Ik anticipeer. Als hij gaat kan ik ook, net voor die helblauwe Fiat langs | Column In 60 seconden

Het zijn de laatste twee op de lijst van onze huizenjacht in Italië en er zit wat druk op. We missen de hele week al dat ’wow’-gevoel. Als we onderweg de makelaar bellen omdat we verlaat zijn, blijkt hij zich in de afspraak te hebben vergist. Het is niet onze dag, brom ik in de auto, of iets dergelijks in die trant.

Na zijn mea culpa op kantoor meldt de makelaar dat hij nog wel tijd heeft om samen met ons één huis te bezichtigen. Voor het ander geeft hij een gearceerde routebeschrijving op de kaart mee. Daar kunnen we op eigen gelegenheid heen.

We rijden achter hem aan. Bij een T-splitsing aarzelt hij. Ik anticipeer. Als hij gaat kan ik ook, net voor die helblauwe Fiat langs.

Boem. Hij ging uiteindelijk toch niet. Ik wel. De makelaar inspecteert de achterkant van zijn auto. Er volgt een nonchalant gebaar - het is niks. Onze auto komt er minder genadig af. We rijden verder, wij met een ontzette bumper en kapot knipperlicht.

Het huis, met een toren uit de vroeg achttiende eeuw, is geweldig, met een fenomenaal uitzicht. We zijn op slag verliefd. Zou dit dan, eindelijk, over een aantal jaar onze albergo met alpaca’s en agricamping worden?

Een dag later rijden we opnieuw de berg op, nu met ook een architect- én met mijn schoonouders uit Julianadorp en een oom en tante uit Bergen in ons kielzog. Zij zijn in de omgeving op vakantie en wij kunnen een minder roze blik wel gebruiken.

Net voor we er zijn staat de makelaar boven op de rem. Er steekt een hert over. ’O’, roept de tante kort daarna verrukt uit, ’het is een teken.’ Die dag zeg ik de makelaar dat als ik dan toch de achterkant van zijn auto in elkaar heb gereden, we op zijn minst een huis van hem zouden kunnen kopen.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.