Een heel erg gepland afscheid na 43 jaar van directeur Kees Hagenaars van basisschool Ter Does in Hoogmade

Bij zijn afscheid, deze vrijdag, kreeg directeur Kees Hagenaars een eigen steeg op basisschool Ter Does in Hoogmade.

Bij zijn afscheid, deze vrijdag, kreeg directeur Kees Hagenaars een eigen steeg op basisschool Ter Does in Hoogmade.© Foto Hielco Kuipers

Paul van der Kooij
Hoogmade

Vraag hem of het gek voelt om na 43 jaar ’zijn’ basisschool Ter Does te verlaten en directeur Kees Hagenaars zegt: „Ik denk dat het wel zal meevallen. Het is in ieder geval heel erg gepland. Zo zei ik, toen we in 2018 overgingen naar de nieuwbouw, dat ik nog twee jaar wilde blijven. Een jaar om dingen te helpen oplossen waar je tegenaan loopt in zo’n nieuw gebouw en een jaar om zaken op te ruimen, af te ronden en over te dragen.”

En zo is het ook gegaan, met als grote meevaller dat hij ’tegen vrij weinig aanliep’ in de nieuwbouw voor school en kinderopvang: „Het grootste probleem was dat de pvc-vloerbedekking, die verder overal prima lag, op de trappen opbolde.”

Tot zijn laatste dag - deze vrijdag - bleef hij juist uitermate tevreden over het gebouw. Zo meten de lokalen, doordat de architect amper een gang nodig had, geen zeven bij zeven maar acht bij acht meter, is de aula groot te noemen en en ga zo nog maar even door.

Het grondwater met een temperatuur van een graad of twaalf, dat van een diepte van 150 meter wordt opgepompt, laat zich niet alleen snel verwarmen in de winter maar helpt ook direct met koelen in de zomer: „Van dagen met temperaturen van een graad of 34 merk je, ook door het luchtzuiveringsysteem, op school niks.”

Hoe hard zulke systemen ook werken, door de 168 zonnepanelen op het dak de elektriciteitsmeter staat gemiddeld op 0. „Heel uniek voor een schoolgebouw.”

Dat een klein dorp zo’n grote, fraaie school kon krijgen kwam mede doordat de stichting erachter over een flink schoolterrein beschikte. Inventieve geesten als Hagenaars hadden daar wel een idee mee: door de nieuwe school in twee lagen te bouwen, kan de helft van de grond worden verkocht is er meer geld voor de bouw. Hoewel dat uiteindelijk ook zo uitpakte, wist een groep dorpsgenoten de nieuwbouw lang tegen te houden.

Lekkages

Hun protesten tegen het ’volbouwen’ van het centrum zorgden ervoor dat de school langer in de oudbouw moest zitten, waarop Hagenaars meermalen de publiciteit haalde met verhalen over lekkages en andere ellende in de oudbouw. Een traumatische ervaring? „Ach, om iets voor elkaar te krijgen moet je dingen hier en daar soms wat opblazen”, kijkt hij op die periode terug. „En toen we eenmaal in de nieuwbouw zaten, waren we het zo vergeten.”

Wat het extra mooi voor hem maakte was dat Hoogmade ’haar eigen school bouwde’. Zo was Albert van der Hoorn, die hij als klein jongetje in de klas had gehad, projectleider. „Ook de jongens op de steigers en in de bouw, hadden op Ter Does gezeten.”

Dat de geboren en getogen Brabander in 1977 in Hoogmade aan de slag ging, was eigenlijk toeval: „Landelijk gezien was er weliswaar zo’n groot tekort aan leraren was dat ik een maand eerder uit militaire dienst mocht, maar in mijn regio was niet zo heel veel werk.” Hij maakte daarom een afspraak met zijn vrouw Mieke, die eveneens voor onderwijzer gestudeerd had: „Wie het eerst een baan krijgt aangeboden, dáár gaan we wonen.” Had Hoogmade een halve dag later toegehapt, dan was het Overijssel geworden: „Want diezelfde avond hoorde Mieke dat ze daar aan de slag kon. Maar ja, afspraak is afspraak.”

Huis voor de meester

Huisvesting was geen enkel probleem: „Voor de onderwijzer was een splinternieuwe hoekwoning in het dorp geregeld.” Een bijzonder relict uit het verleden wil hij het zeker niet noemen: „Het gaat ook de toekomst worden om leraren te krijgen. Omdat ze anders niet meer komen.”

Begonnen in de middenbouw, schoof hij snel door naar de bovenbouw. En voor hij het wist stond hij aan de wieg van de wereldverkenningsprojecten die zijn school nog steeds kent. Projecten waarin een klas zich verdiept in onderwerpen als de Romeinen, ridders en kastelen, de Gouden Eeuw of dinosauriërs en naast geschiedenis, aardrijkskunde en natuurkunde, ook handarbeid, tekenen, muziek en dans aan bod komen: „En het mooie is, dat je op de grootse slotavond per klas een andere wereld binnenstapt. Zo zijn er zelfs bouwwerken waar leerlingen, in de juiste kleding gestoken, achter staan. En quizzen die ervoor zorgen dat iedereen een stukje extra informatie meekrijgt.”

Toen het onderwijs in Hoogmade honderd jaar bestond, kwam het tot een extra grote project waarin de hele school een week lang in kleding uit de tijd van Ot en Sien liep. Zelfs de klompen ontbraken daarbij niet.

