Jan de Boer gaat met tranen in de ogen naar huis

© Archieffoto ANP

Mijn vrouw is in februari opgenomen in een verzorgingshuis in Lutjebroek. Ik kwam daar twee maal per dag, dronk ’s ochtends en ’s middags een kop koffie mee en kon even knuffelen en praten met mijn vrouw. Ik had ook echt het idee dat we samen nog contact hadden.

Toen kwam er een bericht vanuit het huis: geen bezoek meer mogelijk in verband met corona. Logisch dat het huis uit voorzorg de regels van het RIVM goed opvolgde. Ik begrijp het, maar patiënten met dementie snappen dat niet.

De mogelijkheid bestond om via beeldbellen contact te maken met mijn vrouw. Ook via de rapportage kon ik lezen wat de vooruitzichten waren. De verzorging van mijn vrouw was gewoon perfect te noemen. Maar echt contact, dat was er niet. We mochten twee keer per week op bezoek, wel achter hekken in de tuin. Dik ingepakt zat ze daar in de rolstoel. Ze had het koud. Contact met haar was er niet, ik ging maar weer naar huis, met tranen in mijn ogen.

Later kwam er een container, in het midden een afscherming met plastic doek. (...) Het volgende was een mogelijkheid om in een huiskamer een bezoek te brengen aan mijn vrouw. Prima afspraak gemaakt, maar verplicht een mondmasker op en blauwe handschoenen aan. Mijn vrouw keek me aan met een blik van ’wie is dit nu weer?’. Ik deed mijn mondmasker even af en zag dat ze me wel herkende. Maar de omgeving was nieuw voor haar, ze was snel afgeleid. Weer geen contact, na twintig minuten ben ik huilend weggegaan.

Ik hoop dat we snel weer zonder masker op bezoek mogen komen. Het enige contact met mijn vrouw is het wasgoed dat ik twee keer per week kom halen en brengen. Toch alle lof voor het verpleegpersoneel.

Lees ook:

Onverteerbaar voor bewoners en familie: al maanden geen echt contact. ’Ik moet kiezen tussen zoon en dochter’

Ik houd hoop op het oude normaal - Jan ’t Hart een week na de brief ’Sorry mam’

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.