kwam vooral door zijn vele publicaties, waarmee hij het tuinieren in Nederland op een hoger plan wilde brengen.

Witte begon in 1853 als tuinknecht in de Hortus. Twee jaar later al werd hij hortulanus, en dat bleef hij tot zijn pensioen in 1898. Hij was belangrijk voor de universiteitstuin, onder meer omdat hij alle kassen en hulpgebouwen vernieuwde.

In november 2016 wijdde de Hortus een tentoonstelling aan Witte in de hal van het bestuursbureau van de universiteit aan het Rapenburg. Het Aziëjaar was de aanleiding. Witte had namelijk goed contact met arts en ontdekkingsreiziger Philipp-Franz von Siebold (1796-1869).

Zijn buitenplaats Nippon, net buiten de Zijlpoort, was een soort tuincentrum waar Von Siebold Japanse planten als hosta, hortensia’s en de blauwe regen kweekte en verkocht. Witte kocht er planten voor de Hortus, maar deed ook veel voor de promotie van die nieuwe planten in Nederland.

De Vrienden van de Leidse Hortus, die de uitgave van de biografie subsidiëren, zijn op zoek naar nog levende nazaten van Witte. Twee zoons overleefden hem, onder wie Eduard Theodoor Witte (1865-1936). Hij volgde hem op als hortulanus. Eduard Theodoor kreeg een zoon, Heinrich Witte (1899-1952). Na hem loopt het spoor dood.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.