Lot bezegeld

Eigenlijk was het nooit de bedoeling van Hagenaars om directeur van de school te worden: „Toen de toenmalige directeur Jo van Ouwerkerk in 1993 plotseling overleed en ze mij vroegen of ik het wilde overnemen - ik was immers adjunct - heb ik ook ’nee’ gezegd. Anders kom ik hier nooit meer weg, dacht ik. Je moet juist ergens anders gaan kijken als je ergens vijftien jaar zit.

Hij zei voor de tweede keer ’nee’ toen toen de beoogde kandidaat die uit een sollicitatieprocedure was gerold, zich had teruggetrokken omdat zijn vrouw Brabant weigerde te verruilen voor het ’westen’. Toen ook de directeur zich terugtrok die uit de daarop volgende sollicitatieprocedure was gerold - het was ondertussen 1995 - wist Hagenaars dat zijn ’lot was bezegeld’: „Ik zat inmiddels al zolang op de directiestoel als waarnemer dat ik uiteindelijk toch ’ja’ heb gezegd. Mijn voorspelling is vervolgens uitgekomen. Ik ben nooit meer weggegaan.”

Spijt heeft hij daar geen seconde van gehad. Vooral omdat hij, hoe groot de stichtingen ook werden waar de school onder viel, altijd genoeg vrijheid heeft gevoeld. Bijvoorbeeld bij het meedenken over een schoolgebouw dat zo vormgegeven en ingericht is dat je het ’kunt gebruiken hoe je wilt dat je het gebruikt’.

Samen sterk

Ook is hij nog altijd blij dat hij - zeventien jaar geleden al - zijn team wist te winnen voor een vorm van onderwijs waarbij kinderen elkaar niet alleen van jongs af aan helpen maar ook leren hoe ze dat het beste konden doen. Een vorm ook waarin leraren geen lange verhalen meer hoeven af te steken om vervolgens te zien dat, wanneer ze een vraag stellen, vijf kinderen de beurt willen, vijf anderen de vraag niet eens hebben gehoord en de rest het wel gelooft.

Zeven minuten praten is vaak al genoeg bij wat coöperatief leren wordt genoemd. „Daarna kun je bijvoorbeeld groepjes van vier vormen die zo zijn samengesteld dat één leerling er wat bovenuit steekt, eentje wat meer moeite met de stof heeft en twee gemiddeld. Leg je die vragen voor, dan nemen ze denktijd en overleggen ze over het antwoord. Daardoor heb je een klas vol actieve kinderen. En omdat ze niet weten wie uit de groep de beurt krijgt, moeten ze alle vier het antwoord kunnen geven. Degene die zwak is, let dus extra goed op. Heeft een groep geantwoord, dan zegt de leraar natuurlijk niet meteen of dat goed is. Eerst hoort hij ook de andere groepen aan.”

„Maar je kunt zoiets ook doen met pakweg muziek of beweging, voor kleuters al. In allerlei varianten. Bijvoorbeeld dat ze door de klas lopen en elkaar moeten vertellen wat er op hun kaartje staat.” Ook op avonden voor ouders viel het toe te passen zodat ook zij ondervinden waar al die enthousiaste verhalen van hun kinderen vandaan komen. Alleen in de coronatijd was het lastig: „Want we konden zo niet echt samenwerken als we gewend waren. En schriftelijk werk waren de leerlingen snel zat.”

Meer aandacht

Binnen de ’eigen’ Stichting Primair Onderwijs WIJ de Venen is inmiddels een aantal scholen op de methode overgestapt, zoals Aeresteijn in Ter Aar, De Rietkraag in Nieuwkoop en de Nicolaasschool in Nieuwveen. Net als een aantal scholen uit Brabant die in Hoogmade inspiratie op deden. Ook de school van zijn echtgenote, De Schakel/De Klimboom in Oude Wetering, heeft het coöperatieve leren inmiddels omarmd. Hoe blij hij daar ook mee is, hij vindt het ’nog steeds te langzaam gaan’: „Dit type onderwijs moet veel meer aandacht krijgen, ook omdat wetenschappelijk is bewezen dat het de hersenactiviteit van de kinderen enorm stimuleert.”

Voor zijn Mieke is de 17de juli net zo’n historische dag als voor hem. Ook zij heeft na 43 jaar afscheid van het onderwijs genomen. Helemaal vrij zijn de twee nog niet. Zo blijft hij tot de verkiezingen in 2022 raadslid. Eerst was hij dat in Ter Aar - ’want hoe aardig de onderwijzerswoning in Hoogmade ook was, we wilden graag iets kopen en deden dat in Langeraar - en sinds die gemeente is opgegaan in Nieuwkoop is hij het daar. „Pas daarna kunnen we helemaal ervaren hoe het is om nergens aan vast te zitten en dus ook eindeloos op reis gaan.”

Hij zal zich dus niet herkiesbaar stellen? „Ik denk dat ik ook dat ga afbouwen zodat jongere mensen het kunnen overnemen”, antwoordt hij met een piepkleine slag om de arm.

Afscheidsreceptie

De afscheidsreceptie van Kees Hagenaars is door de corona uitgesteld tot 2 oktober, de maand waarin hij 66 wordt. Het toont weer eens hoe gek zijn afscheidsjaar van het begin tot het einde was. Zo moest de school, toen de katholieke kerk om de hoek vlam vatte op 4 november, worden ontruimd en is er daarna regelmatig over gesproken in de groepen.

„Al merkte je wel dat kinderen er al snel minder mee zaten. Het kwam vooral weer boven op momenten dat je anders wat zou doen in de kerk. Bijvoorbeeld met kerstmis. Dan was er altijd een groot kerstspel waaraan alle kinderen meededen en zat de kerk stampvol met ouders en grootouders. Nu hebben we kerst gevierd met een simpele maaltijd in de klas, zonder kerstspel.”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.