Omgekomen Leidenaar Sjors van Loon heeft zijn ’vliegdroom geleefd’

De Jacob Catslaan rouwt om Sjors van Loon, die dit weekeinde om kwam bij een zweefvliegongeluk.
© Foto Hielco Kuipers
Leiden

Een van de zweefvliegers die zaterdag omkwamen bij een botsing boven het Duitse Haltern, is de 25-jarige Sjors van Loon uit Leiden. Hoeveel verdriet zijn plotselinge overlijden de achterblijvers ook doet, ze putten troost uit het feit dat hij zijn grote ’vliegdroom’ heeft geleefd en daar zeer succesvol in was. Zo deed hij als lid van het junioren kernteam mee aan NK’s, EK’s en WK’s en stapte hij dit jaar over naar de variant voor de senioren.

Hoe gewaardeerd hij was, bleek een dag na het tragische ongeluk op vliegveld Soesterberg - de thuisbasis van ’zijn’ Amsterdamsche Club voor Zweefvliegers.

„Hoewel we vrij kort van tevoren mensen hadden opgeroepen om langs te komen, waren bijna alle leden samengekomen op het buitenterras bij de hangar om het verdriet te delen”, blikt bestuurslid Natasja van der Neut terug. En maatje Sjoerd liet vader Alex weten dat hij zonder Sjors nooit wereldkampioen was geworden: „Want hij bracht de tactiek in een team, nodig om een wedstrijd te kunnen winnen.”

Ook leden van de Sallandse zweefvliegclub waren present, de club waar de andere verongelukte zweefvlieger lid van was. Plus leden van de junioren kernploeg waarvan de Leidenaar jarenlang deel uitmaakte. Van der Neut: „Sjors was nu eenmaal bij iedereen geliefd, was ook een bekend gezicht bij vele zweefvliegers in binnen- en buitenland.”

„Ook wanneer er niet gevlogen werd, was hij vaak bezig in onze hangar”, weet ze. „Niet alleen voor zichzelf, maar net zo hard voor anderen.” Zo werkte hij in het team dat de twee lieren van de club onderhield. „En daar stopte hij echt veel werk en liefde in. In de winter was hij er eveneens vaak te vinden, bijvoorbeeld om de zweefvliegtuigen van de club te onderhouden.”

Vliegtuigen van de Amsterdamsche Club voor Zweefvliegers waarin ook Sjors van Loon vaak heeft gevlogen.

Ook op de bewuste zaterdag kwam ze hem tegen, vroeg in de ochtend bij de hangar: „Ik keek mijn zweefvliegtuig na voor de vlucht en hij de zijne. En ik zag hoe hij alles twee keer checkte, aan de binnen- en buitenkant. Ook de vluchtcomputer controleerde hij heel secuur. Want veiligheid ging hij hem altijd boven alles.”

Thermiek

Een zweefvliegvlucht kan vijf minuten duren, maar ook negen uur of langer. Veel hangt af van de weersomstandigheden. Zo hebben zweefvliegers zon nodig die de aarde opwarmt. Daardoor ontstaat thermiek, een ander woord voor de warme, opstijgende lucht die hun vliegtuig al rondcirkelend mee omhoog kan nemen. En hoe hoger zo’n zweefvliegtuig stijgt in een thermiekbel - die in Nederland wel 1700 meter hoog kan worden - des te verder en langer het kan vliegen. Zo is het op een mooie, zonnige dag mogelijk om vele honderden kilometers af te leggen zonder tussentijds te landen.

En zaterdag wás zo’n zonnige dag. „Overal zag je van die hele mooie schapenwolken met een vrij platte onderkant”, kijkt Van der Neut terug. „Het betekent dat warme, opstijgende lucht daar tegenaan drukt en je vrij gemakkelijk thermiek kunt vinden; je dus eindeloos van wolk naar wolk kunt vliegen.”

’Overlandvliegen’ heet dat in zweefvliegkringen. Rond de voormalige marinebasis Valkenburg, waar Sjors op zijn vijftiende met zweefvliegen begon, was dat om twee redenen moeilijk te oefenen: piloten moeten hier altijd uitkijken voor ander vliegverkeer en aan zee is de thermiek vaak wat minder.

Hij leerde er wel om in slechte omstandigheden te vliegen. En toen hij op zijn zestiende kennis maakte met ’thermiekvliegen’ tijdens een kamp op Terlet, kreeg het zweefvliegvirus hem definitief te pakken. Het zou hem nooit meer verlaten. Integendeel, het werd alleen maar sterker toen hij op zijn achttiende de Zuidhollandse Vliegclub verruilde voor de ’Amsterdamsche’.

Eindeloos

„Het was een stille jongen, maar over vliegen kon hij eindeloos praten. Het was echt zijn passie”, weet Van der Neut. De passie van het ’ultieme vrije gevoel’, noemt ze dat. „Zodra je loskomt van de lier, voel je de rust en de puurheid, is het heel sereen. Geen lawaai van een motor, maar je bent één met de natuur. Zo vrij als een vogel.”

Tegelijk kun je je, tijdens wedstrijden, ook uitgedaagd weten om een bepaalde driehoek zo snel mogelijk te vliegen. „En ook dat kon Sjors ontzettend goed. Zo werd hij tweede bij het NK in 2017 en vierde in 2019. Daarbij eindigde hij ook voor leden van de seniorenkernploeg, waar hij dit jaar naar overstapte: Hij zou ook voor Nederland uitkomen bij internationale wedstrijden. Maar helaas heeft het niet meer zo mogen zijn.”

Wat het ongeluk voor Van der Neut extra onbegrijpelijk maakt, is dat tegenligger Lars eveneens zeer ervaren was. „Ze hadden ook allebei een flarm aan boord, een apparaat dat je met licht en geluid waarschuwt wanneer je in de buurt van een ander toestel komt. En hoe meer je een ander nadert, hoe harder het piepje afgaat. Daar kwam nog bij dat de verdere omstandigheden normaal waren en het zicht zelfs goed.”

Sjors is geboren en getogen in de Jacob Catslaan in Leiden, waar de grote buurtvlag inmiddels halfstok hangt met wat hoger in de stok een foto van hem. „Want hij stond niet graag in de schijnwerpers, wel graag op een podium”, weet zijn vader.

Na basisschool De Morskring en het Stedelijk Gymnasium was Sjors uiteindelijk geslaagd voor de Haagse Hogeschool. Deze woensdag zou hij daar zijn diploma werktuigbouwkunde krijgen, waarna hij eenzelfde studie wilde gaan volgen aan de TU Delft. Het diploma is inmiddels thuisbezorgd.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.