Op bezoek bij schoonmoeder: de bezoekerskar is net een aquarium, zegt Cees Koring

Ontwerper Soejon Pet bestickert de kar, bezoeker Cees Koring wacht erbij.
© Foto Peter Schat

Mijn zwagers hadden me er al honderduit en enthousiast over verteld. Toen het onlangs weer kon waren ze op bezoek geweest bij hun 93-jarige moeder in het Flevohuis in Amsterdam. De vrouw was opgetogen hen na tien weken weer te zien. Nog niet zo heel lang geleden zag het er naar uit dat dat nooit meer zou kunnen. Bij het hoogbejaarde mensje, mijn schoonmoeder, was corona geconstateerd.

Zij en een aantal lotgenoten in het verpleeghuis gingen in totale isolatie. Wij konden wekenlang alleen bellen om te vragen hoe het ging, later werd het mogelijk haar te zien en even te spreken via Skype. Ze knapte gelukkig op en nu was het weer mogelijk haar in levenden lijve te ontmoeten. Maar er waren wel restricties. In verband met mogelijk besmettingsgevaar hadden mijn zwagers plaats moeten nemen in de ’bezoekerskar’. En nu was ikzelf aan de beurt.

Ik diende me op een afgesproken tijdstip te melden aan de balie van het Flevohuis, waar ik korte tijd later werd opgehaald door een vrijwilligster van het Rode Kruis. Zij nam me mee naar een ruimte in een ander gebouw waar de bezoekerskar stond geparkeerd. Het ding leek op een flink aquarium, ik kan het niet anders duiden. Ruim anderhalve meter lang, ongeveer net zo hoog en een centimeter of 85 breed. De witte houten box was rondom voorzien van glas en dat alles stond op wieltjes. Daarbinnen stond een stoel waarop ik plaats moest nemen. Omdat het nogal gauw een tropisch aquarium zou worden werd mij gewezen op een minuscule ventilator die ik zo nodig kon aanzetten. Verder kreeg ik een babyfoon mee waardoor ik met mijn schoonmoeder zou kunnen communiceren.

Korte tijd later duwden twee vrijwilligers van het Rode Kruis me door gangen en deuren naar de ruimte waar ik mijn schoonmoeder zou treffen. Onderweg had ik nogal wat bekijks. Medewerkers van het Flevohuis zwaaiden en ik zwaaide ietwat beschroomd terug.

De ontmoeting was, na zo’n lange tijd, best emotioneel. Het mensje lachte naar me en omdat ik kan liplezen zag ik dat ze mijn naam noemde. Alleen de conversatie verliep nogal moeilijk. Ik had het verkeerde deel van de babyfoon meegekregen en hoe hard ik ook sprak, mijn schoonmoeder bleef me alleen maar aanstaren. Het beeld dat zij waarschijnlijk zag was dat van een vis, die weliswaar op haar schoonzoon leek, die in een aquarium naar adem zat te happen.

Ik hield van het bezoek niettemin een heel goed gevoel over. Ik had haar na zo’n lange tijd weer gezien! Dankzij de vrijwilligers van het Rode Kruis, de helden van het Flevohuis en de uitvinders van de bezoekerskar.

Lees ook:

Onverteerbaar voor bewoners en familie: al maanden geen echt contact. ’Ik moet kiezen tussen zoon en dochter’

Ik houd hoop op het oude normaal - Jan ’t Hart een week na de brief ’Sorry mam’

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.